Een belangrijkere reden dat Johns twijfel maar niet overtuigend wordt, is te vinden in de moeite die Brijs lijkt te hebben een personage als Martin, Mary, of John zelf te laten leven. Zijn stijl is houterig, de dialogen bijna klungelig ouderwets.Dat staat te lezen over Post voor mevrouw Bromley op Recensieweb.nl.
Hoe vreemd dan om op Knack.be dit te lezen:
Knap is de manier waarop Brijs zich hoedt voor de documentaire val van de auteur die breed wil uithalen en die daarom graag met veel historisch opzoekmateriaal uitpakt. Het verhaal rijdt zich niet vast in feitenkennis - met dank aan de soepele dialogen, de onverwachte wendingen en de aparte details. [...]Die laatste bewering (met een kanjer van een inmiddels nietszeggend geworden cliché; arme Marsman) kan je niet omdraaien, maar ik las het boek en vond het alles behalve meeslepend en al helemaal niet groots. Slepend, dat wel, zich voortslepend. Zo zeer dat ik halverwege in slaap sukkelde. Te vroeg, volgens Recensieweb.nl, dat zegt dat de tweede helft beter is. Het zij zo; ik kan niet over het boek oordelen.Wie nu nog beweert dat een Vlaamse schrijver geen groots en meeslepend verhaal kan vertellen, moet dus dringend Post voor mevrouw Bromley lezen.
Want ik kom aan die tweede helft van deze 506 pagina's tellende roman niet toe als ik op p. 211 lees: 'Dat besef woog zwaar op mij', en op p. 212: 'langzaam werd ik een gevoel in mijn borstkas gewaar dat ik nooit eerder had gekend en waarvan ik ten slotte besefte dat het precies op de plek zat waar mevrouw Bromley ooit haar hand had gelegd. Toen begon ik te huilen.' En op p. 213: 'De maand mei ging aan mij voorbij als een schip aan de horizon', en: 'Vooral 's morgens in bed bekroop me vaak een misselijkmakend gevoel'. Die arme John heeft geen gevoelens, hij wordt hooguit zijn eigen gevoelens gewaar en brengt van die gewaarwording dan in woorden verslag uit.
En ik had nog zo uitgezien naar deze nieuwe Brijs door de vorige.


0 reacties:
Een reactie plaatsen