dinsdag, augustus 19, 2014

About e-reading maar weer eens een keer

Het platte blauwe vogeltje tjilpte een bericht over een bericht in The Guardian met deze titel: "Readers absorb less on Kindles than on paper, study finds". Achossie, weer een onderzoek dat onderschrijft wat Nicholas Carr vier jaar geleden 275 bladzijden lang al duidelijk maakte in The Shallows. Maar de ondertitel van het verslag in The Guardian luidt: "Research suggests that recall of plot after using an e-reader is poorer than with traditional books".

Het gaat hier om het weggemoffelde onderscheid tussen "Kindles" en "an e-reader" en tussen "paper" en "traditional books". Nou goed, dat laatste onderscheid lijkt te verwaarlozen, ware het niet dat in het bijschrift onder de foto die onmiddellijk onder de ondertitel staat, staat: "a print pocket book". Hebben we hier nu al drie termen voor een en het zelfde begrip, of mogen onder die verschillende begrippen toch echt onderscheiden concepten uit de werkelijkheid worden verstaan? Mijn bibliotheek nochtans bestaat vooralsnog vooral uit "print pocket book"s, en helaas maar weinig gebonden boeken, en die gebonden boeken zijn boeken met een voor mij bijzondere waarde en boeken met een bijzondere inhoud; ze zijn misschien zakelijk-informatief te vergelijken met hun geplakte tegenvoeters uit een andere oplage, maar niet zonder meer vergelijkbaar. Voor een gebonden boek ga ik zitten om het te lezen, een geplakte pocket pak ik er even bij als ik doende ben met iets anders.

In de eerste zin van het artikel gaat het over het onderscheid tussen "readers using a Kindle" en "paperback readers". Hoppatee, nog een boekensoort erbij. Komisch is dat het in de tweede zin gaat over "The study, presented in Italy at a conference last month and set to be published as a paper", waarbij ik me dan onmiddellijk afvraag: wat voor soort "paper": een "pocket", een "paperback" of een "traditional book", of toch nog iets anders. De tijd van opmerkingen over die rijke taal van de Inuits is voorbij: zij raken niet uitgesproken over sneeuw in tig tinten, wij niet over papier!

Het onderzoek stoelde op eerder onderzoek en op veronderstellingen op basis van dat onderzoek, maar dat eerdere onderzoek had betrekking op "comparing reading an upsetting short story on paper and on iPad." Eerst een "Kindle", dan een "e-reader" en nu weer een "iPad". Alleen al de terminologie lijkt uit te nodigen tot een veelvoud aan onderzoeken, niet alleen aangaande de verschillen tussen - laat ik het kortweg aanduiden als - het lezen van analoge en digitale teksten, maar ook aangaande de verschillen tussen het lezen van proza op een Kindle, een ander merk e-reader en een iPad.

Ik struikel over die mogelijkheden, omdat ik zelf een Sony PRS-T1 heb en gebruik. Prima ding, als je er eenmaal je boeken op hebt weten te zetten. Leest als een tierelier. Afgezien dan van het 'omslaan' van de bladzijden; dat gaat - zoals alles wat dat apparaat voor je doet - bijzonderlijk onaangenaam traag. Je kunt er ook het internet mee op, maar dan moet je wel een dagje vrij nemen. En een heel goede leesbril. En stalen zenuwen. Maar lezen kan je ermee, overal, als-ie opgeladen is, en zuinig is-ie ook. Met een iPad kan je de gekste dingen doen vanuit je tekst (volkomen afhankelijk van welke app je gebruikt om ermee te lezen: iBooks, Bluefire, Tablisto, Kobo, Play Books en wat er niet meer is; om hoorndol van te worden; ik heb minstens vijf verschillende boekenkasten in dat ding, die niet met elkaar communiceren, en geen van alle wil ook maar iets uit m'n Sony oppakken).

Vervolgens wordt er ook gerefereerd aan een onderzoek van lezertjes die "texts to read [kregen] in print, or in PDF on a computer screen". Dat lijkt me weer een ander kopje thee. Een PDF op een pc-scherm lezen... dat heeft geen snars te maken met languit op de bank een e-pub-tekst lezen op een e-reader met digitale inkt en een hypersensitieve internetbrowser en dingen. Gooi maar in mijn hoed en zoek het uit.

maandag, augustus 11, 2014

Maar nu even dit

Krant en internet staan ook in Nederland vol met berichten over de weinig verheffende strubbelingen van webwinkel Amazon en uitgeverij Hachette, maar intussen duikt er op Twitter met enige regelmaat een beschaafd verzoek om belangstelling en hulp op. Nota bene.
Dat moet toch niet al te moeilijk zijn, om die hulp te bieden? Aan zo'n beschaafde prijs met een vriendelijke publieksjury en een dito vakjury die netjes achter schermen in stilte het eerste kaf scheidend van het koren haar vuige hatchet jobs beschaafd verricht?

Klik hier voor nadere informatie en draag bij aan het in stand houden van de al bijna twee decennia oude, maar nog steeds sprankelende en stimulerende prijs voor literaire prozadebuten, toegekend aan onder anderen Shira Keller, Erik Menkveld(†), Peter Buwalda, Marieke van der Pol, Anna Enquist, Gerbrand Bakker, Erwin Mortier en Joyce Roodnat.

dinsdag, augustus 05, 2014

Interpretatie

Over het interpreteren van 'verkeers'borden, in dit geval die bij de toegang tot een semi- dan wel neo- of anders toch post-vulkanisch meer in de Auvergne.

Bij nader inzien niet al te moeilijk:

1. Je mag niet in het meer zwemmen;
2. Je mag niet op het meer met een bootje peddelen annex kanoën (ook niet als je niet weet hoe je de peddels, riemen of wrikstokken moet vasthouden);
3. Je mag het meer niet in de fik steken.

Simple comme 'Bonjour', zou mijn moeder zeggen (die geen rijbewijs had, en dus ook niet wist dat alle drie de borden eigenlijk het einde van een verbod beduiden).

maandag, juni 02, 2014

Dizzling about e-reading

Nog even op iets inhaken, al was het maar om de boel netjes af te hechten (en omdat ik tekstpunniken leuk vind). Het gaat hierover. Daar, in dat postje, zei ik iets over de onvoorstelbaarheid van een e-versie van een uitermate tastbaar boek. Het aardige is dat die e-versie er inderdaad is (nog niet in Nederland), en dat de auteurs er een digitaal woordje aan hebben toegevoegd, waarmee ze precies dat opmerken wat ik bedoelde: het echte lezen van S. kan eigenlijk (letterlijk, dit) alleen maar goed met de niet-e-versie, met de materiële, tactiele, gedrukte papieren versie.

Dat vind ik nog eens klasse: auteurs die waarschuwen voor de oneigenlijkheid van de e-versie van hun eigen boek, een versie waarvan ze de publicatie tegelijkertijd niet hebben kunnen of willen tegenhouden, denk ik. Poen moet rollen, schoorstenen moeten roken en stinken niet.

Vandaag heb ik de voor- of inkijk van die e-versie geconsumeerd. En eerlijk = eerlijk: die is in zekere zin en tegen mijn verwachting ijzersterk. Het papieren boek is al een reproductie van een boek, dus een digitale weergave daar weer van kan er ook wel bij; multipliceert het niet, dan deert het niet. En de losse invoegsels zijn er ook in de digi-versie. Je kunt ze alle zo een beetje heen en weer bewegen op de pagina met je muizende vinger of zo, opzijschuiven om de 'onderliggende' pagina te kunnen lezen; en je kunt er de achterkant ook van bekijken. Wat niet kan, is dat ze tijdens het lezen uit het boek pletteren zo dat je de oorspronkelijke plaats ervan kwijtraakt. Echte rommel is niet te digitaliseren. De digitale versie is statischer dan de analoge. De analoge versie is echt echter, beter, veel beter. Maar de digitale is zeker geen slap aftreksel.

Nog vreemder: de digitale versie heeft de optie om de ingebedde roman, Ship of Theseus dus, te lezen zónder de marginalia. Op iedere opening van het 'boek' zit een knopje om de marginalia in en uit te schakelen. Daarmee heb je in de digi-versie dus een optie die de analoge versie niet heeft.

Gek genoeg is deze prachtige, 'schone' versie van de ingebedde roman volslagen overbodig. Die roman heeft in die vorm immers nooit bestaan. Sterker: deze optie ontkent juist de suggestieve kracht die uitgaat van de analoge versie, namelijk dat je met dat echte boek in je echte handen je er steeds van bewust bent dat er iets wezenlijks niet klopt aan dit facsimile-boek. Noem me van de oude stempel: ik ben dol op papier: bindgaren, ezelsoren, roest als het moet, maar liever lompenpapier.

Dom dom dom

Hedenochtend me het schompes annex habbiebabbie gezocht naar een boek. In de woonkamer op allerlei plekken: onder andere boeken, onder kranten en folders, in de boekenkast zelfs, op het boekenplankje en in de stapeltjes achter de bank. Niet te vinden.

Dan maar op m'n nachtkastje en ernaast (onvoorstelbaar dat daar dat boek met die lelijke muil erop zou liggen).

Steeds hoger, op de studeerkamer, want ik gebruik het tijdens het college "Instituties: Literatuurkritiek": bureau, onder mappen en papieren, tussen boeken, onder boeken, ernaast, op de boekenplanken: niks. Nog maar eens beneden. Weer niets.

Ah! Dan ligt het op mijn werkkamer op het instituut, op m'n semistatisch flexplekbureau temidden der papieren. Weder niets en noppes.

Uren later. Ik m o e t nu echt iets opzoeken in het boek. En in een verstoken hoekje van mijn brein bereid ik de zoekactie kennelijk al voor, en dan pas weet ik opeens waar het boek ligt.

Nergens!

E-boek gekocht, geen analoog boek.

Beste mensen, dit was een waar verhaal, want die amateur e-lezer, dat ben ik.

zondag, mei 18, 2014

Against e-reading again

'k Las net op een blog iets razend interessants: kijk er maar eens, hermeuten aller landen, en vervroolijkt u.

maandag, maart 31, 2014

Zonnestraaltaal

Tijdens een bijzonder lentelijke seizoenswandeling over en om wat ik maar even noem de Hilversumse heide met niemand minder dan Meta, die ik toch al gauw bijna honderdzesenzeventig seizoenen ken (Bengel was mee) kwam ik eindelijk eens in het echt De Zonnestraal tegen, zo'n bouwwerk (anno 1928) dat ik alleen van plaatjes kende tot dan toe.

Sinds kort is er ook een brasserie te vinden op het complex. Aangenaam, want het was een mooie dag. Ik kan niet klagen, maar dacht wel aan Hildebrand: Hoe warm het was en hoe ver. We kwamen er net na sluitingstijd, maar kregen toch nog een verfrissing, ook Bengel; die kreeg er zelfs wat brokken bij (Meta en ik niet).

Bij de ingang van het complex staat een set informatieve borden. Of: informatief bedoelde borden. Best moeilijk, dat schrijven over cultuur en techniek voor het grote publiek. Kiezen voor een (geciteerde) metafoor als: een wit 'schip op de hei', vind ik in die context moedig (het complex lijkt mijns inziens op vanalles, maar niet op een schip, maar dat maakt de metafoor misschien alleen maar meer intrigerend). Maar om De Zonnestraal aan te duiden als een 'sanitair gebouwencomplex'... dat lijkt me minstens een gallicisme, en doet me nabij Hilversum vooral denken aan een mega-urinoir. Wel gek, dat 'sanatorium' en 'sanitair' in zo heel verschillende domeinen zijn gaan functioneren.

Echt onbegrijpelijk wordt het als het gebouwencomplex 'geïmmatrialiseerd' blijkt te zijn, en dan nog niet even gewoontjes, maar zelfs volgens de 'kosmische wet der economie'. Duiker, de architect, kon kennelijk beter ontwerpen dan formuleren. Of de bordenmaker.

In andere bronnen, die klaarblijkelijk gebruikmaken van dezelfde Duiker-tekst, kom ik het woord 'geïmmaterialiseerd' tegen. Gebouwen waarvan je de materialiteit bijna niet meer ziet, zal bedoeld zijn. Daar kan ik me wel wat bij voorstellen, gezien het gebruik van dat 'moderne' beton, inclusief de 'verjongende' horizontale draagbalken, waar heel dunne vlakken mee geconstrueerd zijn, en die dunne sponningen, het vele glas, de witte verf, de ruime, lichte opzet van het complex. Dan zal 'economie' wel iets als 'zuinig gebruik' betekenen. Waar de kosmische orde vandaan komt... mij wondert. Toch eens iets meer van die Duiker lezen.

zaterdag, maart 22, 2014

Creatief met titels

Het valt niet mee om op te vallen in de boekenproductie, en al helemaal niet als debutante. Een leuk omslag is dan wel handig, als ook een prikkelende titel. Beide kenmerken heeft het debuut van Gemma Venhuizen, vorig jaar verschenen bij Nijgh & Van Ditmar: Alle bessen kun je eten alleen sommige maar één keer.

Eenvoudige kleurstelling; de kleuren van de illustratie en de tekst worden leuk gecombineerd; een figuur erop, onherkenbaar en in een maffe poze. En: geen bes te bekennen natuurlijk in dat poolgebied. Prima: de lezer moet je niet de kans ontnemen zelf beelden te vormen van wat er in een roman staat.

De titel klinkt goed; is goed van ritme, met die ondertitel die iets terugneemt van de hoofdtitel. Grappig, dat anaforische woordspel van 'alle' tegenover 'alleen'. Wel jammer dat het contrastieve effect van 'alleen' te niet wordt gedaan door het 'sommige' dat erop volgt. Nochtans is meteen duidelijk wat de bedoeling, de bedoelde implicatie is: pas op, sommige bessen zijn dodelijk giftig.

Maar, het staat er niet. Er staat best wel een beetje onzin. Alle bessen, immers, kan of kun je maar één keer eten. Na het eten is iedere bes gegeten, weg, verdwenen, ontbest. Alleen in geval van een wat onappetijtelijke voedingscyclus, om niet te zeggen: voedingskortsluiting, van consumeren, vomeren en reconsumeren zouden we kunnen gaan denken aan bessen die je meer dan één keer kan of kunt eten. Maar dan moet het ook mogelijk zijn om álle (soorten) bessen meer dan één keer te eten. Lekker is anders, maar ook een dodelijk giftige bes kan of kun je na na het braken wederom tot je nemen, als je maar snel genoeg kotst; niet eerst die boel helemaal gaan verteren.

Ook in een andere belichting is de titel betrekkelijk onzinnig. In het echte leven is voor iedereen afzonderlijk de consumptie van één dodelijke bes slechts mogelijk. Als je die ene dodelijke bes gegeten hebt, en je sterft (en dat moet wel, anders was de bes niet dodelijk), kan je niet nóg een dodelijke bes eten; en eten impliceert dan echt volledig opeten, inslikken en verteren. Dat je ook nog sommige ándere bessen maar één keer zou kunnen eten, is dan dus irrelevant.

Van beide overwegingen is de slotsom: welke bes je ook kiest, je kan of kunt hem maar één keer eten. Het antwoord op de vraag hoeveel bessen je kunt of kan eten, is afhankelijk van het gegeven of je een giftige bes kiest, of niet. Waarmee maar weer eens blijkt dat het belang van grondige voedingswarenkennis groot kan zijn. Wie die niet heeft en toch zo veel mogelijk bessen wenst te eten, doet er goed aan dan maar zo veel bessen als mogelijk in één keer in zijn of haar waffel te proppen. Wat de kans op antiperistaltische contracties van het spijsverteringskanaal weer doet toenemen, waardoor de mogelijkheid om veel bessen meer dan eens te eten navenant stijgt.

Hoe grappig de titel lijkt, zo weinig pregnant en zo weinig zeggend is hij bij nader lezen. Gelukkig valt er wel wat over te zeggen, waarmee de belangen van uitgeverij en schrijfster weer gediend zijn.

Onderwerp voor de volgende keer: Er gebeurde o.a. niets.

zondag, maart 02, 2014

Against e-reading, again

Eigenlijk moet ik bezig zijn met het repareren, zo niet restaureren, van enige tot alle treden van de trap tussen de begane grond in de eerste verhoging.
(ascendimus ascensiones in corde)

Maar in feite besteed ik mijn tijd aan [...] en het lezen van te veel boeken in te weinig tijd. En wat daarbij geheel en al in de verdrukking komt is een prachtig boekwerk gemaakt door iemand die meestal boeken van anderen prachtig maakt.

Van het tijdschrift Terras mocht Melle Hammer helemaal (voor zich) zelf het boek LaLaLa maken, dat als ondertitel(s) heeft: Typografie, Centrifuge, (en) Grootboek.

Je moet het zelf zien, je moet het zelf voelen en je moet het zelf ruiken. Het is een uiterst materieel boek. Ingenaaid (met - als ik het zo mag noemen, zo'n open rug, zoals het verzamelwerk Nieuwe veters van Robert Anker heeft) met stofomslag, gedrukt op 50, 105 en - naar ik vermoed: vooral - 190 grams papier: je hebt wat in handen.>

En als je het opent heb je ook wat voor ogen. En als je - beter dan ik - leest, krijg je, denk ik, ook het nodige in je geest.

Eén boek een boekenfeest.

maandag, februari 10, 2014

Against e-reading

Dit is namelijk een boek dat je in handen moet hebben. Het is een facsimile van een boek uit 1949, dat nooit bestaan heeft. En het origineel is gejat uit een bibliotheek. Het papier is enigszins aangetast door roest. Er steken allerhande losse papieren in: brieven, notitieblokvellen, ansichtkaarten, een servetje, krantenknipsels, noem maar op. De vertaler en inleider weet niets van de auteur, wiens bestaan in nevelen is gehuld, ondanks een rijk oeuvre. Wat erger is: de marges van het boek zijn door twee mislukte (semi-) academici helemaal volgekladderd met commentaren en correspondentie. Dit is Brakmans Ansichten uit Amerika maar dan beter. Als je Pale Fire leuk vond, ga je hiervan gillen. Als je onder de indruk was van House of Leaves, raak je hiervan uit je dak. Denk ik, maar ik ben pas op pagina ix van de xiv + 456.

Ben inmiddels (08-03-2014) op pagina 192. Het rare van dit boek is dat het centrale verhaal gaat over iemand die zoekt naar zijn identiteit, en dat dat is geschreven door iemand wiens identiteit volkomen onzeker is, en dat de marges vol worden geschreven door twee mensen die al lezend twijfelen over zowel het een als het ander, en dat ze - misschien wel daardoor - dat wat ze lezen ook op zichzelf betrekken; overal zijn immers tekens, verwijzingen, aanwijzingen, sybolen in te zien; als lezer ga je dat heel gemakkelijk ook doen. Anders dan bij gewone boeken wordt je als lezer betrokken bij het verhaal, niet alleen maar geboeid door, maar je wordt er onderdeel van, van het betekenissennetwerk, omdat betekenistoekenning centraal is in het doen en laten van zowel de marginalisten als de hoofdfiguur van het verhaal.

woensdag, februari 05, 2014

Wat ook erg is...

... de datum van aanschaf noteren in een boek, gebonden, met smetteloos stofomslag, een gloednieuw exemplaar, maar voor een prikkie in de uitverkoop, geschreven door Harold Bloom, echt zo'n klassieker die je altijd al eens wilde lezen, The Anatomy of Influence, en er dan meer dan twee maanden later achter komen dat je er nog geen letter in gelezen hebt.

... de leentermijn van een bibliotheekboek voor de vierde keer verlengd hebben (dat kon, dus kennelijk had niet iemand anders het in de tussentijd gereserveerd), en dan na idem zo veel maanden constateren dat je er nog geen letter in gelezen hebt, terwijl het nog wel over poëzie gaat, The Modern Poetic Sequence, zodat je die epische draad ook weer eens stevig zou kunnen opvatten.

... idem voor een ander boek van dezelfde bibliotheek, maar dan wat hipper, een waarover mensen wier oordeel ertoe kan doen, heel hoog opgeven, iets van ene Mettes of zo iets.

... de nieuwste bundel van Piet Gerbrandy, Vlinderslag, die je al tweemaal ademloos hebt gelezen, en waar nog geen fatsoenlijke recensie van lijkt te zijn verschenen, voor de derde keer willen lezen, en er dan achter komen dat je het boek hebt uitgeleend (maar gelukkig weet je dat die lener er ook veel moois in leest).

... een goede reden hebben om eindelijk Hermans' 'Een ontvoogding' uit Moedwil en misverstand voor het eerst te lezen, en er dan achter komen dat je deel 7 van de volledige werken hebt uitgeleend (aan diezelfde lener die de ten onrechte niet gerecenseerde, prachtige bundel Vleugelslag van Piet Gerbrandy leest en herleest).

... dat je geen tijd hebt om die geleende boeken terug te vragen, maar dat dat niet erg is omdat je toch geen tijd hebt om die boeken te lezen, omdat je nog een bespreking van een heel ander boek moet zien terug te brengen van dik 3000 naar max 1500 woorden.

... dat je kennelijk wel vroolijk de tijd weet te vinden om dat allemaal te noteren. Dat is ook erg
relatief.

zaterdag, februari 01, 2014

Lof van de maatval door toeval

De stiltes waren even lang als de gesproken zinnen. Het waren de dalingen van een jambisch metrum,

kommetjes waar het zeer in drupte.
Een prozaïst heeft niet alles onder controle, maar hier - op de grens van pagina 78 en 79 van haar debuut Pels (De arbeiderspers, Utrecht-Antwerpen 2013) - wist Naomi Rebekka Boekwijt het typografisch toeval mooi tot een enjambement te verleiden, of dwingen.

maandag, januari 20, 2014

Quootje

Toen ik mijn overbuurvrouw vertelde van mijn wat trage, mijn wat moeizame leesgang door Van der Heijdens Helleveeg, verraste zij me met de mededeling dat ze het boek al gelezen had. Meestal ben ik degene die de titels aanlevert na autolexie van het betreffende werk. Ditmaal was ze me voor. Minder verrassend, veeleer treffend, was de karakterisering van het boek die ze te berde bracht: 'Toon Kortooms!'

Nee, geen lof was dat, en niet als aanprijzing bedoeld. Ik stemde met haar in, hoewel me niet bewust zijnde ooit wat van Kortooms gelezen te hebben (er stond bij mijn ouders een omnibus van hem in de kast; dichterbij ben ik niet gekomen). Wat een oeverloos voortemmerende, zichzelf steeds maar weer opnieuw herhalende, negaties ontkennende, verdubbelende en herinnerende, aan het theater van de tragische lach gelieerde, burleske Brabantse dorpsnovelle is dit, af en toe tentatief opgeleukt met neo-studentikoze dikdoenerij als 'Door de inchocolade gedrenkte kus was Priapus weer vaardig over me geworden.'

Een personage zegt, dus, nou die zegt nog, Koos dus, hij zegt:

Ik zeg: “Tien, hou je mond. Vertel het me straks. Heel rustig.” Dat doet ze, een halfuur later. “Koos, ik moet je iets akeligs vertellen.” “Ja, meisje, ik weet het.” “Ik ben niet onvruchtbaar.” “Daar had je me mooi te pakken, schat. Geweldig nieuws toch.” “Er is ook slecht nieuws. Jouw zaad is steriel.” De klap die je dan krijgt. Man, man.
Zo ratelt het maar door. Wel onvruchtbaar, niet onvruchtbaar, de ontkenning van wel en de ontkenning van niet, de herinnering aan de ontkenning van niet, het verslag van een gesprek over de herinnering aan de kopie van een brief met de bevestiging van de ontkenning van wel.

De doodsreutel van stervend zaad. Goed opgeschreven, hoor, zonder stijl-, spelfouten, kant of wal. Maar op pagina 193 van de 299 (dan wel 124 van de 194, afhankelijk van de positie waarin ik de tekstdrager houd) deed het bovenstaande citaat mij de leesdeur dicht, with a bang.

Maar wat ik wilde zeggen, over wat het hermeneutenhartje vroolijk bonken deed, twee dingen. Eerstens wederom lof voor het digitale lezen (sorry, Gina, driewerf sorry) want toen ik met een eenvoudig gebaar (even met een vinger priemen en wat vegen) bovenstaand citaat uit de tekst tilde en op mijn schrijfblok plakte, verscheen er automtisch bij:

Uittreksel van: A.F.Th. van der Heijden. 'De helleveeg.' De Bezige Bij, 2013-05-27. iBooks. Er zijn mogelijk auteursrechten op dit materiaal van toepassing.
Van typefoutverontreiniging van een citaat (daar ben ik werkelijk sterk in) en van per ongeluk citeren (daarin dan weer niet) kan zo geen sprake meer zijn in ons hedendaagse post-Peter Nijkamptijdperk, zelfs niet van per ongeluk de bron vergeten; in tegendeel: ik heb moeite moeten doen om die waarschuwing te verwijderen annex te verplaatsen.

En tweedens: ik raakte de draad steeds kwijt in dit boek, of nee, de draad niet, want die is zo lang, die ziet geen lezer die naam waardig over het hoofd, maar wel de parafernalia. Kom je echter in zo'n digiboek een minder prominent personage tegen of een of andere verloren naam en weet je niet meer wie of wat het was, dan priem je even en klikt 'zoek' en hoppa: alle relevante passages netjes op een rij (en inderdaad, ook die mevrouw van de viswinkel vind je eenvoudig, inclusief de context waaruit klip blijkt en klaar dat zij niets van doen heeft met de 'zaakjes boven de viswinkel').

donderdag, januari 02, 2014

Carpe fructum

Vanmiddag bij de lunch ontdekte ik in mijn verstrooidheid dat de deksel van de Jumbo-abrikozenjam precies past op de geheel gelijkvormige pot van de AH-aardbeienjam. Et cetera. Als dat zogenaamd concurerende broodbeleg niet uit een en dezelfde grote vruchtensmeerfabriek komt, eet ik mijn hoed op (bij wijze van spreken).

Maar wat las mijn lodderig oog op de deksels: zit de ene pot 'Boordevol fruit' (wat niet waar is, want slechts de helft van de 450 gram smurrie is van vruchten gemaakt), de andere toept daar overheen met een eveneens wervend bedoeld randschrift: 'Boordevol vers gerijpt fruit'.

Dat men zoiets vermeldt, roept bij mij de gedachte wakker dat de mogelijkheid bestaat dat zulks in andere potten niet het geval is. Zitten die wellicht net zo min als deze boordevol feitelijk fruit, en bestaat de helft die geen toegevoegde suiker is dan ook nog eens uit belegen sap en half rot fruitvruchtvlees?

Eerst het paardenvleesschandaal, nu dit weer. En 2014 is nog geen twee dagen oud: een jaar boordevol beloftes.

woensdag, januari 01, 2014

Topisch

Publieksgerichte informatieve teksten. Ik ken collega's die er zich dagelijks professioneel mee bezighouden. Qua onderzoeksobject. Terecht, denk ik. Ze vormen een genre dat bij voortduring voor verbetering vatbaar is (de teksten, bedoel ik). Dagelijks kan je er exemplaren van tegenkomen in de openbare ruimte. Zoals mij vandaag overkwam tijdens een mild getemperatuurde midwinternatuurwandeling door wat ik, met gevoel voor overdrijving, metonymie en egocentrisme, noem: mijn achtertuin, in dit geval het gedeelte ervan dat 'Landgoed Beerschoten' heet. Ik noem het achtertuin, omdat ik donateur ben van Het Utrechts Landschap (stille hint voor wie nog een goed voornemen over heeft).

Op dat landgoed, dat onder veel meer een waterwingebied omvat, bevind zich een grondwatermeter: een roestvrijstalen object van zeker tweeënhalve meter hoog. Die reële omvang in combinatie met de naamgeving 'grondwatermeter' roept bij de vuurwerkverdoofd kuierende neerlandicus meteen vragen op. Niet alleen: hoe lang is een grondwatermeter, maar vooral: wat - als het geen contradictio in terminis is - is grondwater, ?

Die laatste vraag leek te worden beantwoord in een begeleidend, in kunststof gevat, monumentaal schrijven, opgesteld door een klassiek, beter: basaal geschoolde klerk. Hoewel, basaal? Middelbaar, want Wikipedia herinnerert me aan deze redelijk recente fase van de nationale intellectuele ontwikkeling:

In Nederland is in de jaren zeventig binnen het vak taalbeheersing het begrip "topische vragen" ingevoerd als een kenmerkende eigenschap van de schrijfprocedure door Willem Drop in het boek Taalbeheersing: handboek voor taalhantering uit 1974.
Inderdaad, uit 'Drop' heb ook ik het aangeleerd gekregen op het gym, nog vóór ik college kreeg van deze professor te Utrecht (slechte boektitel, trouwens; waarom niet Taalhantering: handboek voor taalbeheersing? Even onhandig).

Niet moeilijk is het dus om teleurgesteld te raken bij het lezen van de toeristisch instruerende tekst over de grondwatermeter, die zo monter begint... Zeven eenvoudige (weliswaar enkele samengestelde) zinnen. En niet één die antwoord geeft op de inleidende vraag! En dan zwijg ik nog over de fouten die deze tekst tot een monstrum van redundantie maken. En nu we het toch over stijl hebben: 'Dat komt omdat [...].' Wanneer komen op het gebruik van die vercontamineerde constructie eens forse schrijfstraffen te staan?

woensdag, december 25, 2013

Academica LiteratuurPrijs

Dat was op het uiterst laatste nippertje van de valreep: ik heb, als lid van de quintale vakjury, nog net voor kerst de mij toegewezen porties kandidaten voor de Academica Literatuurprijs 2014 verwerkt, een dertigtal literaire prozadebuten tot me laten komen, tot me genomen, de kans gegeven me te overrompelen, mee te slepen, te ontroeren, uit mijn dak te laten gaan, aan te grijpen, te moveren, kortom alles te (laten) doen wat een goed, mooi, gaar stuk proza zou moeten kunnen.

Niet dat die tijdslimiet een officiële was, wel een praktische, met het oog op het eerstvolgende juryberaad anno 2014, zeer binnenkort. Gelukt, gehaald, geslaagd.

Pas bij de laatste, finale administratieve handelingen vanavond, het afvinken van de leeslijst, zag ik dat de prijs inmiddels ook getooid is met een heuse afko: ALP. Ik geloof niet dat die openbaar wordt ingezet; 't is maar een handigheidje voor intern gebruik. En te gebruiken als metafoor voor de stapel kandidaten: alpineus.

Studeerkamerbelagend is die toren inmiddels. Tijd voor beraad inderdaad. En dan slechten die berg, reduceren tot topniveau. Exit laagland. Topsport ver boven de boomgrens is dat. Zonder sherpa's (nee, dat is niet waar: DordtLiterair sherpaat heel wat). Waar de lucht ijl wordt. Spannend en eervol.

Ik hoop dat er opnieuw een Buwalda tussen zit, een Menkveld, of een Keller, om me tot de laatste jaren te beperken, een Hendrix, Van Gerrewey, een Huisden, Nieuwenhuis, een Hondius, Lievers, Pefko of Vercauteren.

Dat is maar retoriek, natuurlijk. Ik weet dat al wel wat betreft die dertig die ik las. Maar: dat ga ik hier en nu nog niet verklappen. Al was het maar omdat Casper, Anna, Arjan en Kees nog tientallen andere debuten lazen. Ik laat me graag verrassen.

zondag, december 08, 2013

Fixie

Achter ons huis reed een intercity. Er is veel thuiskomst aan het eind van de dag, in de kleine stad op het eiland. Intussen gloeide de zon steeds onheilspellend aan en uit. Ik tuur naar een rijtje huizen dat ik meen te herkennen, opvallend scheef als ze in het water staan.

Na dit indrukwekkende gezicht, dat toch geen indruk nalaat omdat het te beweeglijk is, verliest de rest van zijn lijf snel contour in de beslagen spiegel en wrijven met een handdoek helpt nauwelijks. Toen hij brullend klaargekomen was zag hij een geamuseerd lachje over haar lippen trekken en dat bleef daar zitten toen hij haar omrolde zodat hij boven lag.

We zagen elkaar te weinig. Wiesjes vader mindert vaart tot ze stilstaan. Gids ja, ik was hem steeds gevolgd en had niet op de route gelet. Hoe wil je dat ik je noem, vroeg ik hem. Voor wie verder gaat of er vandaan komt is er nog Nadorp, een migrantenstadje volgepakt met stijf aaneengesloten woningpartijen. 'Verder nog iets van uw dienst.'

Heen en weer gekaatst. Je mocht er spitten in de tuin en bomen rooien. Nieuwe boeken lees ik niet, ik herlees alleen maar.
'En geef me nu eens een hand,' merkte ik op. Verbeeld je! Daar ben ik op eens aangewezen als de erfgenaam van een kolossaal vermogen. Er waren grote centrale punten. Zij bleef bij haar patroon, alleen sprak zij tegen hem geen woord meer.

Op dit punt werd mijn vermoeden zekerheid: iemand heeft enorm huisgehouden in mijn boekenkast - wellicht ik zelf, al dacht ik dat ik meer eerbied had voor het alfabet. Tot hier heb ik de eerste romans en verhalenbundels uit de kast genomen, alfabetisch op auteursachternaam en binnen elk oeuvre chronologisch op het jaar van de eerste druk. Van het eerste boek nam ik de eerste zin over, van het tweede de tweede, en zo verder. Niets aangepast, alleen soms een nieuwe alinea begonnen. Maar toen pas zag ik in de kast nog Bakker staan, en Boon, terwijl ik al bij Bordewijk was.

Een mooi idioot eindpunt voor een idioot experiment. Tevens een goed startpunt voor een tweede proefwerk: een gedicht op deze wijze verzamelen (kijken of dat wat beters oplevert dan het jongstleden sinterklaasgerijm).

Het zanduur van de dood
Van mijne blinde vensterruit -
Verliefde feestgenooten!
Een zacht getrappel op den doffen grond.

Ik wou dat 'k groote vleugels vond
hij trekt zich voren over de veren
Moedertijd luidt wijd en zijd.
de tafel vol kaarten en dadels,

die het niets
waar muziek over gaat: er is andere muziek, nu nog ver weg,
zo zonder kleren aan zijn wij te jong
naast, kijk, dit lieve hertje van kristal.

werd vanbinnen het raam omhooggeschoven
Liever een kamer met uitzicht, op graven desnoods.

En daarmee, lieve lezer, zijn de veertien regels van het composietsonnet gevuld. Ik heb alleen losse bundels gebruikt, met dien verstande dat ik van auteurs wier werk verzameld is in één band, de losse werken opgedoekt of opgezolderd heb. Dat verklaart wellicht de hiaten.

vrijdag, november 22, 2013

Hyper de hype hoera! De overtreffende trap van Stoner

Bij een couranttweet over de tweede roman van Williams die nu in het Nederlands wordt uitgegeven moest ik al lachen: Butcher's Cross zou 'nog meeslepender' zijn dan Stoner. Een mededeling van het kaliber: Nog hardere seks in Voskuils postume novelle Nicolien goes naughty!

Wat een bericht, net een dag nadat Monty Python zijn come back bekend heeft gemaakt! Een heel goede pastiche.

Maar toen ik de frontpagina van NRC-boeken en/of -cultuur zag, was mijn tijdelijk van gezinsleden ontdane Stichtse rijtjeshuis te klein om de hilarische hoestbui te bevatten. Het dak ging er metaforisch af toen ik las dat de tweede Williams nog 'Spannender' (in Telegraaf-grote vetletters) zou zijn 'dan "Stoner"'.

In de recensie schrijft de dienstdoende criticus (en hier twijfel ik tussen: echter, en: dan ook) dit: 'Butcher's Crossing is Moby-Dick in het Wilde Westen, waarbij de rol van de witte walvis wordt gespeeld door vijfduizend wilde bizons.'

En dat moet ik anno honderdweeënzestig jaren ná Melville's magnum opus met droge ogen als een regelrechte loftuiting consumeren?

Maar de spanning is nog niet eens Williams' unique selling point volgens de recensent. Nee, let op: 'Dat je het boek zo moeilijk kunt wegleggen, komt vooral door de manier waarop Williams zijn verhaal vertelt.' Ja, da's waar, dan geef ik mij onmiddellijk gewonnen, en al helemaal als het daarbij ook nog gaat om een 'tergende traagheid'.

Nee, nee, nog niet afhaken: 'Als je Butcher's Crossing uit hebt, weet je precies hoe je een bizon moet schieten en hoe je hem vervolgens van zijn huid moet ontdoen.'

Genoeg, genoeg, die andere twee kolommen van de recensie kunnen dit nooit overtreffen. Ik weet wat me te doen staat. Toch knap, hoe iemand twee tegengestelde recensies kan schrijven met één tekst.

woensdag, november 20, 2013

Meer meuk!

Vertel ik, met nauw verholen trots (noem het desnoods zelfoverschattende eigendunk) aan een collega van de opleiding Duits, werkzaam binnen het über-departement TLC waarin onze werkkringen sinds kort zijn samengevoegd (of ondergedompeld), dat ik voor het eerst sinds jaren (en na uiterlijk twee jaren onderricht te hebben genoten in de Duitse spraak, in de jaren zeventig der voorgaande eeuw) weer eens een Duitse roman, en geen dunne, in het Duits lees, vrijwillig en voor mijn genoegen - niet voor een interdisciplinair en al dan niet binnen-departementaal of juist domein-extern verdieppingspakketcollege -, repliceert deze, nadat ik de titel van het betreffende werk heb genoemd, met een gortdroog: 'Oh nee, hè?! En, de hoeveelste druk lees jij inmiddels? Ik begin er niet aan!'

Enigszins geraakt, niet gekrenkt - nee, zo gaan wij echt niet met elkaar om - dacht ik terug aan de titel die ik ooit aan een lezing gaf: Meer meuk!

Vanwaar toch dat literatuurvorserlijk standaarddedain jegens literatuur die een breed publiek lijkt te bereiken? Ik lees bij wijle een (men leze hier nadrukkelijk: één) Heleen van Rooyen, een Kluun, een Koch, een Grunberg zelfs. Al was het maar bij wijze van averechtse verkenning. En je moet toch je vooroordeel af en toe proberen om te buigen naar een gefundeerd oordeel, zelfs zonder meteen een vakkundige belangstelling voor tegen- of volkscultuur te vijnzen? Ik las zelfs poëzie van Enquist vroeger, en deel één van die Potterdiarrhea, twee bladzijden Mak, de dikste roman van Siebelink, en drie hoofdstukken Voskuil. Wie verre reizen maakt, kan veel vertellen, wie veel verschillends leest, kan verder door zijn oordelen reizen. Hoop ik.

Ik lees overigens geen druk van Er ist wieder da, maar een e-versie (handig, want met een geïntegreerd woordenboek en dito encyclopedie). Vooralsnog niet tot mijn verdriet.

maandag, november 11, 2013

Kabaaltaal

NRC, op St. Maarten anno 2013: tussenkop:
Voor hun nieuwste cd ging niets Jack Barnetts fantasie te boven: een havik werd gehuurd om zijn gefladder op te nemen.
Uit de typografisch goed aangezette context (leuk, hoeveel je meer leest in een krant dan je alleen maar echt leest) blijkt in een oogwenk dat het gaat om het optreden van de Britse band These New Puritans o.l.v. genoemde Barnett op het Crossing Border-festival. Dus dat 'hun' geen referent heeft in die tussenkop, dat los je als krantenlezer wel op. Toch bleef die maffe kop in m'n kop hangen.

En anders dan gewoonlijk wel het geval pleegt te zijn, is het geen malheur dat veroorzaakt is door de koppenwrijver (tot mijn stomme verbazing vind ik dit woord niet terug in Van Dale; bestaat het dan niet buiten mijn brein?) De brontekst, van de doorgaans goed formulerende Hester Carvallo, luidt:

Voor de negen nummers van hun nieuwste cd Fields Of Reeds (2013), ging niets Jack Barnetts fantasie te boven: een havik werd gehuurd om zijn gefladder op te nemen;
Dat is nog eens een scherp gesneden excerpt! Wat dat betreft een toptussenkop! Toch bleef die maffe kop in m'n kop hangen.

Nee, ik bedoel niet dat je eraan kunt denken dat die havik werd gehuurd om Jack Barnetts gefladder op te nemen, hoewel ik dat een hilarische en daarom alleen al de beste interpretatiemogelijkheid vind. En dat een havik, anders dan de arend, niet een gereputeerde hoogvlieger is, doet daar weinig aan af.

Nee, het is ook niet de geïmpliceerde onzin dat een creatief concept je eigen kunstenaarsfantasie te boven zou kunnen gaan. Ein musikalisches Opfer des Baron Von Münchhausen oder so etwas? why not?!

Of toch: alles bij elkaar, en dan de echte kop er bovenop:

Wat ik bedenk kan ik zelf niet spelen.
Blödsinn? Wellicht, want andersom net zo goed waar. Maar nu nog even terug naar het begin: hoe afgestompt moet je muzikale fantasie niet zijn om een havik te huren om het geluid van het gefladder van een havik op te nemen? Die kop bevat geen lof, maar haalt de bewonderde Barnett geheel onderuit. Tijd dat ik die cd eens ga beluisteren.