dinsdag, februari 23, 2021

Letterlijk

Het is een oud probleem, tevens een van de hardnekkige soort: iets benadrukken door middel van een (krachtige of afgesleten) metafoor en er dan bij te zeggen dat wat er in die metafoor gezegd wordt,  'letterlijk' het geval is. Een mooi voorbeeld trof ik onlangs aan op een overigens uiterst interessante website, het PlusNederlandsLab:

Maurits [...] snoerde in 1619 via een proces zijn meest directe politieke tegenstander, raadpensionaris Johan van Oldenbarnevelt, letterlijk de mond. Oldenbarnevelt werd veroordeeld voor landverraad en onthoofd.

Wat stadhouder prins Maurits van Oranje deed, was niet mis, hij zorgde ervoor dat Van Oldebarnevelt schuldig werd bevonden aan land- en hoogverraad en ter dood werd veroordeeld. De executie van die straf vond plaats door middel van onthoofding; daarna is er, volgens doorgaans betrouwbare bronnen, nooit meer een woord uit de man vernomen. Maar kwam dat doordat Maurits hem – al dan niet direct – letterlijk de mond snoerde?

Ik denk van niet. Figuurlijk, daarentegen, wist Maurits zulks wel degelijk te bewerkstelligen. Wie zijn hoofd kwijt raakt, verliest immers ook zijn spraak.

Maar wat zou Maurits moeten hebben (laten) doen om Johan letterlijk de mond te snoeren? F.A. Stoett zegt er het volgende over in Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden:

1537. Iemand den mond snoeren (of stoppen),

d.w.z. iemand het zwijgen opleggen; 17de eeuw iemand muilbanden (zie Ndl. Wdb. IX, 1204); eig. iemands mond vast of dichtbinden, of door er iets in te steken, te stoppen; dit laatste meestal fig. door middel van geld of geschenken. Zie Matth. XXII, 34: Ende de Pharizeen gehoort hebbende, dat hy den Sadduceen den mont gestopt hadde, zyn te samen by een vergadert;

De letterlijke vertaling van deze figuurlijke of oneigenlijke uitdrukking staat een beetje verborgen achter een afkorting die 'eigenlijk' betekent: 'iemands mond vast[-] of dichtbinden'. 

Heel eventjes heb ik gekeken of dit gebruikelijk was anno Maurits en Johan, maar ik staakte het zoeken toen ik op Historia.nl in een top-10 van martelmethoden het navolgende aantrof over wat, denk ik, wel een 'muilpeer' mag heten; het lijkt evenwel meer betrekking te hebben op iemand de mond stoppen dan op iemand de mond snoeren...

4. De peer en de tongtang

Leugens en blasfemie werden hard bestraft in de middeleeuwen. Een van de methoden voor dit type overtredingen was de peer.

Verbrijzelde kaken

Een peervormige ijzeren kogel werd in de mond van het slachtoffer gedaan. Deze was verbonden met een ijzeren stang, waar aan gedraaid kon worden. Als dit gebeurde opende de peer zich in drie of vier delen, zoals de bladeren van een bloem.

Dit had een dramatisch effect. Als de peer openging, werd de mondholte tot het uiterste opgerekt en de kaak verbrijzeld, waardoor het slachtoffer nooit meer duidelijk kon spreken.

Er zijn meerdere exemplaren van dit instrument bewaard gebleven, maar het is onduidelijk of het ooit echt gebruikt is. Een bron uit 1639 meldt dat rovers het op hun slachtoffers toepasten zodat ze niet om hulp zouden roepen, maar er zijn geen vroegere bronnen die het met marteling in verband brengen.

Hoe dan ook: Hugo de Groot, nog zo'n remonstrant, mocht zijn handen dichtknijpen toen contra-remonstrant Maurits hem, eveneens in 1619, voor straf alleen maar levenslang naar Loevestein stuurde.

woensdag, februari 17, 2021

Stijlvariatie

Maar eens met de deur in huis vallend:

As he climbed the stairs to the hallway he could hear her on the phone. "Fuck you, Joanie Micklewith. You tell that whoremastering son of a Proddy bitch that he cannot have his cake and eat it too!" Each filthy syllable was enunciated with the alarming clarity of the Queen's English. "You shitty, dick-sucking bastard. You are as plain and tasteless as the arse end of a white loaf." The receiver went down with a clang, and the bells tinkled with the impact.

Een alinea uit hoofdstuk 'Ten' van Shuggie Bain. Uit het voorafgaande is het de lezer die tot hier is geraakt al wel duidelijk geworden dat met 'he' Shuggie wordt bedoeld. Minder evident is dat 'she' naar diens moeder verwijst, want er stond in de voorgaande alinea niet dat 'he' op weg was naar huis, bijvoorbeeld. De ferme taal die 'she' eruit gooit, laat de lezer evenwel weinig ruimte voor twijfel aan de referent van 'she' en even weinig voor twijfel aan de staat waarin mama weer verkeert.

In al de voorafgaande hoofdstukken is duidelijk een ouderwets soort (volwassen) alwetende verteller aan het woord, zo een die de aandacht van de lezer naar allerlei personages verlegt, meestal per hoofdstuk wisselend, al dan niet abrupt. Van een echte variatie van perspectieven, elk apart aan een personage gebonden, van individuele, persoonlijk gekleurde focalisaties is geen sprake. De anonieme,  soevereine verteller blijft stevig aan het woord en is tevens degene die alles waarneemt, of: die doet alsof hij degene is die, weliswaar in parallel aan het personage, of als vanuit een drone die erboven zweeft, waarneemt wat er gebeurt. In ieder geval ben ik tot hiertoe niet gestruikeld over iets als erlebte Rede.

Misschien vergis ik me, doordat ik dit boek in het Schots gekleurde Engels lees waarin het geschreven is en ik niet gevoelig genoeg ben voor de taalkundige aspecten waarmee subtiele wisselingen in het vertellen en focaliseren gepaard gaan. Mocht dat zo zijn, doet me dat deugd, want ik beleef doorgaans bepaald weinig genoegen aan romans met het kunstmatig benepen perspectief van negen- of anderszins minderjarigen.

Deze verteller vertelt wat er gaande is, alsof hij erbij is of is geweest, maar zonder dat hij een 'getuige' is te noemen (die immers een afwijkende visie zou kunnen hebben), en tegelijk 'toont' hij het gebeuren, in dit geval door te citeren wat 'she' zegt - en dat is net iets anders dan weergeven wat 'he' hoort. Cruciaal verschil. Zou een klein jochie, hoe leep en vroegwijs ook, deze woorden van zijn moeder horen, zou hij misschien de helft ervan niet goed begrijpen, en dus ook niet goed kunnen weergeven. Maar helemaal incompatibel met de versimpeling, eigen aan de werking van een minderjarig brein, zou het commentaar zijn, dat volgt op de 'aansporing' die mama de telefoon in slingert. Het lijkt er eerder op dat deze beschouwing afkomstig is van een afstandelijk en mededogend, zij het ook met een licht dédain genietend Brits parlementslid dat luisterend in zijn clubfauteuil mama's monoloog door een bediende voorgelezen krijgt.

Des te fraaier, dat na het commentaar nog een knaterend citaat van mama op dezelfde pagina staat. En dat daar weer na opnieuw een, aanvankelijk van alle gevoelswoelingen gespeende, commentariërende beschrijving volgt: 'The reciever went down' – alsof dat ding er eigener beweging moedeloos bij gaat liggen, het doorgeven van het schelden moe. Pas daarna volgt toch nog de weerklank van de woordenstrijd en de woede: 'clang' en 'bells', en, eveneens haast onopvallend rijmend, 'tinkled' en 'impact'.

Nu ik het citaat her- en herlees, vraag ik me af hoe hoog Shuggie en zijn moeder eigenlijk wonen, hoeveel verdiepingen mama met haar dithyrambe overbrugt, en wat haar zoontje daar eigenlijk van  vindt. Het is heel prettig voor de zelfstandige lezer dat de verteller dit hem of haar niet allemaal op de mouw heeft willen spelden.