dinsdag, januari 17, 2023

Redactieslakjes

De eerste helft van Was, de debuutroman van Jilt Jorritsma (Lebowski, 2021), wist me zeker te boeien, en die is ook heel goed qua taalgebruik, naar mijn idee. Bij het lezen van de tweede helft verslapte mijn aandacht voor het verhaal enigszins, en vielen me enkele oneffenheden in de tekst op, die in een tweede druk wellicht gecorrigeerd kunnen worden.


Wyrd zet zijn zaag in een van de overhangende takken die / dreigt af te breken en begint te zagen. (133-134)

Dat moet, denk ik, niet dreigt zijn maar dreigen, want alle takken die dreigen af te breken zullen moeten worden afgezaagd, niet alleen die ene waar Wyrd zijn zaag in zet.

En betekent de zaag in iets zetten niet al dat je begint te zagen? Waarom zou je trouwens de zaag in een tak zetten, als je niet van plan bent die af te zagen?

De volgende ochtend vindt Wyrd de oude man bij de vijver, hij steekt een lange stok herhaaldelijk in en uit een wak in het ijs (147) 

Ik neem aan dat hij in de tweede zin verwijst naar de oude man in de eerste zin; de oude man is echter lijdend voorwerp in de eerste zin, terwijl hij onderwerp is in de tweede zin.

En hadden deze zinnen niet beter gescheiden kunnen worden door een puntkomma of een punt?

Kan je, staand bij een vijver, een stok uit een wak steken?

Is een wak niet min of meer per definitie zo'n ding dat in ijs voorkomt, zeker als het over een wak in een vijver gaat?

Al onze handelingen [...] worden gecoördineerd door het zenuwstelsel, dat als een fijn netwerk van takken door ons vlees is gesponnen. (159)

Ik ben bereid om die takken als metafoor of metonymia op te vatten, maar blijf het vreemd vinden dat er een netwerk door vlees zou kunnen zijn gesponnen. Spinnen is het maken van draden. Bij weven kan ik me nog iets voorstellen van schering en inslag, het een door het ander. 

Diep in de de [beer]put drijft een onbestendig zwart slijk. [...] Wyrd pakt een afgebroken, lange tak en prikt daarmee in de drek. [...] Dan stuit hij op iets wat vast is. Met een handige manoeuvre lukt het Wyrd het zware ding naar de oppervlakte te krijgen. (173)

Handig dat Wyrd niet een lange tak pakt die nog aan een boom vastzit.

Heel erg handig moet hij inderdaad zijn om met een lange tak iets zwaars uit een beerput op te diepen en naar de oppervlakte te halen. Zeker als het een mensenarm blijkt te zijn. Maar even later drijft [!] ook een uitgemergeld lichaam naar boven (174). Zo zwaar zijn die menselijke resten dus ook weer niet...

De hakken van het lichaam ploegen de aarde om, laten sporen achter, twee lange lijnen. (189)

In mijn geïnternaliseerde vocabulaire heeft een lichaam hielen en zijn schoenen en laarzen voorzien van hakken. Maar Van Dale zegt dat hakken (ook) hielen zijn. En dat is wel leuk, omdat een hak ook een landbouwwerktuig is waarmee je de grond kunt loshakken. Heel toepasselijk hier. Weer wat geleerd. Maar dat het twee lange lijnen zijn, ligt voor de oplettende lezer wel voor de hand.

In de chaos van gereedschappen die verspreid over de vloer in het schuurtje ligt, vindt hij na enig speuren een groot metalen blok. (199)

Ligt de chaos verspreid over de vloer in het schuurtje, of: liggen de gereedschappen dusdanig over de vloer van het schuurtje verspreid dat ze een chaos vormen? En is het, doordat ze niet gesorteerd aan de muur hangen, moeilijk op die vloer iets specifieks terug te vinden?

Maar hoe moeilijk kan het zijn om tussen niet ordelijk uitgestalde tuingereedschappen een groot metalen blok te vinden dat twee regels verder zelfs een aambeeld blijkt te zijn?

Zodra hij het [aantekenboekje] aanraakt herkent hij de suède kaft meteen. (212)

Niet zeuren over een komma tussen twee persoonsvormen, maar maakt Zodra het gebruik van meteen hier niet geheel overbodig?

Kortom: allemaal klein bier. 


Zeugma

Bijna altijd leuk: een stijlfiguur dat zich ook voor kan doen als stijlfout; het ligt er maar aan in welke context het ding gebruikt wordt. Als het goed is, heeft een zeugma, in de woorden van het Genootschap Onze Taal, 'een verrassend en ook vaak een komisch effect.' Maar in een krantenartikel over een doodgeboren dochtertje waar nooit over werd gesproken, wil je, denk ik, niet komisch doen. Toch trof ik in die context een zeugma aan in de Volkskrant van 16 januari 2023.

Ze kon al haar kennis en creativiteit kwijt in het boek Happy Handmade Fashion, dat in 2020 uitkwam en ze met haar kleindochter Lisanne samenstelde.

Met 'dat' begint een bijvoeglijke bijzin waarin dat 'dat' eerst fungeert als (aanduiding van) het onderwerp bij 'uitkwam'; in de nevengeschikte tweede bijzin heeft (het op basis van overeenkomst door samentrekking weggelaten) 'dat' de functie van (aanduiding van) het lijdend voorwerp bij 'samenstelde'; een onderwerp en een lijdend voorwerp kan je niet samennemen.

Wel verrassend, maar niet komisch. Geen stijlfiguur maar een -fout, dus.

Deze overdenking verscheen in eerste instantie in een andere vorm op Mastodon.