Posts tonen met het label Joosten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Joosten. Alle posts tonen

zaterdag, maart 14, 2020

Boekenweekkatindezak



Het is anno 2020 voor de zo-veel-ste keer op een lange rij dat in de boekenweek een geschenk wordt uitgedeeld dat, om een uitdrukking van A.L. Sötemann te gebruiken, met vrucht ongelezen kan blijven. Het enige goede aan het geschenk van dit jaar is dat het aanleiding is voor veel wel overwogen en wel geformuleerde reacties. Bijvoorbeeld die van Jos Joosten in Neerlandistiek.nl, onder de mooie titel 'Warsdenken'.

Terzij: er staat bij Joostens stuk een beroemde, althans veelvuldig gereproduceerde foto, gemaakt door Emiel van Moerkerken op 25 november 1939, maar deze keer is dat kiekje onafgesneden afgedrukt, wat wil zeggen: zo dat er opeens ook nog een jochie op blijkt te figureren, dat op grond van welke overwegingen dan ook, maar schijnbaar oscillerend tussen zorg en paniek, de hand van Du Perron vasthoudt. En pas nu zie ik dat wat ik altijd dacht het lichtgemutileerde rechterhandje van Vestdijk te zijn, eigenlijk het dito klauwtje is van Eddy, bang om van een Haags balkonnetje te donderen. Zoontje-lief houdt niet papa Perron vast, maar pappie zoekt steun bij de kleine Alain, én bij crew cut Simon. Menno is de, dan nog, lachende derde; hij heeft zijn handen vrij.

zaterdag, juli 07, 2012

Over plagiaat

[hersteld bericht van woensdag, mei 02, 2012

Tot op heden heb ik alleen nog over het probleem gelezen, in krant en op internet. Staande receptie (2012) van Jos Joosten heeft mijn boekhandel nog niet of al niet meer op de plank. Maar zijn onderzoek aangaande de geschiedenis van de Nederlandse literatuurkritiek ken ik bij benadering via zijn oratie en publicaties in vakbladen. Het gewraakte boekje van Etty, ABC van de literaire kritiek (2011) staat nog ongelezen op mijn bureau; en wel omdat in de verantwoording staat dat het boekje onder andere gebaseerd is op haar oratie uit 2005. Die ken ik al; dat is meer een literatuurkritisch credo dan een wetenschappelijke verhandeling over de Nederlandse literatuurkritiek; vandaar dat die oratie, een pleidooi van een critica die ertoe doet, al jaren stof is in mijn college over literatuurkritiek.

Over de materie van de discussie laat ik me vooralsnog niet uit. Maar misschien mag ik wel mijn verbazing delen over een deel van het kabaal. Etty verweerde zich tegen de beschuldiging van plagiaat aldus: zij 'noemt Joostens hoofdstuk over haar 'grote flauwekul' en 'een rancuneuze uithaal'. Zij benadrukt dat haar boek geen wetenschappelijke pretenties heeft.' (Volkskrant 26 april 2012) Mij wondert wat die rancune - if any - gaande gemaakt zou kunnen hebben. Rancune is volgens het WNT 'Stille haat, opgekropt haatgevoel, wraakgevoel'. Zonder nadere adstructie lijkt me dit verweer een populistische slag in het luchtledige. Mij verbaast het daarnaast dat Etty meent dat men in een niet-wetenschappelijke publicatie wel bronnen zonder vermelding zou mogen overschrijven en gegevens mag publiceren alsof het eigen (be)vindingen zijn; vreemd in een tijd waarin zelfs romanciers - toch algemeen erkende liegers der waarheid - hun bronnen bekendmaken. Mij verbijstert 't ten slotte dat Etty achterop haar ABC-tje glunderend prijkt met een baret op het fier geheven hoofd, en iets wat op een toga lijkt over haar schouderen; naar het mij voorkomt de uiterlijke kentekenen van haar bijzonder-professorale waardigheid.

Slightly overdressed?