Posts tonen met het label tussenletter(s). Alle posts tonen
Posts tonen met het label tussenletter(s). Alle posts tonen

dinsdag, september 15, 2026

Gedachtenstreepje

Het is weer warm en schitterend nazomerweer. De merels in de bomen tetteren erop los. Een mens zou haast denken dat de komkommertijd nog lange niet ten einde is. Niets weerhoudt me er dus van aan een kleine overpeinzing lucht te geven.

Onlangs schreef ik, min of meer ex tempore, op een sociaal medium:

Het verontrust mij dat door recente berichtgeving over nitwits – in naam leidinggevenden die in feite niet eens hun eigen gevoelens, gedachten, ideeën of inzichten, voor zover überhaupt aanwezig, in woorden en zinnen kunnen weergeven – het gedachtenstreepje in een kwaad kunstlicht is komen te staan.

Ik tikte – dit even ter zijde gezegd – het niet letterlijk zo, want op mijn slimme telefoon zit standaard geen toets voor het gedachtenstreepje, alleen maar een voor het (kortere) afbreek- en koppelteken. Geen haan die ernaar kraait, denk ik, maar mij baart het wel enige zorg.

Ik stel het onderscheid bijzonder op prijs; dat komt door mijn opleiding. Ik ken en zie ook nog steeds het verschil tussen een Umlaut en een trema; maar bij de nederlaag die ik leed in de strijd om het behoud van de reproductiemogelijkheid van die typografische nuance, heb ik mij neergelegd.

Terug nu naar de hoofdzaak, die nog niet ter sprake kwam: de tussen-n.

Iemand die tegenover mij aan tafel zat  het was nog rond ontbijttijd toen zich een en ander afspeelde – merkte op dat ik ‘gedachtestreepje’ had moeten schrijven, want ‘gedachte’ heeft twee meervoudsvormen (‘gedachtes’ en ‘gedachten’) en ‘daarom [sic] krijgt het geen tussen-n als je er een samenstelling mee maakt.’

Daar brak mijn klomp. Mijn wederstrever in taalbetweterij had kennelijk de pointe van mijn post niet alleen gemist, ze had bovendien genegeerd dat, als ik specifiek haar van mijn zorg op de hoogte had willen stellen, ik dat wel mondeling en vis-à-vis over de marmite en de sandwichspread heen zou hebben gezegd. Dan was ze vast niet over die ene ‘n’ gestruikeld. Normaliter communiceren wij namelijk bij het ontbijt niet via de socials; zo ruim zijn we niet gehuisvest; en het is ook niet zoals het hoort, waar wij het in dit geval mee eens zijn.

Maar nu het er toch over gaat, omdat erover werd gestruikeld: ik gebruik, bij mijn weten, nooit en nimmer de meervoudsvorm ‘gedachtes’ wanneer ik iets over meerdere gedachten schrijf, maar altijd ‘gedachten’. Verificatie door middel van een digitale zoektocht door heel dit blog leverde het volgende op: ‘Er voldoen geen posts aan de zoekopdracht: gedachtes.’

En dus gebruik ik in een samenstelling waarmee ik een concept met betrekking tot gedachten wil benoemen, met enig recht en eigen reden de tussen-n. Bovendien zie ik het gedachtenstreepje inderdaad als een markeringsmiddel voor de samenkomst of opeenvolging en vooral de onderlinge nuancering van minimaal twee gedachten of -gangen. Het linkerdeel van mijn samenstelling is dus eigenlijk ‘gedachten’; dus eindigt dat deel op ‘-en’, een letterklontje dat volgens de leidraad bij de Woordenlijst (zie ‘Uitsluiting 8 B’) zorgt voor een uitzondering op de hoofdregel qua schrijfwijze van samenstellingen met zelfstandige naamwoorden.

Ik dicht mijzelf trouwens ook nog steeds geen ‘ruggengraat’ toe, ook niet op het gebied van de orthografie van het Nederlands. Soms laat ik me namelijk gewoon door een draadje leiden, ook al weet ik dat heel dat gespel maar een verzinsel is en door echte taalkundigen niet tot hun vakgebied gerekend wordt. Soms, bijvoorbeeld als ik uit zou moeten leggen dat ‘wiegenlied’ fout maar ‘wiegedood’ goed is, qua spelling, wil ik de leidselen verre van mij werpen.