Posts tonen met het label Douglas Stuart. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Douglas Stuart. Alle posts tonen

donderdag, maart 11, 2021

De roman - niet de serie

De roman, het is bekend, wordt regelmatig dood verklaard, of anders wel geacht stervende te zijn. Dit ondanks de niet aflatende stroom van romans die, tot op de dag van vandaag, blijven verschijnen en ook bewonderd, geprezen en bejubeld worden. Niet elke roman wordt door iedereen goed bevonden, ook dat is niets nieuws, maar zelfs een boek als De avond is ongemak weet bewonderaars te enthousiasmeren.

Onlangs was ik zelf als lezer helemaal in de ban van Douglas Stuarts met de Booker Prize 2020 bekroonde debuutroman Shuggie Bain (2020). En, noem het een moment van onnadenkendheid, ik dacht ter beschrijving van mijn leesplezier aan een vergelijking met het binge'n van een televisieserie, vooral om woorden te geven aan mijn drang om – voor, tussen en na de dagelijkse beslommeringen – steeds weer verder te lezen in dat lekker lange en dramatische en fel-realistische verhaal.

Maar nu heeft een heel ander stuk literatuur me bij de kladden, of lurven: de in september 2020 her-uitgegeven debuutroman Divorcing (1969) van Susan Taubes (1928-1969). Het is haar enige roman gebleven.

Divorcing heeft, bijna zonder overdrijving, niets gemeen met Shuggie Bain, of het moet zijn dat beide boeken gebaseerd zijn op autobiografisch materiaal. Maar welke roman is dat niet? En: dat materiaal kent nauwelijks overeenkomsten. Stuart werd pas zeven jaar na Taubes' dood geboren, en niet in Hongarije maar in Glasgow, Schotland, niet als vrouw, niet voor de Tweede Wereldoorlog, niet als hetero, niet als Jood, niet in een intellectueel milieu en misschien zelfs niet als schrijver. Ook verschilt de uitwerking door beide auteurs van hun materiaal tot een roman hemelsbreed.

In Shuggie Bain springt het verhaal lustig door de tijd heen, maar de grote perioden zijn expliciet aangegeven, en de vertelling blijft steeds van dezelfde, klassieke trant, met een rotsvast gevestigde  impliciete auctoriale vertelinstantie die de boel keurig regisseert en het licht nu eens op dit, dan weer op een ander personage zet.

Divorcing daarentegen (voorzichtig: ik ben nog niet eens halverwege met lezen) is een weelderig woekerend, schijnbaar vormeloos rif of oerwoud van tekstsoorten en vertelwijzen en tijdvakken en werkelijkheden, een schromeloos amalgaam van klassieke vertelkunst, directe of indirecte monologen, brieffragmenten, overdenkingen, descripties, dialogen, dromen, hallucinaties, theaterbrokken, essayistische flarden, retroversies, surrealistische scènes en metafictionele passages, om maar een begin van een opsomming te maken. Maar toch wekt deze roman niet de indruk een geforceerd, theoretisch onderbouwd, literair experiment te zijn; het is geen opzettelijke constructie, geen opzichtig spel met de fictionele mogelijkheden. Deze roman moest zo zijn als ze is, zoals ook Jennifer Schaffer zegt aan het eind van een prachtige, uitgebreide, borende beschouwing in The Nation:

It can sometimes seem as though the highest goal for a novel in our time is to be made into a television series. The result has been a procession of novels that read almost like background material for a script: plotted with the aim of being binged, more developed than written, more consumed than read. The reasons for this shift –t he narrowing of possibilities for economic sustainability in the arts, the mass screen-addiction with which analog art forms have been forced to contend – are obvious and therefore uninteresting, as are most of the results. But the power of a reissued novel, especially a mostly forgotten novel by an author long dead, lies in part in its ability to remind us of other goals, other purposes, other conditions for creation. In our era of made-for-adaptation fiction, Divorcing is thrillingly set apart by its manipulation of and deep faith in, the novel as a form. Taubes draws together a tangle of realities and perspectives that could not fit into a medium any less forgiving or less malleable than one lacking in all practical restrictions except that it must take the form of words on pages, bound together in some set order. It has been a while since I last read a novel that gave off that incandescent quality of needing to be exactly what it was, of being unsuitable for any other medium. I had almost forgotten how good it feels.

woensdag, februari 17, 2021

Stijlvariatie

Maar eens met de deur in huis vallend:

As he climbed the stairs to the hallway he could hear her on the phone. "Fuck you, Joanie Micklewith. You tell that whoremastering son of a Proddy bitch that he cannot have his cake and eat it too!" Each filthy syllable was enunciated with the alarming clarity of the Queen's English. "You shitty, dick-sucking bastard. You are as plain and tasteless as the arse end of a white loaf." The receiver went down with a clang, and the bells tinkled with the impact.

Een alinea uit hoofdstuk 'Ten' van Shuggie Bain. Uit het voorafgaande is het de lezer die tot hier is geraakt al wel duidelijk geworden dat met 'he' Shuggie wordt bedoeld. Minder evident is dat 'she' naar diens moeder verwijst, want er stond in de voorgaande alinea niet dat 'he' op weg was naar huis, bijvoorbeeld. De ferme taal die 'she' eruit gooit, laat de lezer evenwel weinig ruimte voor twijfel aan de referent van 'she' en even weinig voor twijfel aan de staat waarin mama weer verkeert.

In al de voorafgaande hoofdstukken is duidelijk een ouderwets soort (volwassen) alwetende verteller aan het woord, zo een die de aandacht van de lezer naar allerlei personages verlegt, meestal per hoofdstuk wisselend, al dan niet abrupt. Van een echte variatie van perspectieven, elk apart aan een personage gebonden, van individuele, persoonlijk gekleurde focalisaties is geen sprake. De anonieme,  soevereine verteller blijft stevig aan het woord en is tevens degene die alles waarneemt, of: die doet alsof hij degene is die, weliswaar in parallel aan het personage, of als vanuit een drone die erboven zweeft, waarneemt wat er gebeurt. In ieder geval ben ik tot hiertoe niet gestruikeld over iets als erlebte Rede.

Misschien vergis ik me, doordat ik dit boek in het Schots gekleurde Engels lees waarin het geschreven is en ik niet gevoelig genoeg ben voor de taalkundige aspecten waarmee subtiele wisselingen in het vertellen en focaliseren gepaard gaan. Mocht dat zo zijn, doet me dat deugd, want ik beleef doorgaans bepaald weinig genoegen aan romans met het kunstmatig benepen perspectief van negen- of anderszins minderjarigen.

Deze verteller vertelt wat er gaande is, alsof hij erbij is of is geweest, maar zonder dat hij een 'getuige' is te noemen (die immers een afwijkende visie zou kunnen hebben), en tegelijk 'toont' hij het gebeuren, in dit geval door te citeren wat 'she' zegt - en dat is net iets anders dan weergeven wat 'he' hoort. Cruciaal verschil. Zou een klein jochie, hoe leep en vroegwijs ook, deze woorden van zijn moeder horen, zou hij misschien de helft ervan niet goed begrijpen, en dus ook niet goed kunnen weergeven. Maar helemaal incompatibel met de versimpeling, eigen aan de werking van een minderjarig brein, zou het commentaar zijn, dat volgt op de 'aansporing' die mama de telefoon in slingert. Het lijkt er eerder op dat deze beschouwing afkomstig is van een afstandelijk en mededogend, zij het ook met een licht dédain genietend Brits parlementslid dat luisterend in zijn clubfauteuil mama's monoloog door een bediende voorgelezen krijgt.

Des te fraaier, dat na het commentaar nog een knaterend citaat van mama op dezelfde pagina staat. En dat daar weer na opnieuw een, aanvankelijk van alle gevoelswoelingen gespeende, commentariërende beschrijving volgt: 'The reciever went down' – alsof dat ding er eigener beweging moedeloos bij gaat liggen, het doorgeven van het schelden moe. Pas daarna volgt toch nog de weerklank van de woordenstrijd en de woede: 'clang' en 'bells', en, eveneens haast onopvallend rijmend, 'tinkled' en 'impact'.

Nu ik het citaat her- en herlees, vraag ik me af hoe hoog Shuggie en zijn moeder eigenlijk wonen, hoeveel verdiepingen mama met haar dithyrambe overbrugt, en wat haar zoontje daar eigenlijk van  vindt. Het is heel prettig voor de zelfstandige lezer dat de verteller dit hem of haar niet allemaal op de mouw heeft willen spelden.