Posts tonen met het label Susan Taubes. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Susan Taubes. Alle posts tonen

woensdag, april 22, 2026

Om

In krantenkoppen zie ik vaak een wanhopig dan wel ondoordacht, maar in ieder geval mijns inziens foutief gebruik van ‘om’.

[hier dat lijstje plakken met irriterende citaten, voornamelijk uit de Volkskrant en van NOS-nieuws. Oh ja: ‘krantenkoppen’ hierboven even vervangen door ‘koppen boven nieuwsberichten’]

Maar zelf kan ik er ook wat van. Op Klasse! plaatste ik een stukje over de Nederlandse vertaling van Susan Taubes roman Lament for Julia. Een trouwe en zeer spitse lezer wees me erop dat ik in de titel  en de labels van mijn blogpost dat boek aanduidde als: Treurzang om Julia. Fout! Zo staat het niet op het omslag, zo staat het niet op de titelpagina (de enig juiste bron voor de titelbeschrijving), niet op de Franse titel en tweemaal niet op het achterplat, evenmin in de tekst van de flap van de voorkant van het omslag.

Mijn vrijwillige corrector was zo aardig erbij te vermelden dat hij ‘om’ mooier vond, maar ja, het was niet in overeenstemming met de bibliografische feiten. Ik ben dat geheel met hem eens en heb inmiddels zowel de kop van mijn tekst als het label aangepast.

[tot mijn schrik, ontstentenis en ach-laat-ook-maar zag ik zoëven dat de fout nog wel in de URL van het stukje staat; geen idee hoe dat aan te pakken...]

Ik denk dat ik ‘om’ niet alleen mooier vind, maar ook beter, qua betekenis (en ik denk dat mijn privé-corrector dat ook vindt en bedoelt). Het boek lijkt namelijk helemaal niet bedoeld te zijn als een treurlied ten behoeve van Julia noch als een treurlied dat aan Julia ten geschenke zou (kunnen) worden aangeboden. Welnee, het is de ik-verteller die een roman lang zijn/haar/diens verdriet uit, verdriet om het verdwijnen van Julia, dat wil zeggen om het verdwijnen van de ware, autonome, oorspronkelijke, onbedorven Julia, verpletterd als die wordt door de last van conventies en gewoonten en fatsoensnormen en navenante zelfkritiek.

Een treurzang is, volgens het WNT:
1. een rouwzang; dan is de implicatie dat Julia niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk dood zou zijn , wat niet geheel onaannemelijk is, al luiden de eerste zinnen van de roman: ‘Ze is weg. Julia heeft me verlaten. Dit keer voorgoed, denk ik.’;

2. een treurdicht; wat in dit geval de betekenis hierboven niet uit- maar juist insluit, met dien verstande dat ‘dicht’ metonymisch moet worden opgevat als aanduiding van wat het woordenboek noemt: een ‘letterkundig product’;

3. ‘(Fig. of oneig.) Relaas van droevig stemmende feiten’; ook dat past prima bij deze roman: heel het leven van Julia is een aaneenschakeling van meer of minder droevig stemmende feiten, zeker in de optiek van de ik-verteller.

Een alternatieve benaming voor een treurzang is, nog steeds volgens het woordenboek: ‘elegie’ of ‘klacht’. En als ik met die termen als zoeklicht een lexicon van literaire termen in duik, kom ik in een woud terecht van na- en aanverwante namen, waaronder: ‘klaaglied’. En dáár is de bron, meer in het bijzonder: in mijn leeslijst voor het eindexamen. Ik moet me wel heel sterk vergissen als ik Marnix Gijsens Klaaglied om Agnes (verschenen in 1951 met een omvang van 185 pagina’s) ver weg in het laatste kwart der jaren zeventig van de voorgaande eeuw niet gelezen zou hebben.

Of ik het boek nog bezit, waarschijnlijk een pocketeditie, mogelijk iets substantiëlers uit mijn vaders boekenkast, zou ik na kunnen gaan, maar omdat primo Nederlandstalig literair proza in mijn huisboekerij twee rijen dik staat geparkeerd als betrof het zwarte SUV’s op zaterdagmiddag  in de hoofdstedelijke P.C. Hooftstraat en secundo mijn linkerarm nog steeds niet volledig is hersteld van de heftige ontmoeting met een witte Toyota Aygo op de negentiende des vorigen maands, ga ik er niet naar op zoek; te veel gedoe want in principe staat er maar één werk per auteur voor op de plank.

Ik zie op het wereldwijde web dat Gijsens boekje in mijn eindexamenjaar zelfs is verschenen in een Bulkboekuitgave. Wat jammer dat ik er, behalve Gijsens eigen naam en de titel van deze roman, geen herinneringen aan heb, zelfs niet aan de referenties aan Glucks Orfeo ed Euridice, dat later een van mijn klassieke favorieten geworden is, om niet te zeggen: de enige opera waar ik wel van kan genieten.

Wat ik wilde zeggen: ik denk begrepen te hebben waardoor ik het verkeerde voorzetsel gebruikte.

[715 woorden voor of om of betreffende 1 voorzetsel]

Dit bericht kreeg een tweede leven op Neerlandistiek.nl, het digitale vakblad voor, door en over taal-, letter- en communicatiekundige neerlandici.

donderdag, maart 11, 2021

De roman - niet de serie

De roman, het is bekend, wordt regelmatig dood verklaard, of anders wel geacht stervende te zijn. Dit ondanks de niet aflatende stroom van romans die, tot op de dag van vandaag, blijven verschijnen en ook bewonderd, geprezen en bejubeld worden. Niet elke roman wordt door iedereen goed bevonden, ook dat is niets nieuws, maar zelfs een boek als De avond is ongemak weet bewonderaars te enthousiasmeren.

Onlangs was ik zelf als lezer helemaal in de ban van Douglas Stuarts met de Booker Prize 2020 bekroonde debuutroman Shuggie Bain (2020). En, noem het een moment van onnadenkendheid, ik dacht ter beschrijving van mijn leesplezier aan een vergelijking met het binge'n van een televisieserie, vooral om woorden te geven aan mijn drang om – voor, tussen en na de dagelijkse beslommeringen – steeds weer verder te lezen in dat lekker lange en dramatische en fel-realistische verhaal.

Maar nu heeft een heel ander stuk literatuur me bij de kladden, of lurven: de in september 2020 her-uitgegeven debuutroman Divorcing (1969) van Susan Taubes (1928-1969). Het is haar enige roman gebleven.

Divorcing heeft, bijna zonder overdrijving, niets gemeen met Shuggie Bain, of het moet zijn dat beide boeken gebaseerd zijn op autobiografisch materiaal. Maar welke roman is dat niet? En: dat materiaal kent nauwelijks overeenkomsten. Stuart werd pas zeven jaar na Taubes' dood geboren, en niet in Hongarije maar in Glasgow, Schotland, niet als vrouw, niet voor de Tweede Wereldoorlog, niet als hetero, niet als Jood, niet in een intellectueel milieu en misschien zelfs niet als schrijver. Ook verschilt de uitwerking door beide auteurs van hun materiaal tot een roman hemelsbreed.

In Shuggie Bain springt het verhaal lustig door de tijd heen, maar de grote perioden zijn expliciet aangegeven, en de vertelling blijft steeds van dezelfde, klassieke trant, met een rotsvast gevestigde  impliciete auctoriale vertelinstantie die de boel keurig regisseert en het licht nu eens op dit, dan weer op een ander personage zet.

Divorcing daarentegen (voorzichtig: ik ben nog niet eens halverwege met lezen) is een weelderig woekerend, schijnbaar vormeloos rif of oerwoud van tekstsoorten en vertelwijzen en tijdvakken en werkelijkheden, een schromeloos amalgaam van klassieke vertelkunst, directe of indirecte monologen, brieffragmenten, overdenkingen, descripties, dialogen, dromen, hallucinaties, theaterbrokken, essayistische flarden, retroversies, surrealistische scènes en metafictionele passages, om maar een begin van een opsomming te maken. Maar toch wekt deze roman niet de indruk een geforceerd, theoretisch onderbouwd, literair experiment te zijn; het is geen opzettelijke constructie, geen opzichtig spel met de fictionele mogelijkheden. Deze roman moest zo zijn als ze is, zoals ook Jennifer Schaffer zegt aan het eind van een prachtige, uitgebreide, borende beschouwing in The Nation:

It can sometimes seem as though the highest goal for a novel in our time is to be made into a television series. The result has been a procession of novels that read almost like background material for a script: plotted with the aim of being binged, more developed than written, more consumed than read. The reasons for this shift –t he narrowing of possibilities for economic sustainability in the arts, the mass screen-addiction with which analog art forms have been forced to contend – are obvious and therefore uninteresting, as are most of the results. But the power of a reissued novel, especially a mostly forgotten novel by an author long dead, lies in part in its ability to remind us of other goals, other purposes, other conditions for creation. In our era of made-for-adaptation fiction, Divorcing is thrillingly set apart by its manipulation of and deep faith in, the novel as a form. Taubes draws together a tangle of realities and perspectives that could not fit into a medium any less forgiving or less malleable than one lacking in all practical restrictions except that it must take the form of words on pages, bound together in some set order. It has been a while since I last read a novel that gave off that incandescent quality of needing to be exactly what it was, of being unsuitable for any other medium. I had almost forgotten how good it feels.