Posts tonen met het label James Joyce. Alle posts tonen
Posts tonen met het label James Joyce. Alle posts tonen

zaterdag, maart 07, 2020

Evelines dodelijke angst

Een station associeer ik voor alles met reizen, met bewegen, met het gaan naar en komen van andere oorden dan je thuis, idealiter: verre oorden. Een "station" lijkt me, ook in het Engels, een oord van reizen.

In het Dubliners-verhaal "Eveline" is het station het startpunt van Evelines verhuis-beweging, van emigratie vanuit Dublin naar wat in dat verhaal heet: Buenos Ayres. Maar Eveline stáát op dat station, ze réíst er niet vandaan naar het gedroomde echtelijk huis in Argentinië met haar geliefde Frank. Ze reist er in de vertelling strikt genomen zelfs niet eens naartoe. Er wordt geen logische geleidelijke overgang van de ene naar de andere situatie verteld.

In het eerste en grootste gedeelte van het verhaal wordt ze letterlijk sedentair voorgesteld. Ze zit 's avonds aan het raam, bladzijden lang. De openingszin van het verhaal is: "She sat at the window watching the evening invade the avenue." Niet zij, maar de avond reist. Zij zit, peinst en mijmert. En bijna vier pagina's later, met twee (afscheids)brieven in haar schoot, zit ze daar nog steeds: "Her time was running out but she continued to sit by the window". Niet zij, maar de tijd reist, zou je kunnen zeggen.

En dan: "Down far in the avenue she could hear a street organ play." Het deuntje heeft ze eerder al eens gehoord, en ze herinnert zich de wartaal die haar zieke moeder toen, in haar "final craziness", bleef herhalen "with foolish insistence": "Derevaun Serun! Derevaun Seraun!"

Dan pas, na die herinnering, staat ze, plotseling, op: "She stood up".

Er zijn normaliserende pogingen ondernomen om de (corrupt Iers of Gaelic klinkende) onzin die haar in waanzin stervende moeder uitkraamt, te herleiden tot een iets zinniger uitspraak in 'goed' Iers. Maar deze uitroep kan je, in de geest van Hélène Cixous ook opvatten als (een fragment) écriture féminine (net als het geraaskal van Mrs Kearney: "I'm a great fellow fol-the-diddle-I-do"). Zo bezien vormt de uitroep met de reactie erop van Eveline, een fraai voorbeeld van feminiene sympathie: Eveline staat juist pas na die kreet op, niet als uitkomst van rationele overwegingen, maar schijnbaar impulsief, om gevolg te geven aan haar reeds eerder genomen, maar later toch weer betwijfelde, eigen besluit om met haar Frank naar Buenos Ayres af te reizen.

Dat is, denk ik, de productieve interactie tussen herinnering en heden die de tekst impliceert. Het is niet precies wat er (letterlijk) in de tekst staat. Er staat: "She stood up in a sudden impulse of terror. Escape! She must escape! Frank would save her." En "terror" vat ik, op gezag van de Cambridge Dictionary, op in de betekenis: "extreme fear".

Die extreme of finale angst kan veroorzaakt zijn door het inzicht in het lot en het levenseinde van haar moeder: "the pitiful vision of her mother's life laid its spell on the very quick of her being - a life of commonplace sacrifices closing in final craziness." Het is de vraag of in deze samengestelde zin "a life" alleen terugslaat op het leven van Evelines moeder, of dat het ook refereert aan Evelines eigen "being". Als antwoord kies ik voor: "a life" refereert zowel aan het leven van de moeder als aan dat van de dochter. Zij verstaan elkaar. In Argentinië, dacht Eveline eerder al, "She would not be treated as her mother had been."

Als Eveline die impuls aansluitend heeft doordacht en dat doordenken heeft besloten met: "He [Frank] would save her", staat er, na een witregel, opeens: "She stood among the swaying crowd in the station at the North Wall". Plotseling, na de ellips, is ze, nee: staat ze ergens anders (het genoemde treinstation werd voor personenvervoor in 1922 gesloten). En even later "She gripped with both hands at the iron railing." Kortom, om wijlen Bob Fosko te parafraseren: "Ze gaat niet, ze gaat niet, ze staat stil!"

En wat staat er in Van Dale s.v. "station" onder meer? Dit, als vierde betekenis: "standplaats, post aan een of meer oorlogsschepen aangewezen, waar zij belast zijn voor de veiligheid der koopvaardij-schepen van hun natie te waken of de onderdanen van die natie te beschermen". Vooral dat "standplaats" trof me in het licht van Evelines geschiedenis.

Maar ook de eerste betekenis is intrigerend: "pleisterplaats" (namelijk "aan een postweg waar de paarden werden verwisseld"). Vooral heeft het woord - in mijn ervaring althans - de (tweede Van Dale-) betekenis: "plaats van aankomst en vertrek der spoortreinen". De plaats dus waar treinen stilstaan.

Met andere woorden: een station is voor een reis wat de blinde vlek, de plaats waar de gezichtszenuw het netvlies verlaat, is voor het zien: het is de plaats waar niet daadwerkelijk wordt gereisd maar zonder welke de reis onmogelijk zou zijn. Een station staat voor "stasis" binnen de dynamiek van het reizen.

De bittere ironie van het verhaal is dat Eveline, ondanks haar grondige pogingen te ontsnappen aan haar lot, eraan ten onder gaat. Ze wordt net zo gek als haar moeder en sterft (moreel en/of psychisch althans) nog tijdens haar (biologische, organische, sociale) leven, verlamd, verkleefd aan de reling, terwijl haar Frank met de stoomboot naar Argentinië vaart. De gedachte dat "Her time was running out", heeft in de erlebte Rede van Eveline alleen betrekking op het naderen van het moment van afvaart, maar in de tekst van de verteller zijn die woorden ook te verbinden aan haar moeders - en aan Evelines eigen - "final craziness".


(met dank aan David Pescoe en Cathelein Aaftink)

donderdag, februari 13, 2020

Scrupulous meanness

Het is aan de Universiteit Utrecht, meer in het bijzonder op het departement Talen, Literatuur en Communicatie, kortweg TLC weer het seizoen voor de academische contextcursus Literary Toolbox. Daarin staat als primaire tekst de bundel Dubliners van James Joyce centraal (voor het eerst uitgegeven in 1914). Deze week ging het over het verhaal 'A Little Cloud', en over de stilistiek als invalshoek.

Dus belichtten we onder meer de omschrijving die Joyce zelf eens heeft gegeven van zijn stijl in Dubliners:
I have written it for the most part in a style of scrupulous meanness and with the conviction that he is a very bald man who dares to alter in the presentment, still more to deform, whatever he has seen and heard. I cannot do any more than this. I cannot alter what I have written.
Daarnaast of -bij moesten de studenten een artikel lezen van Roy Gottfried, die probeert om (een nieuw) licht te werpen op wat dat nou wellicht zo'n beetje inhoudt, die 'scrupulous meanness'; een klusje dat hij klaart met de inzet van heel veel vooronderstellingen, vooral aangaande wat Joyce allemaal had gelezen, wist, wilde en beoogde (alsof het concept van de 'intentional fallacy' nog uitgevonden zou moeten worden).

Gottfried lanceert allerlei speculatieve, maar mijns inziens ook prikkelende ideeën en opinies. Een ervan is dat Joyce, toen hij zijn eerste Dubliners-verhalen schreef, op verzoek van de redacteur van The Irish Homestead, de stijl probeerde te imiteren van de schrijvers van de Literary Revival, omdat de lezers van dat boerenblad daar wel bekend mee en dol op zouden zijn. Joyce zou die stijl zo goed  hebben willen kopiëren dat hij haar willens en wetens tegelijkertijd belachelijk zou maken.

Deze stijl zou bestaan uit een mix van schijnbaar incompatibele componenten, zoals realistische descripties en gezwollen taal, platvloerse zaken en verheven moraal (ik denk dat ik nu de grenzen van wat nog een nauwkeurige parafrase van Gottfrieds beweringen mag heten, al wel achter me heb gelaten, maar de strekking is nagenoeg geen geweld aangedaan). Naast tegeltjeswijsheden die personages debiteren vind je in Dubliners dan ook nogal wat gezwollen, Latinistische humbug.

En ja, je zou zo ver kunnen gaan om die platheid, het vulgaire, het gemene weerspiegeld te zien in 'meanness', en het protserig Latinistische in 'scrupulous'. Gottfried kan dat laatste niet uitleggen zonder als het ware te putten uit een bron waar hij helemaal geen toegang toe heeft:
As a competent Latinist Joyce would know about the scrupula which, like the small stone that punctures the foot or the small weight that tips the scale, is the small detail which troubles the surface of the apparently placid prose within that 'mean' style.
Me dunkt dat 'scrupulous' ook (en vooral) 'nauwgezet' betekent, en dat juist doordat Joyce de Dublinese platheden zo nauwgezet weer weet te geven, zijn stijl ook 'gemeen' is, venijnig, omdat zijn realisme erdoor omslaat in spot, parodie of ironie.

't Probleem met die Latinismen is dat ze niet allemaal altijd protserig overkomen. Een woord als 'table' zal, ook door een Dublinees, niet als een oorspronkelijk Latijns woord ervaren worden, denk ik. Kwestie van gewenning, onder andere, lijkt me. Om die veronderstelde gewenning aannemelijk te maken, kan je in de British National Corpus nagaan hoe frequent een woord in het Engels wordt gebruikt. 'The British National Corpus (BNC),' moet je weten, 'is a 100 million word collection of samples of written and spoken language from a wide range of sources, designed to represent a wide cross-section of British English from the later part of the 20th century, both spoken and written.'

Vandaag kwam in het werkcollege het woord 'equipoise' ter sprake. Het komt maar eenmaal voor in 'A Little Cloud', en dat is meteen ook de enige keer dat het in heel Dubliners verschijnt. Een uniek, daardoor onbekend, wellicht ook vreemd woord. Maar het blijft leerzaam om toch ook de frequentie ervan in de BNC te checken, alsmede die van enkele synoniemen.

In de BNC heeft 'equipoise' een frequentie van 0,04 per 1.000.000 woorden. Een synoniem als 'equilibrium' heeft een frequentie van 16,86 per 1.000.000, en 'balance' zelfs een van 89,19 per miljoen woorden. Dat geeft wel aan hoe excentrisch Joyce's woordkeuze hier inderdaad is.

Het woord staat in deze zin:
The adventure of meeting Gallaher after eight years, of finding himself with Gallaher in Corless’s surrounded by lights and noise, of listening to Gallaher’s stories and of sharing for a brief space Gallaher’s vagrant and triumphant life, upset the equipoise of his sensitive nature.
Het onderwerp van de zin is (relatief) lang en samengesteld, om niet te zeggen: complex ('The adventure of [1], of [2], of [3] and of [4]'). Qua lengte en samenstelling is dat onderwerp niet in evenwicht met de rest van de zin. Dat lijkt me een nauwgezette, iconische syntactische structuur.

Dat viel me vandaag pas op.

donderdag, februari 22, 2018

Letterlijk

Lily, the caretaker's daughter, was literally run off her feet.
Met die zin begint het slotverhaal 'The Dead' van James Joyce's Dubliners. Wallace Gray maakt op WWD deze notitie bij dat 'literally':
A fine example of stylistic infection, in which the personality of the character being written about begins to influence the author's choice of words and rhythms. The correct word would be 'figuratively,' but to say 'literally' is common among many people, particularly those with Lily's minimal education.
Dan is het wel grappig om het volgende te lezen in een artikel van een hoogleraar Engels van de University of Massachusetts-Boston over 'A Little Cloud', eveneens uit Dubliners:
Even Warren Beck,* whose reading of the story is, among all of the commentaries on and analyses of the story proper, one of the more compelling and more coherent, finds the specific significance of the 'little cloud' literally nebulous 
Nu kan het zijn dat die hoogleraar, Thomas B. O'Grady, in dat citaat uit zijn artikel 'Little Chandler's Song of Experience' (in James Joyce Quarterly 28.2 (1991): 399-400) bedoelt dat Warren Beck letterlijk het woord 'nebulous' gebruikt (en niet, dat Beck dat woord 'letterlijk' gebruikt, als ik nog duidelijke ben...), maar om dat  te controleren, zou ik Becks Joyce's "Dubliners": Substance, Vision, and Art moeten inzien.

* Pas op: in de Joyceaanse epitekst-fabriek worden zelden eenvoudige hengeltjes gebruikt om minieme betekenisvisjes binnen te halen (excuses voor de metaforenmix). Of, om te variëren op wat de Franse spoorwegen bij alle overwegen zeggen: Voorzichtig, een interpreet kan een andere verbergen.

donderdag, februari 15, 2018

A Close Reading of some "But"'s

In een werkgroepbijeenkomst van de cursus Literary Toolbox (UU) vroeg een student naar de betekenis van een rare zin in de eerste alinea van “The Dead” van James Joyce. Het gaat om de tweede zin in het volgende citaat:
It was well for her she had not to attend to the ladies also. But Miss Kate and Miss Julia had thought of that and had converted the bathroom upstairs into a ladies’ dressing-room. (Joyce, 175)
Die was mij ook al opgevallen, maar ik kon er niets mee, dus dacht ik er wijs aan te doen erover te zwijgen (symptoom van een omgekeerd Halbe-Zijlstra-syndroom). Vooral dat “But” leek me vreemd, omdat er geen tegenstellend verband tussen de inhoud van de twee zinnen lijkt te bestaan, maar een verklarend. Ik zou eerder iets als “Since” verwachten. Ik wil proberen het gebruik van “But” op deze plaats te verklaren.

Pas bij herlezing van het verhaal zag ik dat aan het eind van de tweede alinea nog tweemaal “But” op een opmerkelijke manier wordt gebruikt, en wel in een passage die met dezelfde woordgroep begint als de allereerste alinea:
Lily, the caretaker’s daughter, did housemaid’s work for them [i.e. for Julia and Kate]. Though their life was modest they believed in eating well; the best of everything: diamond-bone sirloins, three-shilling tea and the best bottled stout. But Lily seldom made a mistake in the orders so that she got on well with her three mistresses. They were fussy, that was all. But the only thing they would not stand was back answers. (176)
Maar er is meer op te merken over taalgebruik en Lily. Zij weet de achternaam van hoofdpersoon  Gabriel Conroy kennelijk niet goed uit te spreken: “Gabriel smiled at the three syllables she had given his surname and glanced at her.” (177) Dat Gabriel zich welbewust is van zijn hoge(re) scholing (“their grade of culture differed from his”, denkt hij over al de anderen, p. 179), moet ik hier helaas onbesproken laten, net als de gedachte dat er een associatief verband kan bestaan tussen “surname en sirloins” dat weer een verklaring kan zijn voor Lilys geprikkelde reacties op Gabriel.

Sommige taaluitingen van Lily zijn (misschien, want mijn Engels is verre van feilloos) niet van het hoogste BBC-gehalte: “Oh no, sir, she answered. I’m done schooling this year and more.” (177) En: “The men that is now is only all palaver and what they can get out of you.” (178) Zeker die laatste zin lijkt me een uiting van informele spreektaal.

Als dit klopt, denk ik dat er in de eerste twee citaten sprake is van erlebte Rede, van de vervlechting van enerzijds specifieke taalelementen van een personage in het verhaal en anderzijds taalelementen van de verteller, die buiten de verhaalde wereld staat; tekstinterferentie dus (zie verder Van Boven en Dorleijn). De verteller blijft aan het woord, maar geeft gedachten of visies van een personage weer, daarbij gebruikmakend van enkele typische spreektaalelementen van het personage. Het lijkt erop dat de verteller hier een eigenaardigheidje van Lilys taalgebruik kopieert, namelijk om zinnen met “But” te beginnen, een woord dat dan betrekkelijk betekenisloos is. Een spoor van haar spreektaal.

Misschien duidt in het eerste citaat ook de woordgroep “It was well for her” op het vermengen van de twee registers; die woordgroep kan vertaald als: Het was haar best, de weergave door de verteller van wat in een echte Lily-monoloog zou kunnen luiden: “’t Is mij best […].” En deze veronderstelling deel ik, bij nadere naslag, met Wallace Gray, die in zijn digitale introductie tot Dubliners noteert: “The expression ‘well for her’ is the kind of language a Dubliner of her economic and social caste would use; here, it becomes part of the author’s style.” By the way: ik zou hier liever van “the narrator’s style” spreken.

Over het tweede stuk vertellerstekst dat ik hierboven citeerde, zou dan nog dit zijn op te merken. Aanvankelijk is daar inderdaad de verteller aan het woord. In de zinnen die eraan voorafgaan, refereert deze namelijk aan “Julia” en “Kate”, terwijl het bij de positie van Lily past om netjes te spreken over “Miss Kate and Miss Julia” zoals uit het eerste citaat blijkt, en zoals ze ook daadwerkelijk doet als ze hen vertelt dat Mr Conroy is aangekomen (176).  Gabriel op zijn beurt heeft het over “Aunt Kate” (177, bijvoorbeeld), en de verteller neemt dat van hem over wanneer deze Gabriels gedachten of visie weergeeft (179, bijvoorbeeld). Overigens duidt ook de letterlijke herhaling van de beginzin erop, dat de verteller aan het woord is. De twee zinnen die met “But” beginnen, bevatten dan dus zijn weergave van observaties van Lily.

Om een en ander helder te houden, is het handig om het narratologisch onderscheid te hanteren tussen ‘vertelling’ (wie voert het woord) en ‘focalisatie’ (wie neemt waar). Leonard maakt in zijn bijdrage aan het boek van Attridge wel het onderscheid tussen deze fenomenen, maar hij gebruikt helaas niet deze terminologie. Hij omschrijft wat hij (mijns inziens niet geheel terecht) noemt “one of Joyce’s great achievements” (dat kunstje had Joyce af kunnen kijken van Flaubert onder anderen) als volgt: “an ‘objective’ narrative that, at the same time, appears unable to exceed the character’s perspective.” (Leonard, 96)


Literatuur

Boven, Erica van, and Gillis Dorleijn. Literair Mechaniek: Inleiding tot de Analyse van Verhalen en Gedichten. 1999. Coutinho, 2013.

Gray, Wallace. “James Joyce’s Dubliners: An Introduction.” World Wide Dubliners.

Joyce, James. “The Dead.” Dubliners, with an introduction and notes by Terence Brown. 1992. Penguin Books, 2000, pp. 175-225.


Leonard, Garry. “Dubliners.” The Cambridge Companion to Joyce, edited by Derrek Attridge, Cambridge UP, 2004, pp. 87-102. CambridgeCore.