Posts tonen met het label taalgebruik. Alle posts tonen
Posts tonen met het label taalgebruik. Alle posts tonen

vrijdag, januari 30, 2026

Ik begrijp het wel, maar het staat er niet - leve de halsstarrige lezer

 


Uiterst wrang, deze beschrijving op #Bluesky van de even wrange Minneapolische werkelijkheid anno 2026. Maar echt helemaal klopt-i niet, qua formulering, leek me. Er wordt in het tekstje maar één groep mensen genoemd op wie de prominent voorop geplaatste bepaling betrekking kan hebben: ‘burgers’.

Voor je het weet, lees je het bericht verkeerd en denk je dat de nieuwswaarde ervan is dat burgers niet, en zeker thuis niet behoren te beschikken over ‘moderne militaire technolog[ie]’. Maar een dergelijke duiding strookt evident niet met het beeld erbij: niet de burgers zijn met moderne militaire technologie uitgerust, maar de bezoekers. De enige burger op de foto heeft een standaard-technologische telefoon in haar hand. Haar mond wijkt van schrik wijd open. In het land van wijlen Good en Pretti kan je immers in koelen bloede door staatsagenten vermoord worden als je zichtbaar een telefoon bij je hebt (er staat ook nergens in hun grondwet dat ze telefoons mogen bezitten).

Het hele misverstand had voorkomen kunnen worden als de berichtgever de actie niet in een passieve constructie had gevangen, maar deze met de executeurs er expliciet bij had benoemd en beschreven: ‘Uitgerust met moderne militaire technologie zoeken agenten van ICE, de federale vreemdelingen-politie, burgers in de VS thuis op’.

Dan nog kan je denken: ‘Komen die agenten op bezoek met allemaal militaire technologie? Da’s toch ook niet gezellig op de koffie?!’

Of: ‘Waren ze die burgers dan kwijt? En hoe diep hebben die burgers zich thuis verstopt, dat er militaire technologie voor nodig is om ze te kunnen (her)vinden?’

Of zouden de vier, in het Bluesky-bericht niet genoemde, agenten toch in werkelijkheid iets anders doen met een knaldemper, een laserwapen, een vuurwapenrailinterfacesysteem, een munitiemagazijnvergroter en een magazijndraagzak? Ja, op de foto staat er in de Amerikaanse bron bij: ‘Dat lijkt allemaal meer thuis te horen op een slagveld’.

Kortom: zo eenvoudig is het allemaal niet. Misschien was louter de foto met annotaties afdoende.

dinsdag, juni 10, 2025

Vergrotender trapper

Het gebeurt nog steeds: ik wil iets lezen omdat de kop boven een artikel in de krant mijn aandacht trekt. Nu was het een bericht dat meldde dat men in Iran bezig is het houden, het vervoeren en/of het uitlaten van honden aan regels te binden en zelfs te verbieden; dat laatste lijkt het doel. Autocraten hebben immers idiote trekjes. Nu dit weer. Gevolg? Iraanse burgers met een gezonde afstand tot de malle mores van de denkpolitie gaan juist honden aanschaffen, vervoeren en uitlaten in de openbare ruimte.

Maar voor ik het artikel ten einde had gelezen, was mijn aandacht al weggedwarreld naar een prikkelende formulering in het bericht in de digitale Volkskrant (d.d. 9 juni 2025). Ik citeer:


Ik denk dat ik zelf de formulering ‘steeds vaker’ heel vaak gebruik in gesprekken en monologen, dus zo gek is die in wezen misschien niet, maar ermee geconfronteerd op schrift struikelt mijn lezend oog er wel over als iemand anders er gebruik van maakt.

Er zitten twee haakjes aan de formulering in mijn optiek (neem me de pijnlijke beeldspraak niet kwalijk). In de eerste plaats lijkt er in de frase de suggestie te zitten van een oneindige acceleratie, iets wat in weinig tot geen tijd tot een fysieke onmogelijkheid moet leiden. Je kunt iets morgen tweemaal doen, en dat is dan vaker dan vandaag eenmaal, en vervolgens kan je het overmorgen driemaal doen, wat weer vaker is dan de dag ervoor, en daarna viermaal en zo verder, maar hoeveel verder dat kan gaan, lijkt me gebonden aan een grens, om niet te zeggen: eindpunt. Op één dag kan je een hond bijvoorbeeld maximaal 96 keer een kwartier uitlaten. Meer kwartieren zitten er nu eenmaal niet in een etmaal, en een hond korter dan een kwartier uitlaten is volkomen onzinnig, zeker als je, zoals ik, multatuliaans op drie-hoog-achter woont. Ik laat het aan een rekenkundig begaafder iemand over om uit te vogelen hoelang je bezig bent om een hond elke dag een kwartier meer uit te laten dan de dag ervoor, maar mijn intuïtie zegt: het is een beperkte reeks. Kortom: ‘steeds vaker’ is een onmogelijkheid, zodra die grens is bereikt. En daarom vind ik het een beetje een onzinnige formulering.

In de tweede plaats denk ik dat er in Iran waarschijnlijk maar heel weinig mensen zijn die daadwerkelijk zelfs maar basaal ‘vaak’ een hond kopen, zelfs in het huidige kynokataklyptische tijdsgewricht. Ook daar moet een fysieke grens aan zijn, al was het maar omdat je (veel) geld (over) moet hebben om steeds weer een hond erbij te kunnen kopen, en om steeds meer honden te voeren en, inderdaad, om die steeds talrijker wordende hondenschare ook nog eens steeds vaker per etmaal uit te laten; met zestien honden haal je de 96 keer per dag echt niet, zelfs niet als je al die beesten hebt geleerd strikt synchroon te poepen en de burgerplicht verzaakt om de shit achter al die hondenaarzen op te ruimen. Iraniërs zijn in onze ogen misschien een mythisch volk, maar zo verheven lijkt me bovenmenselijk.

Ik begrijp ook wel dat de journalist van dienst een en ander niet zo letterlijk, maar heel anders bedoeld heeft. Ik denk en hoop dat de verslaggever heeft willen zeggen dat meer (vooral jonge en rijke) Iraniërs de laatste tijd een hond kopen dan in de tijd voordat de hondenrestricties van hogerhand van kracht werden. Of er ook ‘steeds’ meer hondeneigenaren bijkomen, kan ik van hier uit niet overzien, maar op een gegeven moment moet de voorraad jonge en rijke Iraniërs (financieel en anderszins) uitgeput zijn. Dat laat zich raden, hoe duur hier de olie ook wordt.


Een grappige (pas op, dit wordt een lange zin) bijkomstigheid, zo dacht ik na een blik in het WNT, is dat een betekenis van – en synoniem voor – ‘vaak’, voor zover ik weet, niet de mogelijkheid biedt er een vergelijkbare, tot vreemde, fictieve of imaginaire (wan)toestanden leidende formulering mee te maken. Immers: ‘dikwijls’ kent, bij mijn weten (en de gratis online Van Dale ondersteunt dat), geen vergrotende trap. We weten nu wellicht waarom.

Rest de vraag: waaraan dankt ‘vaak’ de mogelijkheid tot vorming van de vergrotende, en zelfs ook de overtreffende trap, terwijl er geen ‘dikwijlzer’ en ‘dikwijlst’ is, noch ‘dikkerwijls’ en ‘dikstwijls’?


Dit bericht kreeg een tweede leven op Neerlandistiek.nl, het online vaktijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde.

donderdag, januari 24, 2019

Zijn romans sinds 1950 eenvoudiger geworden?

Zijn Nederlandse romans wat betreft taalgebruik eenvoudiger geworden sinds 1950? Laurens Ham, Leo Lentz, Henk Pander Maat en Fabian Stolk (Universiteit Utrecht) dàchten van wel... en zochten het uit. Zie (een samenvatting van) het verslag van hun zoektocht naar een antwoord in de NRC en het TNTL.