zondag, september 04, 2016
Lezen na de Nacht (poëzie)
vrijdag, augustus 26, 2016
Influenza?


dinsdag, augustus 16, 2016
Effe zeuren
Daarna schrijft Buser:
'Dat Fabian Stolk ergens opmerkt "er is slechts één louter zurige recensie [van werk van Annemarie Estor; FS], die van Nikki Dekker op 8WEEKLY, dat evenwel geen vooraanstaand literair-kritisch orgaan genoemd kan worden", is daarom bepaald niet chique en een beetje jammer.'
Toen ik dat las, vroeg ik mij af: 'Waarom? Waarom staat er daar "daarom"?'
Is het 'niet chique' om één specifieke website 'geen vooraanstaand literair-kritisch orgaan' te noemen omdat Joosten vindt dat 'de internetkritiek' in zijn algemeenheid 'stilaan [in] de nieuwe dimensie [...] voorziet'? Is het 'niet chique' om iets anders te vinden dan een collega? Als dat zo is, zit er inderdaad een groot gat in mijn kennis van de literaire meningen-etiquette, want over meningen hebben we het hier. En, wellicht ten overvloede: het internet is wat anders dan één website.
Ik hoor graag - mocht het zo zijn - dat 8Weekly wèl een vooraanstaand literair-kritisch orgaan genoemd zou kunnen worden; mij best, kan best, er gaan dagen voorbij dat ik niets van die stek lees; de ene mening voor een andere. Maar dan snap ik niet dat Buser die site zelf niet noemt in zijn opsomming van 'verschillende websites [die] misschien (nog) niet hun prestige hebben, maar die ruimte [voor recensies] juist wel bieden. Denk aan het wat academischere De Reactor, of juist wat meer mainstreamsites als Meander of inderdaad Literair Nederland.' Is dat misschien omdat bedoelde webstek toch '(nog) niet [zijn] prestige' heeft, met andere woorden (nog) 'geen vooraanstaand literair-kritisch orgaan genoemd kan worden'?
zaterdag, augustus 13, 2016
Hedendaags Marechaussisme
zondag, augustus 07, 2016
Vertalen
(1a) Goedemorgen.
(1b) Hé, hallo!
(1c) Mohgge...
(1d) [Een gebaar]
(1e) Hoi.
(1f) Chill, jij ook hier?!
(1g) 'Goeîe smorregges!!!'
(2a) het vreemde hoge zingen van een of ander vliegtuig boven haar
(3a) liet doorschemeren dat zijn vrouw een of andere inwendige kwaal had
(4a) Het een of andere comité, ze vroeg er nooit naar.
(5a) Maar dat zij op de en of andere manier in de straten van Londen,
(6a) Ze moest hem meenemen naar een of ander park.
(7a) De koningin, die naar een of ander ziekenhuis ging, de koningin die een of andere bazar ging openen
(2b) het vreemde hoge zingen van een vliegtuig boven haar
(3b) liet doorschemeren dat zijn vrouw een inwendige kwaal had
(4b) Een comité, ze vroeg er nooit naar.
(5b) Maar dat zij in de straten van Londen,
(6b) Ze moest hem meenemen naar een park.
(7b) De koningin, die naar een ziekenhuis ging, de koningin die een bazar ging openen
(2c) the jingle and the strange high singing of some aeroplane overhead
(3c) intimating [...] that his wife had some internal ailment
(4c) Some committee, she never asked what.
(5c) but that somehow, in the streets of London
(6c) She must take him away into some park.
(7c) The Queen going to some hospital; the Queen opening some bazaar
(2c) the jingle and the strange high singing of an aeroplane overhead
(3c) intimating [...] that his wife had an internal ailment
(4c) A committee, she never asked what.
(5c) but that, in the streets of London
(6c) She must take him away into a park.
(7c) The Queen going to a hospital; the Queen opening a bazaar
De blöde hermeneut (rectificatie)
Het is hier niet gezellig meer
maandag, mei 30, 2016
Even iets rechtzetten
Het vroor nog licht toen Marius om tien uur 's ochtends het hekje opende en met een trouwboeket waarin vooral witte fresia's waren verwerkt onder de van dennentakken gevlochten boog met bovenin in heldere kleur- | en het bordje HULDE AAN HET BRUIDSPAAR naar de | voordeur van de Zegerijstraat 16 liep.
Het vroor nog licht toen Marius om tien uur 's ochtends het hekje opende en met een trouwboeket van vooral witte fresia's onder de boog van gevlochten dennentakken met bovenin het helder gekleurde bordje HULDE AAN HET BRUIDSPAAR, naar de voordeur van de Zegerijstraat 16 liep.
Het vroor nog licht toen Marius om tien uur 's ochtends met een trouwboeket van vooral witte fresia's onder de boog van gevlochten dennentakken, met bovenin het helder gekleurde bordje HULDE AAN HET BRUIDSPAAR, naar de voordeur van de Zegerijstraat 16 liep.
Het vroor nog licht om tien uur 's ochtends. Marius liep met een boeket witte fresia's onder de boog van gevlochten dennentakken met HULDE AAN HET BRUIDSPAAR naar de voordeur van de Zegerijstraat 16.
Het vroor nog licht om tien uur 's ochtends. Marius liep met een boeket witte fresia's onder de boog van gevlochten dennentakken met HULDE AAN HET BRUIDSPAAR naar Zegerijstraat 16.
Het vroor nog licht om tien uur 's ochtends. Marius liep met zijn boeket witte fresia's door de boog van gevlochten dennentakken met HULDE AAN HET BRUIDS-PAAR naar Zegerijstraat 16.
Het vroor nog licht om tien uur 's ochtends. Marius liep met zijn boeket witte fresia's door de boog van gevlochten dennentakken, waaraan de HULDE AAN HET BRUIDSPAAR hing, naar Zegerijstraat 16.
maandag, mei 23, 2016
Stijl, meer in het bijzonder de poëtische.
Omdat het verhaal nogal dun is, moet dit boek het hebben van de stijl. Die is grof, maar soms ook poëtisch – ‘Troosteloze flats stapelen zichzelf de grijste in’, of grappig – ‘Eva en de alcoholadefabriek. Met de pont over de portrivier van Willy Wodka’. In een van de weinig vrolijke en uitgelaten momenten van Eva schrijft Bergsma: ‘Ik ben het grootste uitroepteken dat er rondloopt.’ Taalvaardig en creatief met woorden en beelden is ze zeker.
Maar deze flats kunnen zich stapelen. Niets of niemand kan zich(zelf) stapelen, dus dit moet wel heel erg beelden taalgebruik zijn. Stapelen is immers een overgankelijk, en niet een wederkerend werkwoord. De lezer moet zich dus maar een beeld in gedachten zien te vormen van flats die zich op elkaar stapelen, flat op flat, deze hand op deze hand. Kleuterpoëzie.
Nog bijzonderder wordt het wanneer blijkt dat deze flats zichzelf de grijste in stapelen, wat wil zeggen dat zij zich, zonder hulp van buiten, zo op elkaar stapelen dat zij maar liefst in de grijste uitkomen, wat een stuk verder ligt dan de zwartte en dan de roodte, en al helemaal veel verder dan de witte en de paarste.
Zeven woorden, barstensvol poëzie. Creatief met woorden.
zaterdag, mei 21, 2016
Au courant
Voorbeelden uit de werkelijkheid zijn (3) en (4):
(3) Wat opvalt is zijn duidelijke voetbalvisie. (Bron)
(4) Wat opvalt is dat de wedstrijd eigenlijk heel saai was. (Bron)
En nog beter, want concreter en minder (loos) generaliserend:
(6) Het valt mij op dat [...].
De vraagt staat nog open of de bedoelde constructie in (1) correct is. Het internet, de grote dagelijkse-taalbak, leverde me geen andere voorbeelden van het gebruik van deze constructie. Dan maar een andere verzonnen in een gedachtenexperiment om na te gaan of ze correct kan zijn. Zin (8) bevat een (het bleek deze week weer, helaas) gewone constructie:
(8) Het vliegtuig stortte neer.
Daar kan je - denk ik - extra nadruk aan geven door de woordvolgorde te veranderen, zoals in:
(9) Neer stortte het vliegtuig.
Maar moet je het dan niet zoals in (9) schrijven, in plaats van als in (10)?
(10) Neerstortte het vliegtuig.
Onvermijdelijk, maar zinledig, hierbij even te denken aan een klein stukje van The Waste Land:
| And when we were children, staying at the archduke’s, | |
| My cousin’s, he took me out on a sled, | |
| And I was frightened. He said, Marie, | 15 |
| Marie, hold on tight. And down we went. |
Zin (9) maakt, ook al lijkt ze me niet onmiddellijk correct, de weg misschien vrij voor een nieuw alternatief voor (1):
(11) Op valt dat bijna vier op de tien actieve VVD'ers [...] bij volgende parlementsverkiezingen liever een ander als lijsttrekker ziet dan premier en huidige partijleider Mark Rutte.
Maar ook die constructie kwam ik bladerend met Google niet tegen, en dan laat ik de gevallen buiten beschouwing waarin iemand een werkwoordsvorm per ongeluk onterecht in tweeën hakt, zoals in (12):
(12) [E]r zijn geen storingen op geslagen in het motorMM., op valt is wel dat ik niet in de andere systemen foutcodes uit lezen. (Bron)
Gezegd moet worden, maar dit terzijde, dat de schepper van (12) zeer creatief met zijn of haar voorzetsels en spaties dan wel scheidbaar samengestelde weekwoorden om gaat, als het hier al om dat soort werkwoorden gaat.
Nu ja, het is zaterdag. En mijn broer is jarig. Ik moet gaan fietsen. Ik vlucht voor het gemak in het Frans:
(13) Frappant is dat bijna zes op de tien actieve VVD'ers [...] bij volgende parlementsverkiezingen liever premier en huidige partijleider Mark Rutte als lijsttrekker zien dan een ander.
* Een alternatieve basisconstructie, waar (1) vanaf geleid kan zijn, is:
(2a) Opvallend is dat [...].
Deze lijkt op:
(2b) Opmerkelijk is dat [...].
Wellicht komt hier een oplossing uit, want (2a') maakt de weg vrij voor een niet frequente, maar wel correcte constructie als de volgende:
(2b') Merk op dat [...].
Merk overigens op dat (2b') wellicht voorkomt in een wat andere gebruikssituatie dan (1), zoals wel blijkt uit (de context van) (2b''):
(2b'') Merk op dat de fout gelijk aan nul is. (Bron)
Zo komen we er dus ook niet uit.
Prettig week eind.
Woordkeuze
maandag, april 18, 2016
Tijdverblijf
Sinds dien alle poëzie van Jellema verzameld en gelezen en genoten.
En nu was ik, pierewaaiend in Groningen, in de gelegenheid om eens langs het huis te rijden waar hij op het laatst van zijn leven woonde. Oosterhouw heet het indrukwekkende pand (hier meer informatie).
Groeten uit Leens.
dinsdag, april 12, 2016
Errrrr
maandag, april 11, 2016
Zou ie?
Na wat er zou gebeuren, die avond, zou hij alleen nog maar met die hese stem praten, en zingen zou niet meer lukken, of hij deed net of het niet meer lukte, omdat ie toch wist dat het nooit meer wat zou worden. [p. 7-8 van 133]
En nu een variant.
Het was 26 november 2013 en het was de laatste keer dat ie zou zingen na wat er later zou gebeuren. [p. 6 van 133]
(Zijn er wellicht twee vormen van "het" in het geding, zoals er ook twee "zou"s lijken te zijn?)
maandag, april 04, 2016
vrijdag, april 01, 2016
Stijl en variatie
Het eerste nummer van het deze maand her-verschenen magazine Shutr.photo opent hoofdredacteur Robert Theunissen met een tekstje over het gegeven dat sommige foto's, ondanks het gangbare vooroordeel, zonder uitleg, zonder context niet zeggen wat ze te zeggen hebben.
Daarom stelt hij voor "om het cliché 'Eén foto zegt meer dan duizend woorden', te veranderen in: 'Elke foto stelt meer dan duizend vragen'."
Het blad kost € 9,95, maar dan heb je wel wat! Naast al die mooie foto's.
dinsdag, maart 29, 2016
Beelden in taal (loop)
Wanneer iemand een beeld niet geslaagd vindt, zegt hij vaak dat de vergelijking mank gaat (ook daar schuilt trouwens weer een beeld in).
allemaal spreken [...] we voortdurend in beelden, meestal zonder daarbij stil te staan. (100)En ook daar is weer een metafoor in geslopen.
maandag, maart 28, 2016
Vreemde smetten
Hoor wie klopt daar [...] 't Is een vreemdling zeker, die verdwaald is zeker, 'k zal eens even vragen naar zijn naam!
dinsdag, maart 15, 2016
zaterdag, maart 12, 2016
Stuitend
dinsdag, maart 01, 2016
Opgravingen
Studenten die in 2009-2010 en 2010-2011 mijn werkgroep 'Moderne Tijd' volgden in het college Lezen en laten lezen, hebben stevig bijgedragen aan de totstandkoming van de editie, meer in het bijzonder aan het bezorgen van de correspondentie tussen Albert Verwey en Frederik van Eeden uit de periode 1880-1895.
zaterdag, februari 27, 2016
Nare mannen
Enfin, het waren echte mannenboeken die ik schreef, bevolkt door harde mannen. Misschien moet ik dat woord 'hard' een beetje nuanceren. Ze waren vooral hard voor zichzelf. Ze moesten zichzelf neerzetten in een weigerachtige wereld. Ze waren er niet op uit om anderen te benadelen maar dat gebeurde natuurlijk wel, en dat ze daarbij op gespannen voet stonden met de heersende moraal, laat zich raden. Zulke mensen vinden wij al snel onaardige, nare mensen.Klopt, zou ik ook zeggen als dit een analytische beschrijving was geweest van het oeuvre van Robert Anker. Zo'n gast als die Schwartz noem ik elders een pro-actieve seksist. En dat was niet als compliment bedoeld, let wel: als het om een mens zou gaan; maar nu het om een personage van een roman van Anker gaat, maak ik me er minder zorgen over. Bovendien gaat het lancet van Anker heel diep in het wezen van die Schwartz. Nadat hij hem tot leven heeft gewekt en even zijn woeste gang heeft laten gaan, sloopt hij hem ongenadig. Hij slaat zijn gewapendbetonnen bolster aan barrels zodat zijn eigenste werkelijke zieltje bloot komt te liggen. Dat laat Anker die Schwartz natuurlijk zogenaamd zelf doen. Maar we moeten niet vergeten dat binnen de romanwereld die snerpende analyse wordt opgesteld en uitgesproken door Schwartz' grote (inmiddels ex-)geliefde Kim. Kim dringt tot zijn wezen door, en vertrekt, en als ze elkaar per ongeluk weer ontmoeten in de Bijenkorf, stelt ze de diagnose.
En toen ik dat las, dacht ik: iets vergelijkbaars heb ik eerder gelezen. Bijvoorbeeld in Een kleine moeite van Hans Blom. En toen ik daar iets over noteerde, moest ik weer aan een ander vergelijkbaar boek denken, Een mooie jonge vrouw van Tommy Wieringa. En nu schiet me te binnen dat ook in Compassie van Stephan Enter een empathieloze hork ten tonele wordt gevoerd en door de psychologisch-analytische gehaktmolen wordt gedraaid.
Al met al een aardig tuiltje recente romans met antipathieke hoofdpersonages, die door een meestal niet erg prominent vrouwelijk personage doorzien worden en op een ander, beter spoor worden gezet. Vergelijk dat eens met een roman als Het smelt van Lise Spit: de heldin lijkt wel een aanminnig meisje en jonge vrouw, en haar jeugdvriendjes zijn inderdaad zelfingenomen seksistische rotpubers, maar die Eefje, later Eva, komt niet op een beter spoor. Zij onderneemt de ijselijkste wraak die maar denkbaar is. Niks geen compassie of katharsis, althans niet een ten goede.
vrijdag, februari 19, 2016
Geesje, muze
Ik heb, ook al is het niet correct, een zwak voor die kimonodoeken van George, en voor Geesje, en nu ook voor die rare omschrijving van meneer Kuiper. Er zou eens een romancier of romancière het verhaal van Geesjes leven moeten optekenen, in de trant van die roman van Margriet de Moor over dat gewurgde meisje dat Rembrandt tekende, om maar een voorbeeld te noemen.
Een beetje rondbladerend in de ether vond ik een itempje van DWDD over de tentoonstelling (wat me eigenlijk meteen deed besluiten die maar niet in het echt te gaan bezoeken: ik ga me daar een beetje m'n nek staan te verdraaien tussen al die honderden Van Nieuwkerk-adepten die zelf niet weten wat de moeite waard is; dank je feestelijk). De als 'directeur collecties' geafficheerde Taco Dibbits mocht er zijn licht over laten schijnen en zei, toen hij de naam van Geesje Kwak had genoemd: "wat natuurlijk al een grappige naam is". Kunsthistorische lulkoek, lijkt me.
Daarna vertelde hij dat Geesje en haar zus Anna, die ook modelleerde voor Breitner, afkomstig waren uit de Zaanstreek en in Amsterdam kwamen wonen, in de Pijp, om in een naaiatelier te werken waarschijnlijk. Toen wist hij zich gelukkig beter te gedragen.
Verder zei Dibbits, waarschijnlijk om de bijzonderheid van de tentoonstelling aan te prijzen, dat Breitner zelf al die werken nooit bij elkaar had zien hangen in één ruimte. Tsja, maar heeft Van Gogh wel ooit al zijn zonnebloemen bijeen gezien, Pollock al zijn druppels, Warhol zijn soupen, Mondriaan z'n vlakken en lijnen? Vul het rijtje zelf aan en maak er een mooie tekening bij.
Breitner zag ze nooit bijeen want hij verkocht al dat werk. Wat weer een leuk licht werpt op het klassieke beeld van de laat-negentiende-eeuwse artisten als bohémiens. Maar in dit geval een vals licht, want Breitner had inderdaad een voortdurend, chronisch en ongeneeslijk gebrek aan poen. Zijn vrienden, om van zijn gebedel af te zijn, hebben toen maar een fonds in het leven geroepen, waar de schilder uit kon putten. Over een tijdje* kan ik hier een hyperlinkje aanleggen naar een paar woorden over deze kwestie en aanverwante zaken...
* Dat tijdje is nu voorbij: hier is m'n opgraving.
maandag, februari 01, 2016
Quotum, of: geconsolideerd inzicht, dan wel: Bel, 'spits', Bloed en rozen
[E]ind vorige [= 19e] eeuw ontstond er een diepe kloof tussen kunstenaar en maatschappij. Het gevolg was dat er zich een even wijde gaping dreigde te openen tussen de nieuwe literatuur en het publiek. De tegenstelling tussen de hoge kunst en de ontspanningslectuur, die waarschijnlijk al in de hele negentiende eeuw aanwijsbaar is, werd opeens op de spits gedreven.Ton Anbeek en Jaap Goedegebuure, Het literaire leven in de twintigste eeuw. Leiden: Martinus Nijhoff 1988: 18-19.
De Tachtigers [...] staken hun minachting voor het grote publiek niet onder stoelen of banken. Hiermee dreven ze de tegenstelling tussen 'hoge kunst' en ontspanningslectuur, die al de hele negentiende eeuw aanwijsbaar was, welbewust op de spits.Helleke van den Braber, Geven om te krijgen. Literair mecenaat in Nederland tussen 1900 en 1940. Nijmegen: Vantilt 2002: 61-63.
Aan het eind van de negentiende eeuw hadden veel kunstenaars zich afgekeerd van de samenleving. Er ontstond een breuk tussen auteur en publiek, tussen kunstenaar en maatschappij. De tegenstelling tussen hoge literatuur en ontspanningslectuur, die al in de negentiende eeuw bestond, werd toen door sommige auteurs op de spits gedreven.Jacqueline Bel, Bloed en rozen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1900-1945. Amsterdam: Bert Bakker 2015: 78.
woensdag, januari 20, 2016
Bel, Braak, Bloed en rozen
![]() |
| Uit: Menno ter Braak, Mémoires involontaires. Facsimile-editie bezorgd door ir. Elizabeth de Vooze. Oldenkotte: J. W. Vreugdendal & Zn, 1916, p. 573. |
zaterdag, januari 16, 2016
Smullen
Quizzle
zaterdag, januari 09, 2016
Terminologisch bederf
Het verscheen oorspronkelijk in twee delen; het eerste in 1925, het tweede in 1926 (wanneer het gedigitaliseerd is, weet ik niet). De ondertitel van het eerste deel luidt: Eine Abrechnung, die van het tweede: Die nationalsozialistische Bewegung. En de hoofdtitel van beide delen is: Mein Kampf. In mei 1930 verscheen de 800 bladzijden tellende 'Volksausgabe' (hoe leerzaam is het internet).
De recent verschenen editie wordt een 'kritische editie' genoemd. Maar, waarde filologen, laat u niet bedriegen. Het begrip 'tekstkritiek', zoals wij dat kennen en hanteren, lijkt hier niet in het geding; en er is al helemaal geen sprake van een historisch-kritische of een critical-text-editie. Deze editie is hooguit een geannoteerde lees-editie en heet 'kritisch' omdat de editeurs de inhoud van het boek kritisch bejegenen en van commentaar voorzien: alle idiote ideeën, bezopen gedachten en als feiten gepresenteerde leugens van Hitler worden becommentarieerd.
Dat annoteren is nog een hele klus geweest, want de kranten en dergelijke laten niet na te verklappen dat deze 'editie' maar liefst 3500 geleerde kanttekeningen bevat. Dat zijn gemiddeld 4,375 noten per pagina breedsprakig proza. Dat heeft tot gevolg gehad dat het boek nu niet 800 pagina's telt, maar meer dan het dubbele: 1948 (en opnieuw een tweebander is). Dat lijkt heel wat, maar het betekent een editiefactor van slechts 2,435. Dat is klein bier vergeleken bij menig Nederlandse (literaire) historisch-kritische editie in de echte academische zin van het woord; die komen zelfs tot een factor 10.
Over de zorgen van de editeurs met betrekking tot en voor de constitutie van de tekst van Mein Kampf heb ik vooralsnog geen letter gelezen; maar dat zijn we in ons lieve kleine vakgebiedje wel gewend.
vrijdag, januari 08, 2016
Amekaar
Aristoteliaans is dan in verband hiermee, om te denken in termen van teveel of te weinig. Er kan teveel [of] te weinig zijn(Arjo Klamer, 'Handelen uit overtuiging', 2004)
Da's toch vreemd (ik struikel er wel vaker over), dat je twee woorden/woordgroepen niet op dezelfde wijze schrijft terwijl ze qua opbouw geheel overeenkomen (in dit geval: 'te' + onbepaald hoofdtelwoord) en qua betekenis ook (zij het dan zoals zwart en wit overeenkomen, namelijk als tegengestelden).
Zeker in de tweede zin is duidelijk dat bedoeld wordt dat er van iets te veel kan zijn of te weinig. Bij de formulering van de eerste zin zou de gedachte aan 'een teveel' kunnen hebben meegespeeld; maar dan zou daar, omdat 'of' hier een tegenstellend voegwoord is, toch tegenover moeten worden gesteld: 'een teweinig'?
Maar dat mag dan weer niet, want de Woordenlijst Nederlandse taal kent het woord 'teweinig' niet, maar wel wel 'teveel' (dat zegt misschien niet alles, want de dikke papieren Van Dale(2005) denkt er hetzelfde over, maar kent wel het zelfstandig naamwoord 'weinigte', en zelfs 'veelte', ook al zijn die verouderd; de digitale Woordenlijst wil daar helemaal niets van weten, en vraagt, een tikje neerbuigend, twee maal of ik misschien een ander woord zocht).
Och, dan moet 'een teweinig' zeker 'een tekort' zijn? Maar dan zou een andere Klamer iets kunnen zeggen als:
Aristoteliaans is dan in verband hiermee, om te denken in termen van tekort of telang. Iets kan te kort of te lang zijnIn het echte citaat gaat het over onder- of bovenmaatse hoeveelheid, in het nepcitaat om lengte; dat zou toch allemaal op dezelfde wijze geschreven moeten kunnen worden. Maar ik geef je op een briefje dat 'telang' niet in de Woordenlijst staat. Dat zal wel 'overschot' moeten zijn, denk ik. Maar dat weet de Woordenlijst niet, en ze vraagt of ik wellicht 'belang' bedoel. Nee dus. En ook niet 'bekort', trouwens, noch 'beweinig, noch 'beveel'.
Hoe een mens toch ooit deze taal verwerven kan. En dat terwijl ik iets aan het lezen was over narrative progression. Dat wordt een Echternach-progressie, als ik zo doorga.


























