maandag, november 09, 2015
Piloot
zondag, april 28, 2013
Maak plaats, maak plaats, maak plaats.
Het jongste nummer van Opzij is gewijd aan de literatuur, wegens de Opzij-literatuurprijs, toegekend aan Manon Uphoff voor haar novelle De ochtend valt (mooie titel). Verder aandacht, zoals ook de kranten die dezer dagen gul schenken, voor een een mij onbekende jonge vrouw Meijer die een boek heeft geschreven over zichzelf, haar vreetziekte en haar vader, die wel bekend en dood is. Een alles behalve Opzijerige vorm van literatuur en/of literatuursociologie, als je het mij vraagt (maar waarom zou je dat doen).
Wel interessant is het overzicht van vijfendertig schrijfsters, jonger dan vijfendertig jaar. Daar zitten heel wat bekende en veel belovende autrices tussen. Wat ook de strekking is van de portrettengalerij. Dat tableau sluit aan bij 'Lekker ding, kan schrijven', een pittig (ships, is dit wel het goede bijvoeglijk naamwoord?) artikel van Daphne van Paassen over het glazen plafond waaronder vrouwen in de Nederlandse literatuur gebukt gaan. Van Paassen heeft gedurende een half jaar recensies in drie belangrijke kranten geturfd, en komt tot de onthutsende constatering dat slechts 27 procent van de (grote) recensies gewijd was aan boeken van vrouwen. Ongeveer slechts de helft van wat zou moeten. Ook al is het ontbreken van gegevens over de productie, het aantal uitgaven van literatuur van vrouwen en mannen, een manco van het stuk, tegen de achtergrond van dat groepsportret van jong talent is die constatering, dat feit, nogmaals, onthutsend.
Eerder dit jaar verscheen een vergelijkbare, zij het minder met cijfers onderbouwde constatering op het weblog De witte kamer. Daarop schreef ik de volgende reactie, die ik hier eenvoudig herhaal omdat ze even goed aansluit op Opzij; zo snel gaan gewenste veranderingen van de werkelijkheid nu eenmaal niet.
'In dit licht is de longlist van de Academica Literatuurprijs 2013 zo gek nog niet: zes mannen, negen vrouwen. En als ik de namen goed heb geïnterpreteerd, hebben van de aangemelde auteurs 55 mannen en 32 vrouwen de longlist niet gehaald. De in totaal 102 mededingers zijn: 61 mannen en (maar) 41 vrouwen. Maar van die 41 vrouwen haalt dan wel een heel hoog percentage, 22%, de longlist terwijl nog geen 10% van de mannelijke mededingers op de longlist terecht [is] gekomen. Voor de volledigheid: de nominatiejury 2013 bestaat uit vier mannen en één vrouw.'
Inmiddels kan ik eraan toevoegen worden dat op de shortlist van de Academica Literatuurprijs 2013 terecht zijn gekomen: twee vrouwen en maar één man. Reken zelf de percentages uit: hutsend! De twee vrouwen, Hanneke Hendrix en Shira Keller, figureren op pagina 40 en 41 in de portrettengalerij '35 onder de 35'. En terecht.
donderdag, januari 14, 2010
Bittere groet
NRC denkt met u mee. Woensdag 13 januari al stond er, aangekondigd op de frontpagina, op pagina 9 in een kadertje, voorzien van een logo, een strijdbaar gedicht van Rasey - Dichter des Vaderlands - Nasr in NRC-Handelsblad; een reactie op het vijfhonderd bladzijden dikke rapport van de commissie Davids, dat een dag eerder was verschenen, en op de wegwerpontvangst van dat rapport, die de zich noemende premier van Nederland binnen vijf uur al durfde te openbaren. Zelden zo'n grof stuk gedraai, gehuichel en gelieg gezien, en dan bedoel ik de monoloog van MP JP. Da's niet helemaal waar: de man kletst zich voortdurend in en uit allerlei onverkwikkelijkheden, en komt er steeds mee weg. Voor wie hyperlinkmoe is, hier het gedicht:Nieuwjaarsgroet
Zo JP, hoe voelt het om te liegen
en dan te moeten zien dat het gedrukt staat?
Hoe voelt dat, om als christen-democraat
de zijde van Herodes te verkiezen
en honderdduizend kinderen te doden
omwille van één koning? Volkenrecht?
Ik ken een land dat dozen resoluties
juist dankzij ons al jaren naast zich neerlegt.
Ziehier onze premier, hij leest de krant
en denkt: laat ze maar lullen, mijn geweten
is zuiver. En geen koren zonder kaf.
’t Is goed te liegen voor het vaderland.
De beste wensen nog van alle Irakezen
massaal vernietigd en bevrijd in ’t graf.
Op tv hoorde ik meneer Pauw, zijn wenkbrauwen tot ver achter zijn krullenbos opgetrokken, vragen: 'Maar mag u dat allemaal maar zo schrijven in de krant?'
Leve de slijpsteen voor de geest, en Ramsey Nasr. Zo snel, zo fel, en to the point een scherpe tekst, in de trant van Boudewijn de Groots 'Welterusten, meneer de president'; waarmee JP meteen in een lekker licht komt te staan.
Ook prettig is dat Nasr niet een naar vorm schijnbaar eigenzinnig gedicht heeft geschreven, zoals dat prachtige 'Psalm voor een afkomst' (waarvan de vorm erg goed op het onderwerp en de locatie is toegesneden), maar een bijna oerdegelijk, zelfs in Capelle als zodanig herkenbaar sonnet, in de ergste angstaanjagende traditie van de slechtste der dichters des vaderlands, met dit belangrijke verschil dat Nasrs gedicht wel ergens over gaat, wel een duidelijke mening ventileert over een duidelijke actualiteit, gekoppeld aan een al jaren lang slepend staats-, volkeren- en ik weet niet wat voor -rechtelijk conflict in het Midden-Oosten.
donderdag, april 23, 2009
Valies met dromen? U'd!
Afgelopen dinsdag om 19.07 vertrokken van Utrecht Centraal naar Amsterdam dito over 't spoor door een schitterende zon-overgoten weidelandschap op weg naar wat - achteraf - zo niet een goeddeels klompbrekende, dan wel een sarongscheurende avond over literaire kritiek bleek te zijn (brrrr) met Michel Fabers Onderhuids op zak... het soort roman waar ik eigenlijk niet, nee: nooit naar zou grijpen in de boekwinkel (als ik al in de betreffende niche kom...), maar die (d.w.z. de Nederlandse vertaling ervan in een heerlijk soepele pocket van een tientje) ik kocht louter omdat-ie van Michel Faber is ('k las eerder op vakantie de vuistdikke roman Lelieblank, scharlaken rood en de ijzersterke korte verhalen van onvervalst Engelse snit The Fahrenheit Twins). En zie: raak, in de roos, bingo. Wat een idioot intrigerende roman, die heel gewoontjes begint, met een vrouw die vrij obsessief stevig gespierde, mannelijke lifters meeneemt, maar die steeds verder ontspoort en wordt tot een maf en gruwelijk soort science fiction-achtige anti-bio-industriethriller (ha: de geboorte van een genre!).Voor ik kon verderlezen, maakte een jonge man plaats voor mij, door een nogal vreemd gevormde koffer te verschuiven, zo'n ding waar een muziekinstrument in zit. Nimmer te beroerd om wildvreemden aan te spreken, vroeg ik de kennelijke eigenaar: welk instrument? Iets luiterigs, had ik in mezelf gegokt (en ik kreeg het woord 'luthier' weer in de geest dat dochter en ik een tijdje terug in de buurt van ons hotel in Parijs, bij Gare Saint-Lazare, op talloze etalageruiten hadden gezien).
Deels raak gegokt.
Een Arabische luit, een U'd. Hier werd het ijs me te glad onder de voetjes, want ik weet van muziek zo weinig dat het aan niets grenst; wat me er niet van weerhoudt er graag naar te luisteren. Bij doorvragen was de muzikant zo vriendelijk mij zijn kaartje te geven, waarop een web-adres met nadere informatie. Hij vertelde er alvast wel bij, dat hij met zijn muziek een brug probeert te slaan met wat ik dan maar noem meer westerse muziek. Geen hardcore U'd, dus.
Klopt. Klik maar op audio op zijn site. En zo kon ik dankzij de trekschuit der 21-ste eeuw, een visitekaartje als intermediair, en het internet weer iets bijleren. Hartelijk dank, Haytham Safia.

