Kom, dacht ik, laat ik ook eens over de grens lezen. Voor leesclub Transitie staat het veel geprezen essay
De barbaren van Alessandro Baricco op het programma (vrijdag 11 februari 2011, 15:15 uur, Drift 21, zaal 1.08). Het oordeel over
dat boek draag ik nog even in mij om. Maar achterop staat dat de auteur in 1997 internationaal doorbrak (niet als in: hernia, maar als in: door de enge landsgrenzen der belangstelling en waardering) met zijn roman
Zijde en dat sindsdien al zijn romans en essays wereldwijd vertaald worden.
Zijde verscheen voor het eerst in 1996 onder de titel
Seta. De eerste Nederlandstalige uitgave verscheen bij De Geus (Breda 1997); de vertaling is van Manon Smits. Onlangs kocht ik, parallel aan
De barbaren, de 12e Nederlandse druk (De Geus, Breda 2008).
Het is een werkelijk prachtig boekje (nauwelijks groter dan een kwart A4), een hardcovertje met stofomslag, bevattende 120 bladzijdjes die kraakhelder zijn gezet en scherp gedrukt, met een mooie initaal aan het begin van ieder van de maar liefst 65 geornamenteerd-genummerde hoofdstukken, herstel: hoofdstukjes, want er zijn er die nog geen bladzijdje beslaan en er is er maar één dat langer is dan drie bladzijdjes (nl. vijf).

Het is een vertelling die geheel volgens allerlei regeltjes is geschreven (in de
NRC van 23 juni 2000 zie ik de auteur aangeduid als: directeur van een Turijnse schrijversvakschool). En vooral niet te moeilijk. Met lekker veel herhalingen. Letterlijke. En als ik zeg: letterlijke herhalingen, dan bedoel ik ook: letterlijke herhalingen. Voor als je nog geen hekel had aan de alwetende vertelinstantie, die, denk ik, eigenlijk Alessandro Baricco heet. Want aan de eigenlijke vertelling gaat een inleidinkje vooraf, ondertekend met 'A.B.', dat aldus begint:
Dit is geen roman. En ook geen verhaal. Dit is een geschiedenis. Ze begint met een man die naar de andere kant van de wereld gaat, en ze eindigt met een meer dat daar maar ligt te liggen, op een winderige dag. De man heet Hervé Joncour. Hoe het meer heet is onbekend.
Hij legt ook uit dat je 'zou kunnen zeggen dat het een liefdesgeschiedenis is.' En jawel: 'Er komen verlangens in voor, en pijnen, die je heel goed kent, maar je hebt er geen echte naam voor om ze mee aan te duiden.' Johee! En dan nog dit: 'Misschien is het goed om te verduidelijken [let wel: er wordt iets verduidelijkt] dat het om een negentiende-eeuwse geschiedenis gaat [alsof er achterop niet staat: 'INTERNATIONALE BESTSELLER / Zuid-Frankrijk, 1861.'] dan hoeft niemand vliegtuigen, wasmachines en psychoanalisten te verwachten. Die komen er namelijk niet in voor.'
Het is helemaal het Bariccobarbarentoontje, van dat Ikea-proza. Je voelt je als lezer niet eens benaderd als barbaar, maar als ware je een halve culturele debiel, een halfgeletterde schoenzool. Man, vrouw, toeval, het mysterieuze Japan, de diepe oogopslag, de op de achtergrond net niet kwijnende maar oh zo trouwe, niet versagende echtgenote. En eind goed in
Raffung alles goed.
Uitgeverij De Geus heeft wel een heel erg treffend plaatje op het omslag weten te zetten. Ik ken dat genre eigenlijk alleen van slappekaftboekjes van uitgeverij Harlequin en dier gelijken. Maar hier heeft zich toch werkelijk een barbaar tussen de literatoren weten te dringen, lijkt het wel.
Als blurb wordt de
NRC geciteerd: '
Zijde is in diverse opzichten een mooi boek.' Vooral materieel, wat mij betreft. Maar ik zie het verkeerd. Het boek is een grootverkoper, het is
verfilmd (maar kennelijk
zo dat er geen spaan van over blijft) en er is een
hoorspel van gemaakt. Horen, zien en lezen. Het is wachten op de
game-versie. Voortaan toch maar weer de recensies lezen alvorens de aanschaf van een cultuurproduct te overwegen.