Ik houd wel van kruisbestuivingen. Johann Sebastian Bach leerde ik pas goed kennen dankzij Douglas Hofstadter, Leoš Janáček door Harry Mulisch, Peter Brötzmann via Piet Gerbrandy, Ludwig von Beethovens laatste pianosonate, Opus 111, door Peter Buwalda, hoewel dat muziekstuk mijn smaakpalet niet diepgaand heeft veranderd. Wel vond ik het leuk dat ik het ook tegenkwam in Checkout 19 van Claire-Louise Bennett. Ik voel me toch, terecht of niet, wat meer op gelijke hoogte met de auteur annex verteller als ik diens of dier referenties enigszins begrijp of zelfs alleen maar herken.
Soms ook leer ik door de ene roman een andere kennen van een andere schrijver, soms op termijn zelfs een heel nieuw oeuvre. Maar in de genoemde roman van Bennett, verschenen in 2021, komt, onder veel, onder zeer veel meer, A Room With a View ter sprake, de roman van E.M. Forster uit 1908, die ik al wel eens eerder had opengeslagen, meen ik, louter omdat het een klassieker zou zijn, maar er stond me niets meer van bij en nu werd er dus opnieuw letterlijk, met titel en auteur en al, en meer dan eens aan gerefereerd, ook indirect door een interessant voorval in Checkout 19 (vrouw laat zich niet commanderen door man) waardoor ik dacht: laat ik het nog eens proberen en er een digitale versie van inzien; een gratis leesfragment is fluks en zonder gerucht in mijn e-lezer gedaald.

Tot mijn grote schrik bleek, toen ik de paperback van Bennett even terzijde had gelegd, de grote, beroemde roman van Forster overeenkomsten te vertonen met een sterk verwaterde versie van werk van onze eigen Louis Couperus,
Eline Vere (1888/1889) bijvoorbeeld. De wollig en zijïg geformuleerde tierelantijnen en couperieuze prozaruches ontbreken gelukkig bij Forster, maar het beleefde en vormelijke getreuzel en getrut en het gedoe met klasse- en sekseverschilletjes en het sociaal geneuzel over toenmalige onwelvoeglijkheden zijn er, tien jaar later, bepaald niet minder om. Ik vind (het fragment dat ik las van) Forsters roman, zeker tegen de achtergrond van het briljante, ruwe en schijnbaar rommelige
Checkout 19, als literair prozawerk niet of nauwelijks meer te pruimen anno heden; alles wat Bennetts roman interessant en bij vlagen duizelingwekkend maakt, ontbreekt in de taal, de stijl en het verhaal van Forster. Of Bennett de verontwaardiging over de ondergeschikte positie van de vrouw ook beter onder woorden brengt dan Forster, heb ik niet kunnen vaststellen; ga ik niet doen ook, want dan zou ik meer moeten lezen in
A Room With a View, wat me, zeker nu ik
Checkout 19 nog niet uit heb, beslist niet aanlokkelijk lijkt.
Grappig is dat het nu pas goed tot me doordringt dat de referentie aan Beethovens Opus 111 in
Checkout 19 niet direct is maar verloopt via, want verwerkt is in, de referentie aan
A Room With a View. Bennett laat haar vertelster, die net als de hoofdpersoon van Forsters roman, in navolging van haar zelfs, naar Florence is gereisd, in haar herinneringen aan die reis hele passages uit de roman samenvatten. Bijvoorbeeld:
Emerson [...] senses that Lucy’s petulant surface does not correspond one bit to what she is truly made of. Lucy Honeychurch has a promise. [...] Mr Beebe [...] recalls an occasion in Tunbridge Wells when, performing on the piano for the women and men of the parish, Lucy selected to play ‘Opus 111’ by Beethoven, a perverse choice, according to one guest, to which Mr Beebe counters[:] ‘If Miss Honeychurch ever takes to live as she plays, it will be very exciting – both for us and for her’ – yes indeed, Lucy Honeychurch had a promise.
De thematiek van de incongruentie van binnen- en buitenwereld, van schijn en wezen, die van belang is in Checkout 19, blijkt, meer dan ik althans wist, ook in Forsters roman mee te spelen, net zoals die niet afwezig is in Buwalda’s trilogie in spe. Wat precies de betekenis van Beethovens sonate is in deze context, weet ik nog niet.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten