dinsdag, augustus 26, 2008

Hendrik Marsman, The Zodiac

Bron: Adriaan J. Barnouw (ed.) Coming After. An Anthology of Poetry from The Low Countries. New Brunswick, 1948: 273 (blijkens een aantekening: Reprinted from the spring, 1947, issue of the Sewanee Review).

The Zodiac

I

The man of whom I tell this narrative
Returned, some time ago, to his native land.
He has since lived, for nearly a full yaer,
Over the peaceful broker's offices
Which, at the corner between two canals,
Front on the square that, starfish-shaped, ejects
Its corridors into the city's mine.
To the right his window sees the shrinking line
Of narrow bridges building an approach
To feudal doors - a row of mansions
Whose cellars stand in water masonried,
On the left the skimming searchlight of its glance
Touches the tops of trees that rooted stand
Deep in the sagging quays of the canal.
The square lies, like an empty crater bowl,
Amid the agonized obscurity
Of the dead city's hellish neon light.

zondag, augustus 17, 2008

H. Marsman, Tempel en kruis

Niet een erg mooi plaatje; sorry Een poging tot vertaling van de eerste passage, geconcipieerd tijdens een vakantie in East Anglia, augustus 2008.

Hoe ik ertoe gekomen ben te proberen de openingspassage van Tempel en kruis te vertalen, weet ik niet precies meer. Het was in Ringstead. Misschien doordat ik probeerde het begin van The Waste Land te memoriseren en te kalligraferen, maar daarmee vastliep, en door-associeerde naar een minstens evenzeer fascinerend stuk epische poëzie, dat beter in mijn hoofd zit; en dat dan in combinatie met de tijdens de vakantie wassende aandacht en waardering voor de Engelse taal, zeker zoals die in het land van herkomst gebezigd wordt door de local guys, want - mind you - ik heb niet de pretentie werkelijk zelfs maar het begin van een goede vertaling te kunnen leveren; maar het proberen-te-vertalen is een plezierige manier om opnieuw naar een tekst te luisteren.

Eerlijk gezegd wist ik daar in het perfide Albion vertoevend niet eens of de tekst al is vertaald; en internet was er daar op het Norfolkse vakantieadres gelukkig niet; zo min als een goed woordenboek.


Zodiac

I

The man who's story I am about to tell
has revisited his land of birth for short;
today it is a year ago he's put up
the flat above the peaceful broker's office
located at the corner of two canals
at the square that like a starfish in the sand
radiates its shafts into the city mine.
on the right his window sees the shrinking rank
of narrow bridges making the connection
with feudal portals - a row of houses
each which its cellar standing in the water -,
on the left the skimming searchlight of his eyes
touches the tops of the trees that are rooted
in the sinking wharfs of the canal;
and like an empty crater the square lies
spread out in the agonizing darkness
of the infernal dead city neonlights.


Eenmaal thuis, maar nog binnen vakantietijd, zie ik dit: 'H. Marsman, The Zodiac (De dierenriem uit: 'Tempel en Kruis, vertaald door Adriaan Jacob Barnouw)' (bron: http://www.schrijversinfo.nl/marsmanh.html). En er is zelfs dit: Romy Heylen, Dierenriem triptiek: vergelijkende studie van Hendrik Marsman: "De Dierenriem", vertaald door Adriaan J. Barnouw, en James Dickey: "The zodiac" (1981) (bron: Picarta). Die confrontatie moet ik dan maar eens aangaan. Ooit.

Secateurs & Eversharp

Wilfrid George schrijft op zijn Foothpath Map of Hunstanton, Holme, Docking and Heacham (4th edition, Aldeburgh (Suffolk) 1994) onder het kopje Fallen signposts: 'The walker who carries wire, string and pliers, and re-erects these, will earn the gratitude of those who follow.' Typerend voor de Engelse omgangsvormen.

Meer nog uit het hart van de ervaring gegrepen is zijn notitie onder een ander kopje 'Bramles would be less of a problem if more walkers carried a pair of secateurs.'

Tot mijn geluk had de winkel aan de overkant van ons huisje aan de Highstreet in Ringstead een vrijwel antiek 'pair of secateurs' in de aanbieding.



Prompt vergat ik 't ding mee te nemen op onze laatste vakantiewandeling, die nota bene wel langs heel dreigende brambles ging,



om nog te zwijgen van het naastgelegen golfveld, waar dit bord bij stond:



En dat ding is nog wel zo mooi scherp.

Bruggetje.


Op een openlucht-antiekmarkt (antiek? nou ja: 'collectables' dan) te Southwold zag ik een 'zilveren' vulpotloodje liggen... Toch maar niet gekocht. Wel een mooi ding. Maar ja, ik heb al zo veel vul- en slijppotloden thuis (en een doos met twaalf stuks, van 4B tot en met 6H mee op vakantie, voor als het tekenvirus weer de kop opsteekt). Bijna twee weken later in zo'n rommelwinkeltje in Old Hunstanton zie ik weer zo'n ding. Na een dag piekeren toch, op de laatste vakantiedag, gekocht, omdat het er zo mooi uitzag, niet wetend of, slechts hopend dat het tuig nog schreef.

Kijk ik thuis, na enig peuteren, op het internet... blijk ik terecht te komen in een wereld die ik niet kende, die van de schrijfwaren van Wahl Company en die van het droeve, het tragische verhaal van Charles R. Keeran die de Eversharp uitvond en patenteerde, maar er stom genoeg geen moer mee heeft bereikt, terwijl er miljoenen van verkocht zijn (lees maar na in 'A tale of two pencils').

Want ik heb dus wel een echte Wahl Eversharp op de kop getikt, en hij doet het nog ook: iemand heeft op internet een handig plaatje gezet van een oude gebruiksaanwijzing.
Aan de hand daarvan kwam ik erachter dat er nog zeker vijf 12-mm-stiftjes in zitten. 't Dingetje schrijft als een engeltje. Alleen het gummetje is op en versleten. Maar aan een nieuw is wellicht nog te komen via het wereld wijde web. Of ik leer om voortaan alles in een keer goed te schrijven.