dinsdag, februari 05, 2019

Steen der wijzen

Het lijkt me echt niet makkelijk om van niets (toch nog) iets te maken. Makkelijker, en naar mijn inschatting ook vele malen beter, lijkt het me om van niets helemaal niets te proberen te maken, het absoluut niets te laten, weg te laten, om erover te zwijgen, omdat dat niets er niets toe doet. Klinkt me (neuro-)ecologisch heel efficiënt in de oren. 

Neem de idiotie van de langlijsten, de kortere lijsten, de kortste lijsten en de ultiemste kortstlijsten van literaire en andere prijzen. Je kunt over die zogenaamde dynamiek berichten tot je een ons weegt, of minder, maar niemand heeft er ook maar één zier aan te om weten hoe kort de lijst nu weer is geworden in de duistere binnenkamers van het juryberaad - tenzij de lijstkorters zelf, maar zij hoeven hun notulen, dacht ik, niet uit de krant te distilleren; of de handel, omdat publicitaire aandacht nu eenmaal aandacht is, en die kan door iedere mercantiele geest worden omgezet in een aankoopaanbeveling (zonder dat die aankoop vervolgens zou kunnen leiden tot een grotere kans op een plek op de kortste lijst). Maar als geïnteresseerde krantenlezer ben ik er niet van gediend op de hoogte te worden gehouden van de communicatie tussen symbolische lijkstbeknotters en economische papier- en drukinkthandelaren.

Maar als je je lezers er dan toch iets over wilt zeggen, doe het dan... goed. Wanneer een lijst van genomineerden voor een prijs is ingekort van ik-weet-niet-welk-aantal tot achttien, zou je dat als 'nieuws' kunnen brengen, als je tenminste iets te zeggen hebt over hoe, op welke gronden, langs welke ontwikkelingslijnen, door welke discussies, met welke argumenten en/of slaande ruzies die selectie tot stand is gebracht.

En als je daarover bericht hebt, kan je inderdaad gaan opsommen wie de resterenden, de overblijvers, de die hards zijn. Maar dan komt de krantenkoppenwrijver vragen om een kop boven je vijf-kolomsstuk, en dat wordt dan, onder de debiele, naar het hopelijk onbedoeld mercantiele neigende ondertitel 'boekenprijs': 'Pfeijffer, Van Essen en Middeldorp kanshebbers Librisprijs'.

Die kop klopt van geen kanten, want er zijn nog eens vijfmaal zoveel (summa: vijftien) anderen ook en evengoede kanshebbers Librisprijs. En als je dan geen ruimte hebt om vijftien namen in de vijfkolomskop te wrijven, plaats dan in het stuk zelf niet een foto van een kanshebber die niet in de domme kop genoemd wordt, laat staan met als onderschrift: 'Ook op longlist [...]'. Of, anders: waarom noem je drie mannen in de kop en plaats je de foto van een vrouw in je stuk? Ook haar, Esther Gerritsens, roman 'kwam[...] door de eerste selectie en bereikte[...] de longlist' zoals over de drie gekopte mannen wordt verteld - en hetzelfde geldt voor de romans van Marente de Moor, Bregje Hofstede, Joke van Leeuwen en Marieke Lucas Rijneveld, die in het stuk tenminste nog genoemd worden. Maar wie is de zesde vrouwelijke genomineerde?

Enfin, de heren Pfeijffer, Van Essen en Middendorp komen in de kop, en komen ook in het stuk nog tweemaal ter sprake en wel omdat zij 'in 2018 de beste recensies' kregen. Gek genoeg doet dat er voor deze prijs helemaal niet toe, want het is geen wie-kreeg-de-beste-recensies-prijs, maar een ordinaire, onafhankelijke jury-prijs over het achterliggende selectiemechaniek waarvan we helemaal niks en niemendal te lezen krijgen.
  

donderdag, januari 24, 2019

Zijn romans sinds 1950 eenvoudiger geworden?

Zijn Nederlandse romans wat betreft taalgebruik eenvoudiger geworden sinds 1950? Laurens Ham, Leo Lentz, Henk Pander Maat en Fabian Stolk (Universiteit Utrecht) dàchten van wel... en zochten het uit. Zie (een samenvatting van) het verslag van hun zoektocht naar een antwoord in de NRC en het TNTL.

zondag, januari 13, 2019

Geheimtipp


Raak dezer dagen wat uit m'n hum tijdens het lezen van een roman van een auteur die me tijdens een academisch diner werd aangeraden door een moeder-Duits sprekend en literair geschoold iemand wie ik vroeg om een goede Duitse leestip.

Ben eraan begonnen zonder dat ik ooit eerder van deze auteur (heb ik zijn naam wel goed verstaan bij het dessert?) of van deze roman gehoord had. Valt een beetje tegen. Soort historische, biografische dubbelroman. Het enige wat er een beetje leuk aan is: dat het boek in zekere zin een antwoord geeft op de vraag die Alice stelt in Asymmetry: wat heeft een boek zonder aanhalingstekens nou voor zin? Het bleek al in 2005 mogelijk dat in een roman alle mono- en dialogen niet in de directe rede worden weergegeven. Alleen van elliptische uitingen, zonder persoonsvorm, zou je kunnen denken dat ze toch in de directe rede staan. Maar de en-toen-en-toen-structuur van twee levenslopen wordt er niet mee verholpen of verdoezeld.

Raadpleeg ik voor de zekerheid even het aardklootomspannende weefsel, blijkt het boek een miljoenenpubliek te hebben en nog verfilmd te zijn ook. Dat heb ik weer. Nochtans staak ik de lezing na 18% van het totaal verorberd te hebben.

Heb nu dus wel lekker tijd om Die Hungrigen und die Satten te lezen, de tweede roman van Timur Vermes, die debuteerde met Er ist wieder da (2015), een roman met een eveneens zeer groot publiek en die ook verfilmd is... Het ene succes is het andere nog niet.

Het weekend is al bijna om, helaas.





zaterdag, december 29, 2018

Computertijd

Ter voorbereiding van een college Moderne Tijd herlas ik IJstijd van Maartje Wortel weer. Het verraste me wat ik er nog van wist, maar ook hoe anders de verhoudingen nu leken tussen de verschillende onderdelen en verhaallijnen. Het blijft hoe dan ook een goed boek (nog steeds met een klein voorbehoud wat betreft de gortdroge stijl).

Meest verrast was ik deze keer door wat me een weeffout lijkt, en die me eerder niet was opgevallen.

James Dillard leent een pen (140) en papier (141) papier van lieden in Studio/K en schrijft twee verhalen om aan de uitnodiging van zijn ongenode redactrice Monica te kunnen voldoen (pagina 83-84 onder andere). Die - wat hij noemt - "kladjes laat hij lezen aan Chuck Palahniuk, nog steeds op die locatie, waar zij veel bier verzetten. Diezelfde avond-nacht schrijft James, aangeschoten op z'n minst, op een van de gemeenschappelijke computers van het Stayokay-hostel waar hij dan verblijft (en dat "naast" Studio/K dan wel "pal om de hoek" ligt, blijkens pagina 112 respectievelijk 136) een e-mail aan Monica: "[...] ik stuur je de verhalen mee, twee stuks." (147) En heel realistisch staat er onderaan die in de roman weergegeven e-mail:
*(Hetflatgebouw.doc)
*(ZwarteKoffie.doc)
Maar nergens staat een signaal dat James die verhalen ooit heeft overgetikt; laat staan dat hij daar met zijn zatte hoofd tijd en gelegenheid voor had of kon nemen; terwijl er toch weinig menselijke handelingen zonder beschrijving blijven in deze enigszins door lethargie getekende avonturenroman; en over een eigen pc, laptop of tablet beschikt deze zich steeds weer elders vestigende vagebond vanzelfsprekend en klaarblijkelijk niet.

dinsdag, december 18, 2018

Genydé

Voor een van mijn leesclubs las ik Western; gedichten, 'directed by' Delphine Lecompte; een mooi vormgegeven uitgave van De bezige bij (eerste druk 2017, tweede 2018). Een dichtbundel van maar liefst 117 bladzijden, bevattende een 'Intro', vier delen, in het Engels aangeduid als 'Part One' etc. en gevolgd door een ondertitel, respectievelijk 'child', 'whore', 'revenge' en 'redemption', en dan nog een 'deleted scene'. 

Met moeite heb ik de eerste helft gelezen. 
Lecompte op de Nacht van de Poëzie (2018) vond ik wel wat hebben
Op papier werken haar gedichten niet bij mij
Ik zie de absurditeit erin, maar so what
Mooi vind ik de teksten niet, intrigerend evenmin.

Veel strofen van vijf regels, alle regels beginnen met een hoofdletter
Alleen de slotregel van elke strofe krijgt een punt, geen idee waarom
Het had ook andersom kunnen zijn, of parallel of anderszins
Het maakt allemaal helemaal niks uit.
Nauwelijks stof voor een blogpost, zou je denken.

Als ik nou maar niet uit die leesclub word gezet...
Om het goed te maken, heb ik - aanhakend bij een heel slechte kritische traditie - de bundel hieronder samengevat, niet in eigen woorden:

De goede, de slechte en de lelijke

De rouwende vader penetreert mij met gesloten ogen, zijn stijve lid is langer dan een otterjong
Hij neemt de kleur van mijn schaamhaar aan
Niemand was jaloers, en dan is de pret er gauw af
Ik zal hem wreken zowaar ik Desdemona of Delphine heet
Hij kwam klaar als een gemelijke wezel in barensnood.

Ik word bezocht door de ziedende preacher
Hij heeft drie kinderen van een kanibaal gered
In de badkuip zoek ik het Russische woord voor 'Ontreddering'
Ik plan een moord onder een boom, niet mijn boom
Ik denk bij mezelf: was ik maar dood.

Terug in Brugge zocht ik een job
De vrouw van de verdronken beiaardier huilt, ik troost haar
Ik ben de fabels en vertellingen van de volwassenen zo beu
De morose horlogemaker toont me foto's van zijn kinderen
Uiteindelijk geef ik ook mijn woonst op, nu is het goed.



vrijdag, december 14, 2018

Astrid

Naar het schijnt - a.k.a. afgaand op de recensies in 'de' kranten - is de jongste roman van Peter Terrin zeer de moeite waard. Naar het schijnt kantelt het hele narratief na een tijdje op onthutsende wijze.

De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik - gevorderd tot pagina 68 van de in total 142 pagina's van  de digitale editie - me helemaal niet in de spannende verwachting voel gebracht dat ik me in een vage leestoekomst lekker zou kunnen laten onthutsen of iets dergelijks, aangezien ik in de achtenzestig pagina's die ik tot nu toe las, geen enkele reden of aanleiding kon ontdekken om me te verheugen op zelfs maar de geringste mogelijkheid dat zoiets nog plaats zou kunnen gaan grijpen.

Kwestie van smaak.

De ontzettend drooggekookte stijl van de openingsalinea alleen al sloeg mijn literaire papillen genadeloos uit het lood, om niet te zeggen: plat, als in: dood:
Ik trok de deur van het huis dicht.
Ik deed het precies zoals altijd [...].
Ik liep beheerst het paadje af [...].
Ook de zouteloze precisie waarmee doodnormale handelingen (eigenlijk: automatismen) beschreven worden, was daar debet aan:
Ik startte de wagen, deed mijn veiligheidsriem om en reed weg.
Net zoals:
Ik schakelde en gaf gas [...]. 
En:
Ik durfde niet naar de huizen te kijken [...].
En:
Ik hield me aan de snelheidsbeperking [...].
En dan zijn we nog nauwelijks voorbij de eerste bladzijde. Maar 67 pagina's verder is het nog even verstikkend:
Ik opende mijn ogen en was meteen wakker in de wereld van deze onbekende kamer.
Ik verbaasde me over mijn helderheid [...].
Ik staak de lectuur.
Ik schort dus mijn oordeel maar op.
Ik besef dat ik hierboven tekstonderdelen weglaat.
Ik betwijfel of precies in die delen nou net de sensatie zit.
Ik weet niet of het er ooit nog van komt dat ik dit boek uitlees.
Ik denk dat het, gezien de weinige dagen die resten, er niet van zal komen dit jaar.

zondag, december 09, 2018

Steil

Intro van een recensie in een vaderlandse kwaliteitscourant:
De Vlaamse debutante Van Thuyne kiest in haar verhalenbundel onverwachte observatoren om hun een zegje te laten doen over ‘veel liefde en veel lijden’. Het leidt tot prachtige formuleringen, maar veelheid schaadt haar originele stijl.
Hoe jaag je lezers weg, en op oneigenlijke gronden?

Als alternatief stel ik voor:
Van Thuyne laat in haar debuut bijzondere personages aan het woord, die iets (maar onduidelijk is, wat) in prachtige formuleringen zeggen over 'veel liefde en veel lijden'. Doordat er zoveel prachtige formuleringen in haar debuut staan, brengt Van Thuyne haar eigen, originele stijl zelf schade aan. Met minder prachtige formuleringen zou haar stijl origineler zijn gebleven.
Geen idee of het daarmee beter is; denk eigenlijk dat alleen maar duidelijker wordt wat een onzin er staat. Er verbetering in aanbrengen is ook wel moeilijk, want de dienstdoende recensist schrijft ook:
Haar verhalenbundel Wij, het schuim is gerangschikt als een lp
Hoe - denk ik dan - rangschik je een lp? (en dat denk ik niet omdat onlangs een student me nog vroeg: 'Meneer, een cd, wat ìs dat?'). Een aantal lp's rangschikken lukt me nog wel, als ik voor de platenkast sta. Maar de nummers op een lp rangschikken, als dat is wat de recenseur bedoelt, lijkt me een hels karwei, zodra die lp eenmaal geperst is. Moet ik me misschien verplaatsen in een muzikant die in een studio een album samenstelt om een idee te krijgen van een auteur die in zijn of haar werkkamer een verhalenbundel samenstelt? Zinloze omweg.

Maar er is een uitleg: er is sprake van
een lp, met een side A, B, bonustrack, songlist en sleeve notes. Het begin van ieder lied is een giswerkje: wie is nu aan het woord?
Ach, zo... ja, nu vat ik het...