maandag, september 10, 2018

De dood van het gedicht?

In de NRC van maandag 10 september 2018 vraagt iemand, die klaarblijkelijk getergd is, zich (maar doordat zijn vraag in de landelijke avondkrant is afgedrukt, vraagt hij in principe ook heel Nederland) af waarom een gedicht van Ester Naomi Perquin, vigerend de Dichter des Vaderlands,  'gedicht' mag heten. Dat gedicht stond afgedrukt in de NRC.

De vraagsteller lijkt overigens minder een vraagsteller dan een retorische-vraagsteller want het antwoord lijkt in zijn vraag besloten. De gewraakte tekst van Perquin wordt, zo legt hij uit, niet gekenmerkt door metrum, niet door [eind]rijm, niet door binnenrijm, niet door structuur, niet door wat ook maar dat de tekst op een echt gedicht zou doen lijken. Perquin is evenwel geen poëzievernieuwer, want de ingezonden-briefschrijver suggereert op dat een dergelijke vraag 'tegenwoordig' vaak in hem opwelt.

Vroeger waren gedichten gedichter, kennelijk. Toen waren ze nog voorzien van metrum, eindrijm, binnenrijm, structuur en meer wat des gedichts is. Vroeger zou een gedicht als dat van Perquin eerder een 'korte "column"' hebben geheten, denkt, retorisch, de vraagsteller. Misschien omdat je vroeger naast columns ook lange en korte columns kon onderscheiden. En inderdaad: voor een column zou het betreffende gedicht 'Methode' van Perquin opmerkelijk kort zijn. Maar toch, er wordt in fraaie taal een gedachte in ontwikkeld. Heel columnesk.

De presentatiewijze evenwel, het kernachtige en betekenisrijke spel met de paradox, de meer geïmpliceerde dan geëxpliciteerde betekenis van de tekst, de al dan niet gespiegelde herhaling van woordgroepen, de fasering van de tekst door witregels in eenheden die door hun gelijkvormigheid goeddeels best wel op strofen lijken, meer in het bijzonder op typische Perquin-strofes, met slinkende regellengte, dat alles maakt de tekst toch echt ook tot een gedicht. Denk ik.

In de tweede regel van de tweede strofe zegt Perquin iets over echte vragen: 'Men aarzelt, stelt vragen.' Twee zinnen in één, zonder voegwoord ertussen, waardoor de eerste zin hetzelfde kan zeggen als de tweede, en andersom. En zie (hoor!): de klankherhaling van men-stelt, aar-vra en zelt/gen. Wat een rijmpatroon in vier metrisch geordende lettergrepen (tweemaal een amfibrachys). En wat een prachtige vertraging  is dat samengestelde zinnetje na die lange zin ervoor die over twee regels is uitgesmeerd. Wat een ritme.

Alleen daar al zie je dat dit niet zomaar betogend proza is, maar vooral weloverwogen en welluidende en veelzeggende poëzie.


vrijdag, augustus 24, 2018

Anna Karenina

Op zaterdag 15 september 2018 aanstaande start de Anna Karenina Marathon in het kader van het gloednieuwe International Literature Festival Utrecht (ILFU), dat op dezelfde dag begint. Tijdens deze marathon wordt de wereldklassieker Anna Karenina voorgelezen in zo veel mogelijk talen door 1000 vrouwen op station Utrecht Centraal.

Met het spotlicht op een van de belangrijkste vrouwelijke hoofdpersonen uit de wereldliteratuur nodigen we vrouwen, vriendinnen, collega's, zussen en Anna's graag uit om aan te haken bij de marathon en mee te lezen; alle vrouwen kunnen meedoen. Voor deze voorleesmarathon werken we samen met UN Women en vragen we met dit evenement aandacht voor UNESCO's Global Goal 5: gelijke rechten voor vrouwen en mannen.

De marathon vindt plaats van zaterdag 15 september tot en met woensdag 26 september, elke dag van 11:00 tot 18:00 uur. 

Voor organisaties/collectieven is er de mogelijkheid om een of meerdere blok(ken) van een half uur te vullen (een half uur biedt plaats aan 5 à 6 vrouwen). 

Individueel aanmelden kan via www.ilfu.nl/anna-karenina-marathon

Onderaan dit bericht vindt u de oproep (ook in het Engels + context in het Engels), deze mag verspreid worden!

Voor meer informatie over Anna Karenina en de marathon, kunt u terecht op: www.ilfu.nl
Met vriendelijke groet,

---
Fleur van Greuningen

Projectleider Anna Karenina Marathon

ILFU International Literature Festival Utrecht (Het Literatuurhuis) 

Aanwezig: woe & vr

Utrecht has been designated a UNESCO City of Literature: www.cityofliterature.nl
E: fleur@ilfu.nl| T +31 30 2318376 | W www.hetliteratuurhuis.nl | www.ilfu.nl | Oudegracht 237, 3511 NK Utrecht | PO Box 274, 3500 AG Utrecht
_____________________________________________

Op zoek naar 1000 vrouwen!
Meld je aan voor de voorleesmarathon! We lezen Tolstojs wereldberoemde klassieker Anna Karenina met 1000 vrouwen in zo veel mogelijk talen voor op Utrecht Centraal Station. Samen met UN Women vragen we aandacht voor Global Goal #5: gelijkheid voor vrouwen en mannen. 

Meld je hier aan: https://www.ilfu.nl/anna-karenina-marathon/


Looking for 1000 women
Join the Anna Karenina Reading Marathon! We read Tolstoy's world-famous classic Anna Karenina with 1000 women in as many languages as possible at Utrecht Central Station. Together with UN Women we ask for attention for Global Goal # 5: equality for women and men.

You can sign up here: www.ilfu.nl/anna-karenina-marathon (for English instructions, scroll down on the page).

zaterdag, augustus 04, 2018

vrijdag, juni 22, 2018

In den moreelen boekhouder

Nee, echt, wanneer wordt 'filosoof' nu eens een beschermd beroep, met een serieuze beroepsvereniging die de belangen behartigt van die beroepsgroep, en met een streng maar rechtvaardig register, en met professionele begeleiding voor leden bij het schrijven van opiniestukken en met een verplichting tot het volgen van de basale - en dus preliminaire - cursus 'Hoe lees ik de krant min of meer correct'?

Ik heb bijvoorbeeld - maar dit ter zijde - geen idee waarom en door wie ik tot schrijver ben benoemd.

En Xandra Schutte heeft, als ik haar stuk goed lees, niet het 'moederschap' een duf thema genoemd, maar wel 'de moeder de vrouw'; en het is - onder meer - precies de reproductie van die domme koppeling waartegen de driehonderd morele boekhouders bezwaar aantekenen (niet tegen moederschap als thema, en trouwens ook niet tegen vrouw als thema).

'De literatuur is er niet ter bevordering van welk maatschappelijk doel dan ook', vindt de filosoof en essayist. Mooie mening. Veel plezier ermee. Maar vreemd genoeg zijn er ook mensen die er een andere mening op nahouden. Of die vinden dat literatuur - heel breed opgevat - (ook) wel een of ander maatschappelijk doel kan bevorderen of kan proberen te bevorderen. Ik ken zelfs echte boeken van echte schrijvers die dat daadwerkelijk wilden en willen. Maar misschien is dat beroepsdeformatie...

vrijdag, juni 15, 2018

What de CPNB????

Zonder toestemming vooraf gretig gejat van Facebook, de (niet alleen haar, maar ook mijn, en hopelijk veler) opinie van Kila van der Starre aangaande het eerstkomende boekenweekgeschenk:

Het thema van De Boekenweek 2019 is 'De moeder de vrouw' en de CPNB heeft twee mannen gevraagd de geschenken te schrijven. Binnenkort is het 2019 en zullen vrouwen als moeders beschreven worden door mannen. Het is gewoon niet te geloven. En dan zet CPNB er ook nog bij: 'De moeder de vrouw is het thema van de Boekenweek 2019. Twee identiteiten, zijn zij onlosmakelijk met elkaar verbonden?' What. The. Fuck. Nee, CPNB. Niet alle vrouwen zijn moeders. Niet alle vrouwen willen moeder zijn. Niet alle vrouwen kunnen moeder zijn. En niet alle vrouwen die wel moeder zijn, zien moeder-zijn als hun identiteit. Wat trouwens ook geldt voor vrouw-zijn. Daarnaast lijkt 'vrouw' in 'de moeder de vrouw' naar 'echtgenote' te verwijzen. En, guess what, niet alle vrouwen zijn echtgenotes. Niet alle moeders zijn echtgenotes. En nee, echtgenote-zijn is voor heel veel vrouwen geen identiteit. Echt, what the fuck.

(Kila is een heel goede collega van me; en ik denk dat ik weet waar ik het over heb als ik zeg: als je haar zo gallisch krijgt dat ze dit soort teksten het internet op slingert, ben je echt minimaal zeven sloten te ver over de grens gegaan).

zaterdag, mei 26, 2018

Niet zo vroolijk

Zelden las ik een column, hoe zeg ik het duidelijk..., zo vol grondeloze stupiditeit en misplaatste zelfingenomenheid als die onder de titel 'Het geslachtsdeel van de schrijver' van de zich steevast 'neerlandica' noemende 'journalist' Elma Drayer in de Volkskrant van vrijdag 25 mei 2018, pagina 25 (een dag eerder en onder een andere titel in de digitale versie van die krant verschenen).

Het stuk gaat over het academisch promotieonderzoek van Corina Koolen, gepubliceerd in haar proefschrift Reading Beyond the Female. Koolen onderzocht de invloed van gender op (waardering in) het literaire veld. Publieke discussies over dat onderwerp noemt Drayer 'gekrakeel', een depreciërende kwalificatie in mijn optiek ('krakelen wordt ook volgens het WNT '[m]eestal in afkeurenden of minachtenden zin gebezigd.'

Als een wereldberoemde schrijver iets heel seksistisch' zegt over vrouwelijke literatoren, heet het bij Drayer: 'Woede en hilariteit waren zijn deel.' Daarin klinkt door – dus zonder dat het er letterlijk staat – dat die reacties onzinnig zouden zijn, of minstens overdreven.

Als iemand gedurende langere tijd op luchtige wijze tekenen van literair-critisch seksisme verzamelt en analyseert, omschrijft Drayer dat als: 'Toen kwam het grote tellen in de mode.' Ze gebruikt hier (wederom) de overdrijving, nu om het werk van de Lezeres des Vaderlands belachelijk te maken, want heel 'groot' was dat tellen van die Lezeres in werkelijkheid niet, wel lang en aanhoudend, en van een mode was geen sprake want, mede afgaand op de argumenten die Drayer aandraagt (geen enkel) was de Lezeres des Vaderlands de enige die dit telwerk verrichtte; voor een mode is navolging nodig binnen hetzelfde tijdsbestek, lijkt mij.

Dan komt de introductie van de steen des aanstoots, het wetenschappelijk onderzoek van Koolen: 'En onlangs heeft de wetenschap zich weer eens over de materie gebogen.' Voor dat 'weer eens' draagt ze geen enkele onderbouwing aan; en opnieuw is dit in mijn optiek een depreciërende overdrijving.

In interviews in '[a]lle grote kranten' 'mocht' Koolen volgens Drayer allerlei beweringen doen. Het gebruik van het hulpwerkwoord 'mogen' suggereert dat '[a]lle grote kranten' die wetenschappelijke zeurkous hadden moeten corrigeren. Want zie: verderop schrijft Drayer dat zij 'althans bij de interviewers uitsluitend eerbiedig geknik' bespeurde. De formulering 'eerbiedig geknik' is – het wordt vervelend – opnieuw een voorbeeld van half verbloemde depreciatie. En een column biedt natuurlijk geen ruimte voor enige onderbouwing van die individuele, niet-systematische waarneming van Drayer.

'Bijval', noteert Draayer', 'kreeg Koolen van schrijver Herman Stevens', alsof deze de enige zou zijn die zich in gelijke zin over dit onderwerp uitliet, en alsof er bij nader inzien dus toch geen sprake was van de eerder genoemde 'mode'. Inconsistentie is een goed middel om de herhaling van je eigen, ongefundeerde, depreciërende opinie in een column mogelijk te maken.

Als een criticus van aanzien erkent dat hij ongelooflijk seksistisch is geweest bij (het uit de weg gaan van) de beoordeling van een auteur van wie hij dacht dat het een vrouw was en wiens werk hij alleen daarom zelfs niet eens làs, vindt Drayer dat helemaal niet erg: 'Hij kwam er tenminste eerlijk voor uit.' Hoe dringend is dan een herijking nodig van je morose morele besef, columniste, opinievormster?

De zich neerlandica noemende Drayer veronachtzaamt gemakzuchtig het literair-wetenschappelijke onderscheid tussen 'sekse' en 'gender', blijkens haar met een wegwerpgebaar genoteerde terminologische (waarschijnlijk grappig bedoelde) vergissing 'sekse (pardon, gender)' (dat haar heel die terminologie geen moer interesseert, bleek al uit de stompzinnige titel van de column).

Bovenop deze onwelriekende stapel nonsens plaatst Drayer dan de opmerking dat '[i]n de praktijk' dat literair seksisme reuze meevalt, en zij kan dat melden 'uit eigen ervaring'. En met die eigen, singuliere ervaring, veegt zij de gehele wetenschappelijke dataverzameling en -analyse van Koolen van tafel.

Dat kan kennelijk, in een column in de Volkskrant, die inmiddels een reputatie heeft opgebouwd op het gebied van het in een kwaad daglicht stellen van de geesteswetenschappen, van de neerlandistiek niet in de laatste plaats. Over diversiteit kan je, wat Drayer in de Volkskrant betreft, je beter maar niet uitspreken; doe je dat wel, rekent zij je tot 'de diversiteitsgelovigen'. Hoppa, wetenschap is ook maar een overtuiginkje, een meninkje, meent 'neerlandica en journalist' Drayer.

dinsdag, april 17, 2018

Dan maar hangmatedities

Het vak ‘Lezen, en laten lezen’, waarin onder meer gebruik werd gemaakt van Naar de letter (1995), het handboek editiewetenschap van Marita Mathijsen, is inmiddels al een aantal jaar geschrapt uit het BA-curriculum Nederlandse Taal en Cultuur van de UU. En nu zie ik dat de destijds al zeer-, en later zelfs  hooggeleerde auteur van dat handboek het niet meer eens is met haar eigen voormalige, wetenschappelijk gefundeerde standpunt; een geharnast vakstandpunt, dat ik jarenlang devoot onder studenten verspreid heb: een wetenschappelijk verantwoorde editie is per definitie volledig en onveranderd; editeursingrepen zijn alleen toegestaan als er evidente fouten recht te zetten zijn die de historische vorm van de oorspronkelijke tekst geweld aan zouden doen.

Zo was dat, en niet anders. Een kwestie van fatsoen en respect. Respect voor de auteur en voor zijn/haar gezwoeg om de tekst zo goed mogelijk te noteren opdat zijn/haar ideeën en visies, waar het uiteindelijk om gaat, zo goed mogelijk tot hun recht te laten komen. Fatsoen van de lezer om de schrijver hierin te volgen en op zijn/haar beurt zijn/haar best te doen de schrijver zo goed mogelijk te begrijpen. Er schuilt een beetje Bordewijk in: de schrijver moet niet dalen, de lezer moet klimmen. Dit geldt zeker waar het gaat om historische teksten (en dat zijn inmiddels teksten van voor de Tweede Wereldoorlog, vrees ik). De schrijver kan er als het ware niets aan doen dat literatuur soms zo goed is dat ze lang meegaat en gewaardeerd wordt door docenten en andere enthousiasten, ook al veranderen de taal en de wereld zodanig dat de (latere) lezer er moeite voor moet doen de tekst mede in zn oorspronkelijke vorm te begrijpen, te verstaan. 

In de Volkskrant van 14 april 2018 laat Mathijsen echter een nieuw standpunt optekenen:
Liever een luie lezer dan geen lezer. Hertalen mag. Het is de enige manier om literatuur uit het verleden te redden van de vergetelheid. We leven in een cultuur van haast en snelheid, van korte zinnen. Je kunt niet verwachten dat lezers van nu de tijd nemen voor alle uitweidingen en bijzinnen in literatuur uit vroegere eeuwen. Ze gaan ook niet meer te voet naar Parijs. Ik ben nu zelfs voor inkorten.
Het lijkt er een beetje op dat Mathijsen de krant inmiddels verheven heeft tot een wetenschappelijk platform: ze zette daarin recentelijk ook haar biografiestandaard uiteen. Maar ze heeft haar nieuwe editievisie ook geventileerd in ‘de nieuwste digitale editie’ van haar eigen handboek, ‘in een nawoord’. Hartstikke actueel dus, die krant in die rubriek over mensen die een ommezwaai maken...

... blijkt het te gaan om het onderdeel ‘Vijftien jaar Naar de letter’ (een titel die lijkt te zinspelen op Beets’ Na vijftig jaar’), opgenomen in die digitale edite van de ‘vierde, ongewijzigde oplaag’ van de grijze bijbel, zoals haar handboek met ironisch ontzag door vakgenoten wordt genoemd. Die  ‘vierde, ongewijzigde oplaag’ stamt uit 2010, en is kennelijk ongewijzigd wat betreft de hoofdtekst, maar ze is wel uitgebreid met dat nawoord en dus niet ongewijzigd, maar kortweg gewijzigd (het gaat - dit terzijde - via de krant hollend achteruit met de editietechnische vakkennis).

Terugkijkend op haar oorspronkelijke handboek, constateert Mathijsen anno 2010 in haar handboekInkortingen, herspellingen, hertalingen, selectieve variantenapparaten, edities zonder onderzoek van alle aanwezige bronnen wees ik zonder pardon af.’ En: ‘Inmiddels ben ik milder geworden.’

Maar... dat nieuwe, milde standpunt is een herhaling van het standpunt dat ze niet acht, maar al zon vijftien jaar geleden, met andere woorden al acht, en niet pas vijftien jaar na het verschijnen van Naar de letter, al had ingenomen, en wel in het artikel Een knieval voor de luie lezer? Hertaling als enig redmiddel historische literatuur’ in Nederlandse letterkunde 8 (2003), nr. 2, p. 116-129. Oud nieuws, dus in de krant.

En: in de krant passen kennelijk niet alle nuances die de wetenschap eigen zijn. In het genoemde vakblad luidt de eerste en belangrijkste van de vijf basisregels die Mathijsen formuleerde en onverbreekbaar noemde:
er mag geen hertaling gemaakt worden van een tekst als er geen betrouwbare editie voorhanden is. Voor historici en literair-historici moet eerst de brontekst betrouwbaar uitgegven zijn, voor je mag gaan stoeien. (p. 127; mijn cursief, IDVH)
Ik hoop van harte dat Mathijsen de eerste basisregel nu ook nog even in de krant wil herhalen. Dan kan ook wat mij betreft het speelkwartier voor de tekstbezorgers beginnen, parallel aan het gewone tropenrooster.