vrijdag, november 01, 2019

Onze taal

In een commentaar bij het nieuws dat een commissie van de KNAW vindt dat het schoolvak en de studie Nederlands aandacht en steun en verbetering behoeven (mee eens, mee eens, driewerf mee eens), noteert Peter Giesen in de Volkskrant van 1 november 2019:
Het is echter zeer de vraag of studenten zich bij een beslissing over hun toekomst laten leiden door geld, zeker niet door zo'n tamelijk bescheiden bedrag.
Deze zin behoeft mijns inziens (het gaat hier dus slechts om een inzicht van een niet institutioneel ingekaderde een-mens adviescommissie) geen steun, maar wel aandacht en herformulering, uitgaande van de opvatting dat de lezer misschien wel kan gissen wat er precies bedoeld wordt maar dat het beter is dat de schrijver precies noteert wat hij/zij bedoelt zodat de lezer niet zijn/haar bedoeling hoeft te raden, en de kans op misverstand op voorhand zo klein mogelijk wordt gehouden (het is een oude opvatting, te vangen onder het hoedje van de significa, een taal- en begripskritiek die onder anderen Frederik van Eeden een warm hart toedroeg).

Het gaat in het citaat trouwens over het volgende: "De commissie bepleit [...] een eenmalige premie van 3 duizend euro voor studenten die zich voor een onderwijsmaster Nederlands inschrijven."

Het lijkt mij helemaal niet 'zeer de vraag' of studenten zich bij een beslissing over hun toekomst zeker niet laten leiden door zo'n tamelijk bescheiden bedrag. Maar dat is wel een mededeling die in de beroerd geformuleerde uiting van Giesen meegebakken is, doordat er in de hoofdzin staat dat iets uiterst onzeker is ('Het is [...] zeer de vraag of [...] door [x]') en in de op ondoorzichtige wijze erachter gemonteerde beknopte zin dat iets anders juist zeker is ('zeker niet door [y]').

Wat Giesen misschien heeft bedoeld, is dit:
Het is echter volgens mij zeer de vraag of studenten zich bij een beslissing over hun toekomst laten leiden door geld, en het lijkt mij zeker niet een juiste veronderstelling dat zij zich daarbij zouden laten leiden door zo'n klein bedrag.
Zo geformuleerd wordt duidelijker dat Giesen in zijn eentje zijn opinie tegenover die van een hele KNAW-commissie stelt - een schoolvoorbeeld van wat je een Drayertje zou kunnen noemen. Dat is een individueel Volkskrantcolumnistenopinietje dat zonder enige vorm van naslag of onderzoek als stellige en algemeen geldige waarheid wordt geponeerd tegenover de uitkomst van een grondige meerkoppige verkenning door deskundigen van een specifieke problematiek.

Giesen had trouwens ook kunnen veronderstellen dat studenten zich bij uitstek laten leiden door geld als ze moeten beslissen welk pad in te slaan naar een toekomst - ze kiezen immers in meerderheid voor opleidingen die min of meer rechtstreeks naar een beroep leiden, terwijl het professionele perspectief van geesteswetenschappelijke studenten minder duidelijk afgebakend is (maar ze doorgaans op zeer interessante posities in de maatschappij terecht komen).

Een parafrase die de strekking van Giesens zin beter weergeeft, kan deze zijn:
Studenten laten zich bij hun studiekeuze volgens mij niet leiden door geld, en als je wilt dat ze zich daar wel door laten leiden moet je ze gewoon echt een heel dikke zak pegels cadeau doen bij aanvang de studie.
De veronderstelling van Giesen dat studenten wel voor een opleiding in een van de geesteswetenschappen zouden kiezen als er een tomeloos onbescheiden bonus aan zou zijn gekoppeld (een fors veelvoud van € 3000) lijkt een opstapje naar een aansporing die in de categorie 'perverse prikkels' zou vallen, een verschijnsel dat een geesteswetenschapper in spe paradoxaal genoeg juist snel zou doorzien (en vermijden en bestrijden).

vrijdag, oktober 11, 2019

Onderdrukt

In een oprisping wilde ik vandaag op een of ander sociaal medium iets plaatsen als: 'Christiaan Weijts is de Elma Drayer van de NRC'. Maar toen dacht ik iets (ooh, heerlijk, tweemaal 'iets' al) in de nabijheid van: practice what you preach (geen halfrijmdwang), en besloot ook die inktvraat niet meer te lezen.

Woordverklaring
Inktvraat (zst. nw.), de -, mv. inktvraten. Parasitair en egocentrisch schrijfwezen (m/v) dat op basis van een of andere vage verdienste in een ver verleden de gelegenheid heeft gekregen om regelmatig te veel drukinkt van een krant te blijven verbruiken voor het ventileren van opinietjes op terreinen waar het geen verstand van heeft. Denkt doorgaans zelf dat het intellectueel is.

dinsdag, oktober 01, 2019

Een Engelse constructie rukt op (hypothese)

Het was immers de dichters plicht om trouw te blijven aan het oorspronkelijke verhaal uit de oudheid 'en niet de fabelen, of historien van dien tijd, te verkrachten, en naar zijn welgevallen op te schikken.' (mijn curs., IdvH)
Dat lees ik in een artikel van Alie Lassche en Arnoud Visser (p. 45) over zeventiende-eeuwse lezerssporen in Vondels Palamedes.

In het Engels kan zoiets, dacht ik, nog steeds: It is the poet's duty (or something like that), maar in het Nederlands moest dat tot voor een tijdje terug toch zijn: Het is des dichters plicht? Of ben ik abuis? Niet bedoeld is, mijns inziens: Het is de dichtersplicht. En lelijker, maar correct, is: Het is de dichter z'n plicht.

Ik heb al een tijdje het vermoeden dat, sinds de officieuze afschaffing (c.q. het in onbruik raken) van de naamvallen (tegelijk, maar dit ter zijde, met dat van het woordgeslacht) in het Nederlands taalgebruik, een Engelstalige genitiefconstructie is/wordt geïmporteerd als (vanuit een pragmatisch standpunt bezien overbodige) Ersatz.

Om dat vermoeden te staven, zal ik een verzameling aanleggen. Uw hulp, lieve lezer, kan ik daarbij heel goed gebruiken. Gelieve uw voorbeelden, voorzien van bronvermelding, te sturen naar: indenvroolijkenhermeneut[at]gmail.com o.v.v. 'de dichters plicht'.

P.S.
Het lot van een hypothese: onderbouwd of ondermijnd.
Zie hier een aanzet tot ondermijning door Maarten van der Meulen.

Andere voorbeelden van de (gewraakte) constructie geeft Koen Rymenants op Neerlandistiek (waar sowieso vrolijk over de constructie wordt doorgedacht). Ik neem ze hier over:

“[…], zo schreef The Guardian kort na de auteurs dood vorig jaar op 91-jarige leeftijd” 14-08-2013 [bron]

“Op dit moment rusten er tot zeventig jaar na de auteurs dood auteursrechten op een werk.”  20-07-2010 [bron]

“De lach is teruggebracht tot een technische ingreep, ze is veranderd in literaire procédés, afhankelijk van de auteurs intenties en het artistieke doel.” 2008-2009 [bron]

“De auteurs intentie wordt hier dus, zoals in zoveel recente literatuur, beschouwd als niet ter zake.”  17-10-2012 [bron]

“Toen er werd vermeld dat Lizzie aan de drugs was, bleek het uit de schrijvers stijl niet dat het een zeer belangrijk punt was.” 20-10-2011 [bron]

P.P.S.

"Ik sloeg de postbodes schedel in tweeën." 2019 [bron]

Bron
Lassche, Alie, en Arnoud Visser, 'Lezers in de marges van Vondels Palamedeseen census van zeventiende-eeuwse edities. Nederlandse letterkunde 24 (2019), nr. 1, p. 35-63 (on line).

maandag, september 30, 2019

Nieuwstekstinstabiliteit

Dit las ik vandaag in de NRC-Next d.d. 30-09-2019 toen ik een dubbele dubbele espresso (een espressissimo) uit een departementale drankautomaat te tappen stond ter onderbreking van het werk aan het verder verbeteren van het digitale tentamen Literaire Teksten waarmee Luke Schouwenaars, John Tholen en ik (in mijn rol van universitair docent, die ik achter dit scherm ook speel op het toneel des levens) de eerstejaarsstudenten Nederlandse Taal en Cultuur aan de UU aan de tand gaan voelen:
De teamchef van de politie Haarlemmermeer heeft op last van zijn superieuren zijn werk neergelegd zodat er een onderzoek naar seksuele intimidatie door hem kan worden verricht.
Vroolijk hermeneutisch, maar ook een tikkeltje onmededogend jegens haastig journalistiek penwerk, wilde ik erbij aantekenen: ik zou dat onderzoek liever door een ander laten verrichten... 

Maar wat schetst mijn verbazing bij het copy-paste'en van dit bericht in de digitale 'normale' NRC? Ik lees daar namelijk:
De teamchef van de politie Haarlemmermeer heeft op last van zijn superieuren zijn werk neergelegd zodat er een onderzoek naar hem kan worden verricht wegens seksuele intimidatie.
Daar staat hetzelfde bericht maar dan een stuk duidelijker en minder verontrustend.

maandag, september 16, 2019

De kracht van een vergelijking

In De hemel boven Parijs wordt de Franse hoogleraar kunstgeschiedenis Olivier Massarin geconfronteerd met de Nederlandse uitwisselingsstudente Fie Schoonhoven, die sprekend lijkt op zijn geliefde Mathilde, met wie hij vijfentwintig jaar daarvoor definitief het contact verloor. Nou ja, verloor... het was zijn eigen domme en botte schuld, consequentie van zijn levenslafheid, maar daar gaat het me nu niet om.

Als hij haar voor de tweede maal ziet, speelt weer die herkenning keihard door zijn kop. En de extradiëgetische vertelinstantie zet dat als volgt uiteen (p. 9):
Olivier keek naar haar en het beeld op zijn netvlies schokte, als bij een diaprojector die wordt aangestoten; er schoof een oude dia over de huidige, zodat hij even niet wist waar hij naar keek, naar nu of naar lang geleden.
Ik vind het fraai dat er hier schier onopvallend een vergelijking met een diaprojector wordt ingezet omdat op de eerste pagina van de roman in de eerste alinea al verteld wordt over Olivers college, waarbij Fie voor het eerst aanwezig is en waarbij de docent - naar ik aanneem gewoontegetrouw en routineus-professioneel - een diaprojector gebruikt, misschien een beamer, maar dat woord staat er niet: 'De projector zoemde en prikte in zijn ogen [...].' (p. 7)

Maar, hoewel de huidige onderwijsondersteuning gedomineerd wordt door elektronische hulpmiddelen die zo niet op een interactief digi-bord hun beelden werpen dan toch wel met behulp van een beamer, heb ik nog vrij grondige herinneringen aan bijeenkomsten waarbij een diaprojector werd ingezet ten behoeve van visuele instructie en/of explicatie, en ik weet nog dat er heel veel mis kon gaan met zo'n projector (dia's ondersteboven in de slee of de carrousel gezet, of verkeerde dia's, of de volgorde ervan een puinhoop ten gevolge van onoordeelkundig transport, of beelden die niet onmiddellijk scherp waren, maar pas nadat het diapositief in het raampje door de hitte van de lamp met een 'plop' van spanning was veranderd), maar nimmer was ik er getuige van dat er twee dia's in de projector, met raampjes en al, over elkaar schoven ten gevolge van het aanstoten van het apparaat of anderszins. Daardoor - doordat ik denk dat het niet kan - verliest het beeld van deze vergelijking voor mij aan kracht.

In het tweede hoofdstuk verschijnt er een tweede vergelijking met een vergelijkbare strekking, die misschien niet helemaal mank gaat, maar toch hooguit naar zijn betekenis strompelt (p. 12):
In zijn hoofd werden deze dag en dat moment van vijfentwintig jaar geleden naar elkaar toegebracht, en als de punten van een laken bij elkaar genomen; en alles wat ertussen lag, verdween in een smalle plooi. Zo opgevouwen leek zijn leven kort en simpel.
In mijn hoofd en in mijn alledaagse realiteit hebben lakens vier punten; en als je slechts twee ervan naar elkaar toebrengt, plettert vrijwel alles wat ertussen ligt, als we het niet over kruimeltjes hebben, op de grond. Zo simpel is het toevallig ook nog eens een keer.

De vertelinstantie heeft kennelijk moeite met de verbeelding van deze historische of mnemotechnische persoonsverwarring van Mathilde-toen en Fie-nu die van cruciaal belang is voor  de uiteenzetting van wat er in het hoofd van Olivier gaande is. Een bijkomstigheid is dat de vertelinstantie in beide vergelijkingen een passief-constructie gebruikt waardoor niet duidelijk is wie of wat nou tegen die projector aanstoot en het laken opvouwt; de concretisering die eigen kan zijn aan een goede vergelijking, gaat daarmee verloren.

zondag, september 15, 2019

Metaforen en zwarte gaten.

In de Metro van 13 september 2019 las ik een artikeltje over een groot zwart gat, Sagittarius A* geheten, waarin opeens allemaal materie aan het verdwijnen is - iets waar zwarte gaten om bekend staan, dacht ik, zelfs licht kan er immers niet aan ontsnappen (vandaar de naam), maar dit was kennelijk toch nieuws. Alles wat er aan het firmament gebeurt, ook al merken we er niks van, is nieuws. Bêta-framing?

Kennis van de (Nederlandse) taal, iets waar je (in Nederland vooral) dagelijks mee uit de voeten zou moeten kunnen, verdwijnt ook, maar dat is de moeite van het noteren in een krant niet waard. Misschien kan de krant het ook niet eens meer. Metro probeerde het kosmische consumeren wat menselijker proporties te geven door te zeggen dat het opeens actieve zwarte gat aan het schransen was geslagen. Of het een langdurige actie zou zijn of een incident, was nog niet duidelijk. Of, zoals de krant noteerde: 'De onderzoekers weten niet of Sagittarius A* blijft schransen, of dat het een oprisping was.'

Rare vraag: schransen is wellicht iets van lange duur, en een oprisping juist niet; maar 'schransen' is - in deze context - volgens het WNT '[m]et welbehagen overvloedig eten'; 'oprispen' is echter  gastronomisch bezien echt vrijwel het tegenovergestelde, namelijk 'winden of dampen uit de maag door de keel loozen, wat gepaard gaat met zeker geluid en het opbrengen van den smaak van hetgeen men genuttigd heeft'. [mijn cursiveringen, FS]

vrijdag, september 13, 2019

Het gaat echt niet goed...

Lees het kraakheldere artikel 'Bloedgeld' van Geert Buelens over het hellend beleidsvlak onder de alfa- en gamma-studies, in de Groene Amsterdammer.