zaterdag, november 18, 2017

Leest!

Het lijkt me de ironie van de literatuursociologie dat juist het werk van Pierre Bourdieu modern letterkundigen (en anderen) het denkraam biedt waarbinnen ze kunnen verklaren dat een volkomen ondoordachte platitude als de lekenoprisping met betrekking tot de kwaliteiten van modern letterkundigen van ene meneer Pfeijffer klakkeloos met koeienletters in de Cultuurbijlage van de NRC d.d. 17-11-17 wordt afgedrukt. Net als eerder een of andere filosoof in de Volkskrant, plempt Pfeijffer zijn volstrekt ongefundeerde mening in de krant over wat een student 'tegenwoordig' in de opleiding Nederlands eigenlijk zou moeten worden onderwezen en wat hij (voor een student Nederlands gebruikt Pfeijffer alleen het persoonlijk voornaamwoord 'hij', terwijl er nauwelijks nog jonge mannen Nederlands studeren) daarvoor in de plaats 'tegenwoordig' aan onzin zou krijgen voorgeschoteld.

Maar ja, Pfeijffer is, onder veel meer, een succesrijk dichter, romancier, bloemlezer, reisdagboek- en brievenschrijver, kortom een literair auteur van een behoorlijk aanzien (verworven mede dankzij onder andere de bekwame literatuurcritici van diezelfde krant), en daarom is hij een man van belang en heeft hij gemakkelijk toegang tot hij de krant waarvan hij - eveneens op grond van zijn literaire reputatie - toch al een gewaardeerd medewerker is. Helaas zijn ze op de krant vergeten dat Pfeijffer, die als graecus de academie al heel lang geleden vaarwel heeft gezegd, misschien wel veel weet van literatuur of in ieder geval veel literatuur produceert, maar dat hij geen enkele mallemoer weet heeft van wat 'tegenwoordig' een studie Nederlands inhoudt. Want hoe krijgt hij het verzonnen dat een student of studente Nederlands 'tegenwoordig' geen romans en gedichten van Couperus respectievelijk Lucebert meer 'mag' lezen? Hoe haalt hij het in zijn hoofd dat een letterkundige in spe zich niet meer 'mag' laten ontroeren door een dichtregel? Waar haalt hij het vandaan om daarmee te impliceren dat literaire ontroering een van de eindtermen van de opleiding Nederlandse taal en cultuur zou zijn of zou moeten zijn? Flagrante nonsens, maar Ilja Leonard Pfeijffer kan, juist doordat hij is voorzien van een dikke buidel symbolisch kapitaal, zonder kloppen bij de NRC binnenlopen en zijn kopij als het ware eigenhandig op de pers leggen. Laat 'm liever weer gaan idyllen lappen in Genua. Dat slaat ten minste nog ergens op.

Geen opmerkingen: